Vlaams besluit flexibiliseert mantelzorgverlof voor ambtenaren
Federaal akkoord nog vereist
De Vlaamse regering maakt mantelzorgverlof voor personeelsleden van de Vlaamse overheid flexibeler. Zo wordt het mogelijk om het volledige verlofrecht voor één zorgbehoevende te gebruiken en worden de opnamevormen aangepast.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Staatsblad van 25 augustus maakt het Besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 2026 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 wat betreft de flexibilisering van het mantelzorgverlof bekend.
Daarmee wordt de Vlaamse regelgeving afgestemd op de recente federale hervorming van het statuut van mantelzorger.
Maximaal recht op zorgverlof per zorgbehoevend persoon en gedurende loopbaan
Artikel 1 van het BVR van 17 juli vervangt in artikel X 38bis van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 paragraaf 3 door wat volgt:
§ 3. Een personeelslid heeft per zorgbehoevend persoon maximaal recht op:
1° zes maanden voltijdse onderbreking van de loopbaan;
2° twaalf maanden vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met de helft;
3° dertig maanden vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met een vijfde.
Een personeelslid heeft gedurende zijn volledige loopbaan recht op maximaal:
1° zes maanden voltijdse onderbreking van de loopbaan, op te nemen met een volle maand of een veelvoud daarvan;
2° twaalf maanden vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met de helft, op te nemen met twee volle maanden of een veelvoud daarvan;
3° dertig maanden vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met een vijfde, op te nemen met vijf volle maanden of een veelvoud daarvan.
In afwijking van het tweede lid kan een personeelslid na voorafgaand akkoord van de lijnmanager:
1° de voltijdse onderbreking van de loopbaan opnemen in volle weken;
2° de vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met de helft opnemen in volle maanden.
Bij een verandering van opnamevorm wordt het al opgenomen mantelzorgverlof aangerekend volgens het principe dat een maand voltijdse onderbreking gelijk is aan twee maanden vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met de helft en vijf maanden vermindering van de voltijdse arbeidsprestaties met een vijfde.
Federaal akkoord vereist
Krachtens artikel 2 treedt het besluit pas in werking op de eerste dag van de maand volgend op het akkoord van de federale ministerraad.