Medische deontologie

Cassatie: Orde der dierenartsen mag mededinging niet zomaar beperken

Orde is ondernemingsvereniging in de zin van het Wetboek Economisch Recht

De Orde der dierenartsen is een ondernemingsvereniging die de mededinging niet mag beperken zonder deontologische verantwoording. Dat zegt het Hof van Cassatie in een arrest. De uitspraak nodigt uit tot bezinning over de Orde der artsen.

17 augustus 2026

Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven

Het Hof van Cassatie velde op 25 juni 2026 een arrest waarin het oordeelde dat de Orde der dierenartsen een ondernemingsvereniging is. Bijgevolg moet die Orde, wanneer ze de uitoefening van diergeneeskundige activiteiten reguleert, voldoen aan de regels inzake mededinging. Het Hof vernietigde daarom een  beslissing van de Nederlandstalige gemengde raad van beroep van de Orde der Dierenartsen van 23 mei 2025.

Dit arrest kan niet zonder meer op de Orde der artsen worden toegepast maar nodigt wel uit tot bezinning.

De vernietigde tuchtbeslissing

De raad van beroep stelde vast en oordeelde onder meer dat de dierenarts in verschillende vestigingen dierengeneeskundige activiteiten combineerde met paramedische dan wel commerciële activiteiten. Voor deze gecombineerde activiteiten voerde hij reclame via het internet. Beide activiteiten vonden plaats “onder één dak”, zij het in verschillende lokalen maar met een gemeenschappelijke ingang, balie en wachtruimte.

De handelwijze van de dierenarts was volgens de raad van beroep niet in overeenstemming met de deontologische plichtenleer. Door aldus dierengeneeskundige en zuiver commerciële belangen te vermengen, bracht de dierenarts de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van zijn beroep van dierenarts in het gedrang.

De combinatie zorgde voor overconsumptie en gaf daardoor aan de uitoefening van het beroep van dierenarts een overdreven handelskarakter. Dit beperkt ook de vrije keuze van de verantwoordelijken voor de dieren en brengt de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van dierenartsen in het gedrang.

Aan de dierenarts werd de tuchtstraf van berisping opgelegd.

Dierenartsen zijn ondernemingen

Volgens het Hof van Cassatie moeten dierenartsen als ondernemingen beschouwd worden volgens artikel I.1, 1° en 14° van het Wetboek Economisch Recht (WER).  Zij streven met hun activiteit, die is gericht op de uitwisseling van diensten, op duurzame wijze een economisch doel na en vermengen zodoende dierengeneeskundige en commerciële belangen. Zij genieten in de regel vrijheid van ondernemen, waarbij het hen is toegestaan samenwerkingsverbanden aan te gaan.

Orde der dierenartsen is een ondernemingsvereniging

Volgens het Hof van Cassatie is de Orde der dierenartsen, waarbij alle dierenartsen verplicht moeten aansluiten, een ondernemingsvereniging in de zin van artikel IV.1, § 1, WER.

Zij heeft van overheidswege tot opdracht om in het bijzonder toe te zien op de eerbiediging van de deontologie en de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van haar leden. Zij slaat daarbij acht op de bescherming van de gezondheid en het welzijn van dieren.

Wanneer zij haar wettelijke opdracht als ondernemingsvereniging vervult en de uitoefening van dierengeneeskundige activiteiten reguleert, moeten haar besluiten voldoen aan de regels inzake mededinging.

Is derhalve nietig een besluit van een orgaan van de Orde der Dierenartsen die de mededinging beperkt terwijl zij geen concrete verantwoording vindt in haar opdracht om toe te zien op (1) de eerbiediging van de deontologie en de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van de dieren artsen en (2) de bescherming van de gezondheid en het welzijn van de dieren.

Raad van beroep beperkte de mededinging zonder deontologische verantwoording

Het Hof van Cassatie oordeelde dat de raad van beroep door een berisping op te leggen, de vrijheid van ondernemen van de dierenarts en de mededinging beperkte zonder concreet te verantwoorden waarom de handelwijze van de eiser niet in overeenstemming was met de deontologie en waarom de dierenarts, door de combinatie van dierengeneeskundige activiteiten en paramedische dan wel commerciële activiteiten, de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van zijn beroep van dierenarts in het gedrang bracht.

Evenmin verantwoordde de raad van beroep waarom die combinatie aanzette tot “overconsumptie” en zodoende aan de uitoefening van het beroep van dierenarts “een overdreven handelskarakter” gaf,  “waardoor tevens de vrije keuze voor de verantwoordelijken van de dieren wordt beperkt” en de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van dierenartsen in het gedrang komt.

Bijgevolg werd de tuchtbeslissing vernietigd en werd de zaak verwezen naar een anders samengestelde gemengde raad van beroep van de Orde der Dierenartsen.

Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
17 april 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine