Cassatie: spoed-observatiemaatregel vergt bijzondere motivering
Het Hof van Cassatie velde op 23 april 2026 een arrest waarin het oordeelde dat een observatiemaatregel met toepassing van de Wet Bescherming Persoon Geesteszieke in spoedeisende gevallen op initiatief van het openbaar ministerie een bijzondere motivering vergt.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het cassatieberoep was gericht tegen het niet gepubliceerde vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 27 november 2024.
Wet Bescherming Persoon Geesteszieke
Artikel 9 Wet Bescherming Persoon Geesteszieke bepaalt: "In spoedeisende gevallen kan de procureur des Konings van de plaats waar de zieke zich bevindt, of, in voorkomend geval, de procureur des Konings bedoeld in artikel 1, § 2, vierde lid, beslissen dat deze ter observatie zal worden opgenomen in de psychiatrische dienst die hij aanwijst."
"De procureur des Konings treedt op, hetzij ambtshalve na het schriftelijk advies van een door hem aangewezen geneesheer, hetzij op schriftelijk verzoek van een belang hebbende, welk verzoek vergezeld moet gaan van het in artikel 5 bedoelde verslag. Het advies of het verslag moeten het spoedeisend karakter aantonen."
Motiveringsplicht
De beslissing waarbij de rechters in beroep er zich toe beperken vast te stellen dat de vordering spoedeisend is zonder aan te geven op grond waarvan zij tot deze spoedeisendheid besluiten, laat het Hof van Cassatie niet toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen en is derhalve niet regelmatig met redenen omkleed.
Omwille van de schending van deze motiveringspicht werd het vonnis van de rechtbank te Gent vernietigd.
(Rechtskundig Weekblad 3 oktober 2026).