Ereloonsupplement om sneller afspraak te krijgen: mag dat?
Orde spreekt zich in september uit
De nationale raad van de Orde der artsen spreekt zich in september uit over de vraag of aan een patiënt een ereloonsupplement gevraagd mag worden om sneller een afspraak bij een arts te krijgen. Dat zei Kamerlid Jean-François Gatelier (Les Engagés) gisteren in de Commissie Gezondheid.
Gatelier gaf het voorbeeld van een Franstalig universitair ziekenhuis waar een patiënt een afspraak kan krijgen over drie maanden, maar waar het secretariaat er meteen bijzegt: "Als u een supplement betaalt, kunt u binnen 48 uur terecht."
Het Kamerlid erkent dat supplementen gerechtvaardigd kunnen zijn wanneer ze betrekking hebben op specifieke expertise, specifieke organisatorische beperkingen of kosten die niet voldoende worden gedekt door de huidige nomenclatuur.
Hij vindt het eveneens gerechtvaardigd dat artsen voor een deel van hun activiteiten geconventioneerd zijn en voor een ander deel niet, wanneer dat twee gescheiden praktijken zijn.
Maar dat patiënten sneller een afspraak kunnen krijgen bij bepaalde specialisten als ze een supplement betalen, ook al is hun medische situatie geen noodgeval, vindt hij bijzonder problematisch in een context van een tekort aan bepaalde specialisten en zeer lange wachttijden. "De afspraak voor een patiënt die meer betaalt om als eerste geholpen te worden, betekent dat er één consult minder beschikbaar is voor een echte medische noodsituatie."
Orde om advies gevraagd
Gatelier - zelf huisarts - heeft de Orde der artsen gevraagd of een ereloonsupplement in deze situatie wel deontologisch verantwoord is. De Nationale Raad van de Orde zal in september zijn standpunt over deze kwestie bekendmaken, zei Gatelier woensdag in de Commissie Gezondheid.
Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke erkende op de hoogte te zijn van deze snellere toegang tot consultaties, maar beschikt niet over gegevens over de omvang ervan. "Toegang tot de gezondheidszorg moet primair worden bepaald door medische behoeften, niet door de financiële middelen van patiënten", zei Vandenbroucke.