Bijna helft kmo’s vreest extra factuur voor langdurig zieken
Contact onderhouden zonder opdringerig over te komen, een rol aanpassen, een afwezige medewerker vervangen: arbeidsongeschiktheid zet kmo's voor grote uitdagingen. Een onderzoek van SD Worx werpt licht op deze context, die ook artsen moeten begrijpen om de terugkeer naar het werk te begeleiden.
Een langdurige afwezigheid door ziekte ontwricht al snel een klein team. Taken worden herverdeeld, collega's krijgen extra werk en het vinden van een vervanger is niet eenvoudig. In een onderzoek dat in september 2026 werd uitgevoerd onder 413 Belgische kmo's, benadrukt SD Worx een spanning: werkgevers erkennen de voordelen van re-integratie, maar worstelen met het creëren van de noodzakelijke voorwaarden.

Bijna de helft wil reïntegratie
Bijna de helft van de werkgevers (47%) gaat akkoord met de stelling dat het de moeite loont om langdurig zieke medewerkers opnieuw te integreren, eventueel in een aangepaste functie. Één op vier werkgevers (26%) deelt die overtuiging niet. Een even grote groep neemt hierover geen uitgesproken standpunt in. De bereidheid tot re-integratie verschilt aanzienlijk per regio: 56% in Vlaanderen, 39% in Brussel en 34% in Wallonië.
Deze resultaten weerspiegelen de perceptie van werkgevers. Ze meten niet de medische haalbaarheid van terugkeer naar het werk of het daadwerkelijke succes van re-integraties.
Contact onderhouden zonder druk
Het eerste obstakel betreft contact tijdens ziekteverlof. Zo geeft 43% van de werkgevers aan dat ze het moeilijk vinden om contact op te nemen met een zieke medewerker, terwijl 38% dat niet als een drempel ervaart. Eén op vijf neemt hierover een neutrale positie in.
De enquête specificeerde de redenen voor deze moeilijkheden niet, dus het kan niet worden toegeschreven aan weigering van de werknemer.
Verder is 39% van de respondenten van mening dat tijdig contact een snellere terugkeer kan bevorderen. Ongeveer drie op de tien respondenten bleven neutraal en hetzelfde aantal was niet overtuigd.
"Voor veel werkgevers blijft het een zoektocht naar de grens tussen oprechte betrokkenheid en het risico om als controlerend of opdringerig te worden ervaren."
Volgens Anneleen Verstraeten, juridisch expert kmo bij SD Worx, tonen de resultaten dat kmo-werkgevers het belang van contact tijdens ziekte erkennen, maar niet altijd weten waar de juiste balans ligt. "Ze willen betrokken blijven en de verbinding met de werkvloer behouden, terwijl ze tegelijk respectvol willen omgaan met het herstelproces van de medewerker. Voor veel werkgevers blijft het een zoektocht naar de grens tussen oprechte betrokkenheid en het risico om als controlerend of opdringerig te worden ervaren."
Voor de artsen die deze patiënten begeleiden, verdient deze onduidelijkheid aandacht: contactname door de werkgever en een terugkeer naar het werk kunnen heel verschillend worden ervaren.
Helft kmo’s bezorgd over extra factuur
Bijna de helft van de kmo’s, 48%, kijkt met bezorgdheid uit naar de eerste extra factuur voor werknemers die langer dan één maand ziek waren. Het gaat om de bijdrage van 30% van de ziekte-uitkering die het ziekenfonds of het RIZIV betaalt tijdens de 2e en 3e maand ziekte.
Slechts 17% maakt zich daar geen zorgen over, terwijl ruim een derde een neutrale houding aanneemt.
Opvallend is dat die bezorgdheid leeft bij kmo’s van uiteenlopende omvang, dus ook bij werkgevers voor wie deze maatregel vandaag niet rechtstreeks van toepassing is.
Anneleen Verstraeten wijst erop dat naast deze financiële kost een langdurige afwezigheid voor kleine kmo's een stevige impact kan hebben omdat werk moet worden herverdeeld, vervanging niet altijd evident is en de druk op de rest van het team toeneemt.
Ziekte tijdens vakantie treft Vlaamse kmo’s minder
In Vlaanderen kreeg dit jaar ongeveer één op vijf kmo’s (22%) te maken met ziektemeldingen tijdens vakantieperiodes. Dat is een duidelijke daling tegenover vorig jaar, toen één op drie Vlaamse kmo’s hiermee werd geconfronteerd. In Brussel bleef het aandeel beperkt tot 16%, terwijl in Wallonië één op drie kmo’s (33%) ermee te maken kreeg.
Gemiddeld meldde ongeveer 3% van de werknemers zich ziek tijdens een vakantieperiode. Achter dat gemiddelde gaan opnieuw regionale verschillen schuil. In Vlaanderen en Wallonië meldde gemiddeld 3% van de werknemers zich ziek tijdens de vakantie. Brussel laat een ander beeld zien: daar loopt het aandeel op tot bijna 7%.
Ook ten opzichte van vorig jaar valt een opmerkelijke verschuiving op. In 2025 meldde nog 6% van de werknemers in Vlaamse kmo’s zich ziek tijdens vakanties, tegenover 3% in Brussel. In 2026 is er voor Vlaanderen dus een daling en in Brussel een stijging.