Orde: hoe moet een arts omgaan met vraag naar valse attesten?
Het bureau van de provinciale raad West-Vlaanderen van de Orde der artsen adviseert hoe een arts moet omgaan met een vraag - soms uitgaand van een vakbond - naar een vals medisch attest.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Een arts richtte aan de provinciale raad het volgende schrijven:
"Graag wou ik weten hoe we ons beter kunnen beschermen tegen de vraag naar valse attesten/welwillendheidsattesten. Maar eigenlijk nog meer: kunnen organisaties die steevast hun leden aanzetten tot het verkrijgen van valse attesten daar ook op worden aangesproken? Met de recente veranderingen inzake werkloosheid zullen andere collega’s waarschijnlijk ook gelijkaardige vragen krijgen."
"Niet iedereen die zijn uitkering dreigt te verliezen, gaat werken. Een deel heeft daar geen zin in en zoekt een 'oplossing'. Deze situaties geven een vals verwachtingspatroon aan de patiënten. Voor hen is het: 'het is toch maar een briefje' en 'alleen zo heb ik een inkomen'."
De oplossing van de vakbond: "vraag aan de huisarts een 'ziektebriefje voor iets psychisch', dat kunnen ze toch niet controleren."
"Ook voor ons is dat geen aangename situatie. We overleggen dit ook nog eens in team om niets over het hoofd te zien. We steken er tijd in om dit uit te leggen aan de patiënt en om dit onderling te bespreken. Hoewel we correct handelen, laat dit toch een wrang gevoel achter."
De arts gaf vervolgens enkele voorbeelden van vragen om een vals attest waaronder het volgende: patiënte is bevallen en heeft geen opvang voor haar baby. De oplossing van de vakbond: vraag aan de huisarts een 'ziektebriefje voor iets psychisch', dat kunnen ze toch niet controleren.
Het advies van de provinciale raad
In zijn antwoord wijst het bureau van de provinciale raad West-Vlaanderen van de Orde der artsen op de deontologie.
- Elk getuigschrift, attest of elke verklaring dient door de arts oprecht te worden opgemaakt.
- Opzettelijk valse attesten schrijven kan leiden tot strafrechtelijke en disciplinaire vervolging.
- De arts moet uiterst nauwkeurig te werk gaan bij het verzamelen en analyseren van de elementen waarop hij zich baseert om een medisch feit te attesteren. Hij moet objectief zijn en niet ingaan op onredelijke vragen. Zijn bewoordingen moeten voorzichtig en genuanceerd zijn en zich beperken tot medische beschouwingen. Hij moet aandacht hebben voor het motief en voor de bestemmeling van het attest.
- Het attest moet preciseren of het gebaseerd is op de anamnese door de arts, op het klinisch onderzoek van de patiënt of op medische documenten (patiëntendossier), of op de verklaringen van de patiënt (dixit-attest).
- Wanneer het gaat om het attesteren van de huidige medische toestand van de patiënt, moeten het medisch onderzoek en het opstellen van het getuigschrift gelijktijdig gebeuren of toch dicht na elkaar, behalve in de uitzonderlijke situatie van een definitieve gezondheidstoestand.
- Wanneer het attest de gezondheidstoestand van de patiënt op een moment voorafgaand aan het opstellen ervan betreft, mag het gebaseerd zijn op medische elementen die op dat moment werden verzameld. Het moet steeds gedateerd zijn op de datum waarop het werd opgesteld’.
De bevoegdheid van de Provinciale Raad
Artikel 6, 3° van het KB nr. 79 betreffende de Orde der artsen geeft aan de provinciale raden de bevoegdheid om op eigen initiatief of op hun verzoek, aan de leden van de Orde, adviezen te verstrekken over vragen van de medische plichtenleer die geen oplossing krijgen in de code van medische plichtenleer of de rechtspraak hierover.
Deze adviezen worden ter goedkeuring aan de nationale raad gezonden en daarna aan de provinciale raad die ze overmaken aan de betrokken arts(en).
In het hierboven besproken advies wordt geen melding van deze procedure gemaakt.
Bron: Oratio, 2026, nr. 3, 6-7.