OpinieRiziv

Onrust over ACA-hervorming groeit

De honorering van consultaties en aanverwante verstrekkingen (ACA) is een belangrijk onderdeel van de nomenclatuurhervorming. Het RIZIV beloofde een 'plausibiliteitsanalyse'. Wat er nu op tafel ligt, zorgt echter vooral voor onzekerheid.

15 oktober 2026

Stan Politis, voorzitter FMS, bestuurslid BVAS-bestuur

Dr. Stan PolitisOp 27 maart 2026 verscheen het lijvig rapport van de werkgroep ‘ACA’ (consultaties en aanverwante verstrekkingen), met bijlagen. Deze verstrekkingen vertegenwoordigen zo’n 35% van de uitgaven van de artsenhonoraria, die voor 2027 geraamd worden op zo’n 12,7 miljard euro.

Aan elk van deze intellectuele acten werd een relatieve waarde (RVU) toegekend - een rekeneenheid die afhangt van de tijd, de complexiteit en het risico van elke verstrekking. Dat gebeurt op basis van debatten met en tussen zorgverleners, ziekenfondsen, RIZIV, lobbygroepen, representatieve artsenorganisaties en andere actoren.

Er werd toen toegezegd aan de artsen om over te gaan tot een  ‘plausibiliteitsanalyse’ waarbij op basis van alle nuttige beschikbare gegevens zou worden nagegaan ‘in welke mate de voorgestelde gemiddelde duurtijden van de verstrekkingen zich vertaalde in een realistische en haalbare gemiddelde tijdsbesteding van de artsen’.

Hierbij kijken de artsen zélf uiteindelijk maar naar 4 gegevens:

  • Hoeveel RVU’s kan ik omzetten per acte/per dag/per week/per jaar?
  • Wat is de euro-waarde van de RVU, die voor àlle werven (ACA, ATMC, AMTAA) éénzelfde waarde zal hebben?
  • Zullen op die intellectuele prestaties nog afhoudingen van toepassing zijn in de ziekenhuissector?
  • Zal ik nog kunnen rekenen op een praktijkvergoeding voor directe en indirecte kosten, of zullen die door de toegekende RVU moeten gedekt zijn?

Is deadline wel haalbaar?

Tussen het verslag van de werkgroep en het uiteindelijk resultaat moeten nog een heel aantal stappen doorlopen worden, waaronder: een interdisciplinaire weging zoals in de ATMC werd uitgevoerd; de harmonisatie tussen ACA-ATMC-AMTAA; de berekening van het totaal aantal RVU’s dat moet gefinancierd worden vanuit het op 1 januari 2029 beschikbare totaalbudget van de honoraria; en of in die berekening ook rekening moet gehouden worden met de (zéér talrijke) ‘desiderata’ voor acten die thans niet opgenomen zijn in de nomenclatuur en en waarvoor er géén nieuwe financiering voorhanden is.

Daarnaast moeten de toepassingsregels, de cumulregels, de attributen, de facturatieregels en de nodige KB’s worden opgesteld, en moeten de onderhandelingen binnen elk ziekenhuis voor een aangepaste kostenregeling afgerond worden. Kortom: redenen genoeg om stilaan bezorgd te worden of alles tegen 1 januari 2029 wel feilloos operationeel kan zijn.

Geen evidente oefening

Toch hebben we als artsengroep de maatschappelijke plicht om hieraan mee te werken om tot een zo evenwichtig mogelijk voorstel te komen dat rekening houdt met de doelstellingen van de nomenclatuurhervorming, waaronder het verkleinen van de inkomstenverschillen tussen de verschillende specialismen voor vergelijkbaar intellectueel werk en zo mogelijk het intellectuele werk beter te valoriseren.

De werkgroep ACA vertrok niet vanuit de bestaande nomenclatuur, maar vanuit een ‘wit blad’.

Dit alles moet gebeuren binnen een gesloten budget. Het wordt dus een zero-sum verhaal: wat de ene meer krijgt, krijgt de andere minder. Het wordt géén evidente oefening om dit in solidariteit te realiseren. Dat geldt overigens niet alleen voor artsen.

De werkgroep ACA vertrok niet vanuit de bestaande nomenclatuur, maar vanuit een ‘wit blad’. Het gevolg daarvan is dat simulaties op basis van de huidige nomenclatuur nagenoeg onmogelijk zijn, zeker omdat er zovele nieuwe prestaties zijn gedefinieerd.

$De omzetting van ACA-verstrekkingen van “as is" naar “to be” kent daarom vier categoriën: 1-1 (identieke libellés, eventueel aangepaste toepassingsregels); n-1 (samenvoeging van meerdere codes naar één enkele code); n-m (complexe samenvoeging van meerdere codes tot meerdere nieuwe codes); en 0-1 (introductie van nieuwe codes).

Je hebt dus disciplines, een totaalbudget honoraria, en eigenlijk ook een ‘deelbudget ACA’. Wat je als arts vooral wil weten, is hoeveel RVU’s binnen iedere discipline gefinancierd moeten worden. Voor ACA is afgesproken dat de tijd de dominante factor is, en de factoren complexiteit en risico op ‘2’ worden geplaatst. Kortom: het is op basis van tijd dat disciplines voor wat ACA betreft met elkaar zullen vergeleken worden. En binnen een discipline wil je weten: hoeveel uren of FTE-artsen aan ACA-prestaties moeten gefinancierd worden door het RIZIV-budget?

Hoeveel uren werken artsen?

De plausibiliteitsanalyse die nu voorligt, maakt duidelijk dat er gewerkt wordt op basis van twee grote principes: drie RVU’s worden gelijkgesteld met één uur intellectueel ACA-werk, en dit geldt voor alle disciplines. Het aantal FTE’s binnen een discipline wordt berekend zoals in de PLANKAD-formules die de FOD gebruikt.

Hierbij wordt 1 FTE gebaseerd op het mediaan van de inkomsten van zorgverleners in de leeftijdscategorie 35-64 jaar binnen het vakgebied, met een afkapping op 2 FTE zodat er voldoende variabiliteit en flexibiliteit in een praktijk kan behouden blijven. Deze FTE-aantallen wijken niet zoveel af van het aantal artsen van een discipline met praktijk, zoals terug te vinden zijn in de RIZIV-statistieken per discipline.

Zo krijgt men het totaal aantal ACA-RVU's, of het totaal aantal uren per jaar voor het totale aantal FTE’s van een discipline. Ga uit van 48 werkweken, dan krijg je het berekende aantal te financieren uren per week per FTE voor het 'ACA'-gedeelte van die discipline.

Deze oefening werd door het RIZIV minutieus en gedetailleerd uitgevoerd (een immens werk) voor volgende disciplines: psychiatrie, intensieve zorgen, acute geneeskunde en urgentiegeneeskunde, huisartsen, endocrinologen, reumatologen, neonatale intensieve zorgen, fysische geneeskunde, geriatrie. De oefening betrof dus uitsluitend het ACA-gedeelte.

Een voorbeeld

Een concreet voorbeeld kan dit complexe verhaal hopelijk wat duidelijk maken

Een discipline met 374 FTE’s realiseert 849.047 gevallen/jaar voor een bepaalde ACA-prestatie, bijvoorbeeld in categorie type 1-1 (identieke libellés), wat een hoge betrouwbaarheid biedt voor het geschatte aantal gevallen. Gewaardeerd aan een RVU van 2,25 zijn dat 1.910.417 RVU’s/jaar.

Deze discipline realiseert dan voor die ACA-prestatie, à rato van 3 RVU’s per uur, 636.806 uur/jaar. Voor de 374 FTE’s in die discipline is dat 1702 uur/ FTE of 35,46 uur per week per FTE - voor die ene ACA-prestatie.

Vervolgens tracht men de som te maken van àlle ACA-prestaties van die discipline en berekent men de theoretische werkweek van die discipline. Wanneer - louter hypothetisch - één discipline aan 20 uren per week uitkomt, en een andere aan een totaal van 160 uren per week per FTE, dan kan het misschien zijn dat de onderhandelde RVU-waarde moet bijgesteld worden, of het aantal RVU’s geplafonneerd per dag. Deze interpretatie is de dominante strekking aan de kant van de overheid.

In de oefening van het RIZIV kwam het gewogen gemiddeld uit op 43,2 uur/FTE/week (berekend aan 48 weken/jaar). Vervolgens trachtte men een kijk te krijgen op het aantal RVU’s mét en zonder out-of-hours toeslagen en permanenties.

Op basis van deze plausibiliteitsanalyse wordt voorgesteld om de spreidstand van de intellectuele ACA-prestaties tussen disciplines te variëren tussen 1 en 1,75, om nieuwe prestaties geleidelijk in te voeren naarmate er nieuwe financiering voor wordt gevonden en om de out-of-hours toeslagen en permanenties te attenueren.

Het achterliggende motief voor deze beperkingen is het handhaven van een redelijke RVU-euro waarde, want de medische gemeenschap rekent op een RVU-waarde van 1, uitgedrukt in euro's, die niet lager is dan een basisconsultatie bij de huisarts.

Grote verschillen

De boodschap was alvast dat er nog te grote verschillen zijn tussen disciplines op basis van het document van 27 maart 2026, dat het totaal aantal RVU’s voor een gesloten budget noopt tot het hercalibreren van de RVU’s en tot het beperken van de opname van nieuwe prestaties om zo alsnog een ‘redelijke’ RVU waarde in euro te behouden.

Het vinden van extra financiering in de huidige budgettaire context van het land is een utopie.

Het is nog onduidelijk hoe de verdere rondes moeten verlopen. Het vinden van extra financiering in de huidige budgettaire context van het land is een utopie. Zolang niemand weet wat de nieuwe nomenclatuur voor hem of haar in euro's betekent, zal er vooral onrust en lobbying heersen tussen de verschillende disciplines.

Voor extramurale praktijken blijft de vraag bestaan wie de praktijkkosten zal vergoeden. Voor de intramurale praktijken blijft de vraag of ze nog bijkomend moeten rekening houden met eventuele afhoudingen door de ziekenhuizen, en wie zal instaan voor de financiering van beschikbaarheden en permanenties.

Rechtmatige vragen

Mijns inziens komt er ook een ander aspect naar voren in dit model. Het kan goed zijn dat disciplines het moeten doen met zeer weinig FTE’s en dan heb je een groot aantal ‘uren’ per FTE. Maar zéker is ook dat, vertrekkende van het witte blad, duidelijk is geworden dat de artsengemeenschap vélé uren, véle prestaties en véle overlegmomenten realiseert zonder hiervoor een passende renumeratie te krijgen. Dat geldt zowel in de ziekenhuizen, maar ook in de ambulante praktijken (bv. ambulante psychiatrie).

De ‘desiderata’ naar een passende vergoeding daarvoor werden  door de werkgroep ACA als rechtmatig ingeschat. De financiering van deze rechtmatige vragen vanuit een ‘verschuiving’ van andere honoraria is maar beperkt mogelijk, want anders zakt de RVU-waarde naar onaanvaardbare laagten. Erop rekenen dat de ATMC en AMTAA dit zullen compenseren als éérst de ziekenhuizen gevoed worden met het gedeelte werkingskosten van medische prestaties, zal ook maar beperkt kunnen.

Als de artsen er onderling niet uit geraken, zullen anderen het voor de artsen beslissen.

We kennen het antwoord van de ziekenfondsen: “appropriate care”. Knip alle ‘unjustified’ zorgvragen en ‘unjustified’ zorghandelingen uit het budget, en dan zit daar ruimte voor investeringen. Dat verhaal kennen we: creatieve destructie. Besparen om ruimte te maken voor investeringen.

Taboes blijven overeind

De realiteit van de laatste jaren heeft ons echter dit geleerd: er wordt inmiddels véél meer bespaard en in de zorg gesneden dan er wordt geïnvesteerd. Enkele taboes blijven ongewijzigd overeind: “de juiste zorg op de juiste plaats” is onbespreekbaar (art.15§2); snoeien in overregulering is onbespreekbaar; de fusie van de talrijke politieke instellingen die zich bezighouden met gezondheid en gezondheidszorg in het land is onbespreekbaar.

Feit is dat als de artsen er onderling niet uit geraken, anderen het voor de artsen zullen beslissen. De richting is echter duidelijk. De vergoeding per acte blijft bestaan, maar de vergoeding per uur wordt de dominante factor voor de intellectuele prestaties, zonder te tornen aan het gesloten budget van honoraria.

De karavaan van artsen trekt voort in dichte mist, mistlampen aan, gedwongen tot een hogere snelheid door een naderende deadline. De buitenstaanders kijken genoegzaam toe,  want àls er slachtoffers vallen bij botsingen in de mist, dan zijn ze gerust: er zijn voldoende artsen aanwezig…

Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Wat heb je nodig

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
17 april 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine