Vrouwelijke zorgmedewerkers verdienen 28% minder dan mannen
Vrouwen verdienen in de Europese zorg- en gezondheidssector gemiddeld 19 procent minder per uur en 28 procent minder per maand dan mannen. Dat blijkt uit een analyse van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 43 landen van de Europese WHO-regio.

Bijna 77 procent van het personeel in de gezondheids- en zorgsector in die landen is een vrouw. Opmerkelijk is dat de loonkloof groter wordt naarmate de werknemer hoger op de ladder komt. Onderaan de loonschaal verdienen vrouwen ongeveer 2 procent minder per uur dan mannen. Bovenaan echter is dat bijna 23 procent.
"Vrouwen worden minder betaald voor hetzelfde werk en worden gepasseerd voor functies die beter betalen"
In leidinggevende functies in de gezondheidszorg en de zorg werken meer vrouwen dan in leidinggevende functies in andere sectoren. Toch worden ze daar minder voor betaald: gemiddeld 22 euro per uur, tegenover 24,70 euro in vergelijkbare functies elders. Het rapport concludeert dan ook dat hoe meer een functie in de sector door vrouwen wordt gedomineerd, hoe lager het loon is, ongeacht de vaardigheden of verantwoordelijkheden.
Volgens dr. Azzopardi Muscat, directeur van de afdeling Gezondheidszorgstelsels bij WHO/Europa, is dat niet te wijten aan het feit dat vrouwen minder uren werken, jonger zijn of in andere delen van de sector werkzaam zijn. "Het komt neer op de manier waarop de sector het werk van vrouwen waardeert."
Dat vrouwen minder verdienen in de sector zorgt voor "lagere pensioenen, minder financiële zekerheid op oudere leeftijd en een hoger risico op armoede voor vrouwen die hun werkzame leven hebben gewijd aan de zorg voor anderen". "Dat is geen toeval en het heeft niets te maken met kwalificaties", zegt dr. Azzopardi Muscat nog. "Vrouwen worden minder betaald voor hetzelfde werk en worden gepasseerd voor functies die beter betalen."
Grootste werkgever
De gezondheids- en zorgsector is de op drie na grootste werkgever in de Europese WHO-regio en vertegenwoordigt ongeveer 10 procent van alle werkgelegenheid. Voor vrouwen is de sector bijzonder belangrijk: bijna 17 procent van alle werkende vrouwen in de regio werkt in de sector, tegenover 5 procent van de mannen.
In België, Denemarken en Noorwegen werkt ongeveer een op de vier werkende vrouwen in de gezondheids- en zorgsector. In Frankrijk, Duitsland, Ierland, Nederland en Zwitserland is dat ongeveer een op de vijf.
De WHO roept de lidstaten op om onder meer loontransparantie en rapportering over de loonkloof te versterken, gegevens over lonen beter uit te splitsen naar geslacht en beroep, en de wetgeving rond gelijk loon beter te handhaven. Ook moeten volgens de organisatie structurele drempels die vrouwen verhinderen door te stromen naar beter betaalde en leidinggevende functies worden aangepakt.
De analyse combineert gegevens uit 2023 voor 32 landen met gegevens uit 2017-2019 voor nog eens elf landen. In totaal gaat het om 43 van de 53 lidstaten van de WHO Europese regio.
Lees hier het volledige rapport.