Drie hittegolven veroorzaakten 3.000 extra sterfgevallen
Sciensano maakte op 3 september de balans op van de hittegolven van afgelopen zomer met cijfers over de derde hittegolf (van 28 juli tot 16 augustus) en een actualisering van de cijfers over de tweede hittegolf (van 4 tot 17 juli). De derde hittegolf ging gepaard met 365 extra sterfgevallen. De cijfers moeten echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd en kunnen nog worden bijgesteld.

Sciensano analyseerde de eerste twee hittegolven al in publicaties op 16 juli en 6 augustus. Op 3 september publiceerde het wetenschappelijk instituut cijfers over de derde hittegolf, die ons land trof van 28 juli tot 16 augustus, en actualiseerde het de gegevens over de tweede hittegolf. Deze derde hittegolf was minder dodelijk dan de tweede en vooral dan de eerste hittegolf.
De update van 3 september spreekt voor de derde hittegolf over 365 extra sterfgevallen op een totaal van 5.562 overlijdens, ofwel een oversterfte van 7% voor heel België. In absolute cijfers registreerde Vlaanderen opnieuw het grootste aantal extra sterfgevallen (221, een stijging met 7,2%). Relatief gezien was de toename echter het grootst in Wallonië: +9,9%, of 171 extra sterfgevallen. In Brussel werd tijdens deze periode geen oversterfte vastgesteld. Onder bewoners van woonzorgcentra werden 71 extra sterfgevallen geregistreerd (+5,3%).
De bijgewerkte balans van de tweede hittegolf (4 tot 17 juli), maakt melding van 535 meer overlijdens dan verwacht, goed voor een oversterfte van 14,8%. Vlaanderen registreerde 310 extra sterfgevallen, tegenover 198 in Wallonië en 42 in Brussel.
Ter herinnering: tijdens de volledige eerste hittegolf, die liep van 18 juni tot 1 juli, werden 1.747 extra sterfgevallen geregistreerd ten opzichte van het verwachte aantal, wat neerkomt op een oversterfte van 47,8%. Wallonië werd het zwaarst getroffen, met een oversterfte van 76%. "Deze hittegolf trof niet alleen ouderen", stelt Sciensano vast. "Ook bij personen van 15 tot 64 jaar werd een oversterfte van 61,3% waargenomen." De gegevens zijn afkomstig van Be-MOMO, het inmiddels bekende surveillancesysteem voor sterfte door alle oorzaken.
Voorzichtigheid
De drie gedocumenteerde periodes vertegenwoordigen samen 2.945 overlijdens meer dan verwacht. Sciensano roept evenwel op tot voorzichtigheid. "Dit gecumuleerde cijfer komt niet overeen met overlijdensakten waarin hitte formeel als doodsoorzaak wordt vermeld. Het meet een epidemiologisch signaal in de tijd door het aantal waargenomen overlijdens te vergelijken met het verwachte aantal op basis van de vijf voorgaande jaren. De cijfers kunnen nog worden bijgesteld."
De dodelijkste dag was 27 juni, met 641 overlijdens, of een oversterfte van 146,5%. "De volgende dag, 28 juni, bleef de sterfte uitzonderlijk hoog, met 632 geregistreerde overlijdens (+143,1% oversterfte). Eind juni bedraagt het verwachte aantal overlijdens ongeveer 260 per dag."
Preventie en anticipatie
De opeenvolging van deze periodes roept vragen op over de aanpassing van het gezondheidszorgsysteem en het preventiebeleid. Iedereen moet er rekening mee houden dat er de volgende jaren nieuwe hittegolven op ons zullen afkomen. Sciensano benadrukt "het belang van preventie in alle leeftijdsgroepen, zodra langdurig hoge temperaturen en hoge nachttemperaturen worden aangekondigd."
De hittegolf van juni blijft "ongeëvenaard sinds het begin van de geanalyseerde tijdreeks in 2000." Op basis van de eerste balans, afgesloten op 1 juli, overtrof ze toen al het vorige record van augustus 2020: "1.557 extra sterfgevallen en een oversterfte van 37,5%. De periodes van juli 2022 (+12%), augustus 2022 (+11%) en juni 2023 (+6%) hadden een duidelijk beperktere impact."
Warme nachten
De omvang van de oversterfte is het gevolg van een combinatie van meteorologische en omgevingsfactoren. "Vanaf 18 juni lagen de maximumtemperaturen gedurende tien opeenvolgende dagen rond 30 °C. Drie dagen lang bedroegen ze ongeveer 35 °C, met een piek van 35,5 °C op 26 juni."
Ook 's nachts bleef het relatief benauwd. De Belgen kregen dus nauwelijks verkoeling. "Gedurende tien nachten bleef de minimumtemperatuur boven 18 °C; in de nachten van 25 en 26 juni lag ze dicht bij 24 °C. Het uitblijven van nachtelijke afkoeling beperkt het fysiologische herstel." Ook woningen koelen dan nauwelijks af.
Daarnaast speelde ozon een rol. Volgens de berekeningen lagen de ozonconcentraties gedurende tien opeenvolgende dagen boven 100 µg/m³ en werd op 25, 26 en 27 juni de Europese drempel overschreden. "Op 25 juni werden in Vlaanderen en Brussel ook hoge concentraties fijnstof PM2,5 gemeten."
Lees de waarschuwingen van de klimaatarts op pagina’s 12 en 13.