Verbod inseminatie bij meer dan zes vrouwen geldt niet altijd
Onderzoek naar Nederlandse massadonor
In de berichtgeving over de Nederlandse spermadonor, wiens zaadcellen ook in België werden gebruikt, wordt vaak gesteld dat er een wettelijk verbod is om zaadcellen van eenzelfde donor te gebruiken bij meer dan zes vrouwen. Deze stelling is niet volledig correct.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) onderzoekt momenteel of een 'massadonor' uit de Nederlandse regio Groningen ook in België kinderen heeft verwekt. De Nederlandse Stichting Donorkind heeft weet van Nederlandse moeders die in totaal 121 kinderen van de spermadonor hebben. De man doneerde sperma via fertiliteitsklinieken, maar veel moeders zijn via internet direct met hem in contact gekomen.
In de berichtgeving over deze Nederlandse spermadonor wordt steeds herhaald dat er in België een wettelijk verbod is om zaadcellen van eenzelfde donor te gebruiken bij meer dan zes vrouwen. Dat klopt niet helemaal.
Inseminatie van gameten zonder een overeenkomst met een centrum voor in vitro fertilisatie is wettelijk niet verboden
Definitie van ‘donor van gameten’
Artikel 55, eerste lid van de wet van 6 juli 2007 betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo's en de gameten bepaalt inderdaad: ‘De gameten van eenzelfde donor mogen niet gebruikt worden om bij meer dan zes verschillende vrouwen telkens één of meer kinderen geboren te laten worden’.
Maar deze bepaling moet worden begrepen in het licht van de definitie van ‘donor van gameten’ in artikel 2, p) van diezelfde wet. Die definitie luidt als volgt: ‘persoon die bij overeenkomst ten kosteloze titel, gesloten met een centrum voor in-vitrofertilisatie, gameten afstaat opdat ze in het kader van medisch begeleide voortplanting worden gebruikt bij ontvangers van gameten zonder dat een afstammingsband kan worden vastgesteld tussen het ongeboren kind en de donor’.
Maar inseminatie van gameten zonder een overeenkomst met een centrum voor in vitro fertilisatie is wettelijk niet verboden. De centra voor in vitro fertilisatie hebben krachtens artikel 3 van de wet van 6 juli 2007 wel een wettelijk monopolie voor in vitro fertilisatie, maar niet voor inseminatie van gameten. Iedere arts kan inseminatie van gameten toepassen. Zelfs een leek kan dat; dat is dan wel onbevoegd, maar wordt pas onwettelijk als het ‘gewoonlijk’ gebeurt.
Als we ervan uitgaan dat de Nederlandse spermadonor geen overeenkomst had met een centrum voor in vitro fertilisatie, is hij dus geen donor van gameten zoals bedoeld in de wet van 6 juli 2007. En dan is het verbod om de gameten van deze donor in België bij meer dan zes verschillende vrouwen te gebruiken, niet van toepassing.
De overtreding van artikel 55, eerste lid kan krachtens artikel 73 strafrechtelijk worden gesanctioneerd. Daarom is ook een strikte interpretatie van die bepaling nodig.