Kaderwet goedgekeurd in plenaire vergadering van de Kamer
De plenaire vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft donderdagavond de twee Kaderwetten van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke goedgekeurd. Dat gebeurde meerderheid tegen oppositie, met onthoudingen van Anders en DéFI.
Over de 'kaderwet' van minister Vandenbroucke vloeide de voorbije maanden al veel inkt. De ontwerpteksten van de minister leidden vorige zomer zelfs tot een artsenstaking, en ook binnen de meerderheid was er wrevel over.
Lees ook: N-VA kan leven met kaderwet 2.0
Een van de maatregelen die ongerustheid veroorzaakten, was de mogelijkheid om het Riziv-nummer tijdelijk te schorsen van een zorgverstrekker die zware inbreuken pleegt. De minister benadrukte tijdens de debatten in de Kamer dat de sanctie enkel kan worden uitgesproken door een administratief rechtscollege met een magistraat-voorzitter en vertegenwoordigers uit de zorgsector.
De kaderwet grijpt ook in op de ereloonsupplementen. Oorspronkelijk had Vandenbroucke een maximumplafond van 125 procent in de ziekenhuizen en 25 procent daarbuiten in gedachten, maar die percentages zijn verdwenen uit de tekst. De ziekenfondsen en zorgverleners moeten tegen 31 juli 2027 zelf met een voorstel komen. Indien dat niet lukt, beslist de regering. De regeling gaat in 2028 pas van kracht.
De kaderwet omvat ook een herziening van het tijdschema voor de voorbereiding van de gezondheidsbegroting. De minister moet uiterlijk 20 juli een opdrachtbrief indienen waarin de prioriteiten voor het komende begrotingsjaar duidelijk worden uiteengezet.
Tot slot omvat de wet een aantal maatregelen om conventionering voor artsen aantrekkelijker te maken. Zo zal een deel van de premies in de toekomst alleen nog naar geconventioneerde zorgverstrekkers gaan. In ruil zal er binnen het conventioneringsmodel wel meer tariefflexibiliteit mogelijk zijn, bijvoorbeeld om tijdelijk te werken met richttarieven.