BVAS: Kaderwet blijft bedreiging voor toekomst gezondheidszorg
De Kaderwet werd ondanks breed gedragen bezorgdheden uit het werkveld goedgekeurd in de plenaire vergadering van de Kamer. Volgens BVAS vormt de wet een bedreiging voor de toekomst van de gezondheidszorg.
Sinds de eerste ontwerpversie van deze kaderwet heeft BVAS alle mogelijke middelen ingezet om de schadelijke impact van deze hervorming te beperken. Dat gebeurde via syndicale acties, intensief overleg, onderbouwde juridische en inhoudelijke nota’s, en gesprekken met alle betrokken beleidsniveaus en stakeholders.
Beperkte bijsturing, blijvende fundamentele bezwaren
Dankzij die inspanningen konden enkele scherpe en disproportionele elementen uit de oorspronkelijke teksten worden afgezwakt. Zo werden onder meer de mogelijkheid tot gedeeltelijke conventionering opnieuw ingevoerd en de meest verregaande voorstellen inzake eenzijdige plafonnering van ereloonsupplementen bijgestuurd, waardoor opnieuw meer ruimte is voor overleg binnen de bestaande conventiestructuren.
Ook werden bepaalde mechanismen inzake sanctionering gedeeltelijk ingeperkt. De oorspronkelijke mogelijkheid tot intrekking van het RIZIV-nummer werd geschrapt, terwijl de regeling rond de opschorting ervan strikter werd ingekaderd.
LEES OOK: Kaderwet goedgekeurd in plenaire vergadering van de Kamer
"Deze bijsturingen nemen evenwel niet weg dat de kaderwet fundamenteel problematisch blijft."
Deze bijsturingen nemen evenwel niet weg dat de kaderwet fundamenteel problematisch blijft. De hervorming zet duidelijk verder in op een gecentraliseerd en ministerieel gestuurd beslissingsmodel, waarbij het paritair overleg wezenlijk aan slagkracht inboet en in de praktijk dreigt te worden herleid tot een louter protocollaire rol. Kortom, een verschuiving in de richting van een staatsgeneeskunde, waarbij beleidsdirectieven in belangrijke mate top-down worden opgelegd, terwijl de inbreng van artsen en hun vertegenwoordigers steeds verder naar de achtergrond verdwijnt.
Tegelijk wordt het geheel gekenmerkt door een aanzienlijke uitbreiding van administratieve controle- en sanctiemechanismen. Dit verhoogt de druk op de dagelijkse praktijkvoering en creëert bijkomende onzekerheid voor zorgverstrekkers. In het bijzonder blijft de regeling rond de opschorting van het RIZIV-nummer een kernbezorgdheid, aangezien dit instrument onvoldoende strikt is afgebakend tot bewezen ernstige fraude, zoals door BVAS en Kartel nochtans herhaaldelijk bepleit.
Daarnaast blijven ook andere structurele aandachtspunten overeind, zoals de verdere uitholling van het conventiemodel, de toenemende beleidssturing van honoraria, en de beperktere voorspelbaarheid van het kader waarbinnen supplementen en praktijkvoering worden georganiseerd.
De sterk opgevolgde staking en de talrijke reacties van artsen op de evenredigheidsrichtlijn bevestigen bovendien dat de bezorgdheden van BVAS breed worden gedragen binnen het artsenkorps. De maatregelen gaan verder dan wat noodzakelijk en proportioneel kan worden verantwoord.
Het is daarbij bijzonder problematisch dat de synthesenota grotendeels werd genegeerd en dat een volwaardige impactanalyse, zoals verplicht door de evenredigheidsrichtlijn, ontbreekt. Dit wijst op een structureel gebrek aan ernst in de beleidsvoorbereiding en een onvoldoende integratie van de stem van het werkveld.
Structurele scheeftrekkingen in het zorgbeleid
Tegelijkertijd komen opnieuw ernstige tekortkomingen in het bredere zorgsysteem aan het licht, onder meer in de opvolging van langdurig zieken door de ziekenfondsen. RIZIV-analyses tonen aanzienlijke verschillen tussen mutualiteiten en wijzen op een niet te verwaarlozen aandeel dossiers die onterecht of te langdurig werden erkend.
BVAS blijft daarom eisen dat de controle op arbeidsongeschiktheid wordt toevertrouwd aan een onafhankelijk orgaan, los van belangenvermenging binnen het huidige systeem.
LEES OOK: Vandenbroucke stelt nieuw pact met ziekenfondsen voor
"BVAS blijft eisen dat de controle op arbeidsongeschiktheid wordt toevertrouwd aan een onafhankelijk orgaan"
Het is in dat licht moeilijk te verantwoorden dat artsen geconfronteerd worden met steeds zwaardere en veralgemeende maatregelen op basis van uitzonderlijke dossiers, terwijl structurele inefficiënties en mogelijke misbruiken elders binnen het systeem jarenlang onvoldoende worden aangepakt.
BVAS eist dat dezelfde doortastendheid wordt toegepast bij de ziekenfondsen, waar falende controle, inefficiëntie en systematische tekortkomingen aantoonbaar zijn.
Een gevaarlijk kantelpunt voor de gezondheidszorg
BVAS waarschuwt met aandrang voor de langetermijngevolgen van deze kaderwet. Indien deze evolutie wordt doorgezet, dreigt een structurele aantasting van de aantrekkelijkheid van het artsenberoep, met directe gevolgen voor de instroom van jonge artsen, de toegankelijkheid van zorg en de kwaliteit van de patiëntenzorg. Een beleid dat steeds verder evolueert richting wantrouwen, administratieve overbelasting en sanctionering dreigt het fundament van de Belgische gezondheidszorg blijvend te ondergraven.
BVAS zal dit kader dan ook scherp blijven opvolgen en sluit verdere juridische stappen niet uit. Indien geen fundamentele bijsturing volgt in toekomstige regelgeving of uitvoeringsbesluiten, dreigt deze kaderwet een kantelmoment te worden waarop het Belgische zorgsysteem structureel werd verzwakt, met langdurige en mogelijk onomkeerbare gevolgen.
"Deze bijsturingen nemen evenwel niet weg dat de kaderwet fundamenteel problematisch blijft."