Wetsvoorstel: taalkennis als voorwaarde voor beroepsuitoefening
Gezondheidszorgbeoefenaars moeten voldoende kennis kunnen aantonen van een officiële taal van het taalgebied waar ze willen werken. Dat staat in een wetsvoorstel van Frieda Gijbels (N-VA).
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Kamerlid Frieda Gijbels (N-VA) diende op 18 mei bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel in tot wijziging van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg voor wat betreft de taalbeheersing van gezondheidszorgbeoefenaars.
Dit wetsvoorstel beoogt deze wet te wijzigen voor wat betreft de taalbeheersing van gezondheidszorgbeoefenaars zodat hij of zij een bewijs van voldoende kennis van een officiële taal van het taalgebied of de taalgebieden waar hij zijn beroepsactiviteiten uitoefent of wenst uit te oefenen moet aanleveren als voorwaarde om het desbetreffende beroep in België te kunnen uitoefenen.
Taalbeheersing als kwaliteitsvoorwaarde
Sinds de invoering van de wet van 18 mei 2024 tot wijziging van de Zorgkwaliteitswet en van de WUG voor wat betreft de taalbeheersing van gezondheidszorgbeoefenaars is taalbeheersing voor alle (Belgen, Europese en niet-Europese onderdanen) gezondheidszorgbeoefenaars als een kwaliteitsvoorwaarde in de wet ingeschreven.
Alleen blijft de uitwerking van deze wet volgens Gijbels theorie, omdat er geen rekening wordt gehouden met de taalkundige situatie van dit land. De huidige regeling gaat er van uit dat de Belgische burger drietalig is en dus steeds voldoende wordt geholpen wanneer een gezondheidszorgbeoefenaar een van de drie landstalen (Nederlands, Duits of Frans) spreekt.
Taalbeheersing als voorwaarde voor beroepsuitoefening
Dit wetsvoorstel beoogt daarom dat de gezondheidszorgbeoefenaar een bewijs van voldoende kennis van een officiële taal van het taalgebied of de taalgebieden waar hij zijn beroepsactiviteiten uitoefent of wenst uit te oefenen moet aanleveren als voorwaarde om het desbetreffende beroep in België te kunnen uitoefenen.
Er worden geen wijzigingen doorgevoerd aan de wijze waarop de taalbeheersing moet worden bewezen.
Wijzigingen in artikel 11 Zorgkwaliteitswet
Artikel 11, eerste lid Zorgkwaliteitswet bepaalt dat het in artikel 10 bedoeld visum wordt uitgereikt door het Directoraat-generaal Gezondheidszorg van de FOD Volksgezondheid op basis van het basisdiploma van de gezondheidszorgbeoefenaar en op basis van het bewijs van voldoende kennis van de Nederlandse, Franse of Duitse taal om het desbetreffende beroep in België te kunnen uitoefenen.
Artikel 2 van het wetsvoorstel stelt voor de woorden ‘de Nederlandse, Franse of Duitse taal om het desbetreffende beroep in België te kunnen uitoefenen’ te vervangen door de woorden ‘een officiële taal van het taalgebied of de taalgebieden waar hij zijn beroepsactiviteiten uitoefent of wenst uit te oefenen en dient als voorwaarde om het desbetreffende beroep in België te kunnen uitoefenen’.
Artikel 11/1, eerste lid van de Zorgkwaliteitswet bepaalt dat de gezondheidszorgbeoefenaar te allen tijde de Nederlandse, Franse of Duitse taal voldoende beheerst om zijn gezondheidszorgberoep op een kwaliteitsvolle manier te kunnen uitoefenen.
Artikel 3 van het wetsvoorstel stelt voor om de woorden ‘De gezondheidszorgbeoefenaar beheerst’ te vervangen door de woorden ‘Afhankelijk van het taalgebied waar hij gevestigd is, beheerst de gezondheidszorgbeoefenaar’.