Cassatie: ongeldig advies medische raad tast geldigheid afzetting ziekenhuisarts niet aan
Een ongeldig advies van de medische raad doet op zich niets af aan de geldigheid van de beslissing van de beheerder om een ziekenhuisarts te ontslaan. Dat oordeelde het Hof van Cassatie.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Hof van Cassatie velde op 17 november 2025 een arrest over de afzetting van een ziekenhuisarts.
Het beroep was ingesteld door het betrokken ziekenhuis tegen een arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 december 2015 (sic!).
De ziekenhuisarts was afgezet om dringende redenen na een unaniem gunstig advies van de medische raad. De medische raad had de ziekenhuisarts niet gehoord. Wettelijk is dat niet verplicht, maar in de algemene regeling tussen het ziekenhuis en de medische raad was het horen van de ziekenhuisarts wel bepaald.
Het hof van beroep had geoordeeld dat het niet horen van de ziekenhuisarts door de medische raad een schending van het recht van verdediging vormde, waardoor de geldigheid van de beslissing van de medische raad was aangetast, en derhalve ook de geldigheid van de beslissing van het ziekenhuis inzake de afzetting om dringende redenen.
Ongeldigheid beslissing medische raad tast geldigheid afzetting niet aan
Overeenkomstig artikel 16 van de Ziekenhuiswet - zoals van toepassing voor de wijziging bij de wet van 28 februari 2019 - berust de algemene en uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de ziekenhuisactiviteit op het vlak van de organisatie en werking alsook op het financiële vlak bij de beheerder.
De beheerder bepaalt het algemeen beleid van het ziekenhuis en neemt de beheersbeslissingen met inachtneming van de specifieke bepalingen en procedures voorzien in Titel IV.
Krachtens artikel 137, eerste lid, 7°, Ziekenhuiswet, zoals van toepassing voor de wijziging bij de wet van 18 december 2016, verstrekt de medische raad aan de beheerder advies aan de beheerder over de afzetting van de ziekenhuisartsen, behalve bij afzetting om dringende redenen.
Wanneer de beheerder een beslissing tot afzetting neemt, doet de ongeldigheid van het advies van de medische raad op zich niet af aan de geldigheid van de beslissing van de beheerder.
De rechters in beroep die enkel op grond van de ongeldigheid van de beslissing van de medische raad wegens het niethoren van de ziekenhuisarts oordelen dat de geldigheid tot afzetting van de eerste verweerder wordt aangetast, verantwoorden deze beslissing niet naar recht.
Het Hof van Cassatie vernietigde daarom het arrest van het hof van beroep te Brussel en verwees de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.