Cassatie: leden bureau Orde mogen niet beslissen over tuchtrechtelijke vervolging
Leden van het bureau van een provinciale raad van de Orde mogen niet deelnemen aan een beslissing over tuchtrechtelijke vervolging, wegens de schijn van partijdigheid. Dat oordeelt het Hof van Cassatie.
Herman Nys, em. prof. medisch recht
Het Hof van Cassatie velde op 18 december 2025 een arrest in verband met de onafhankelijkheid van een apotheker die lid is van het bureau van een provinciale raad van de orde der apothekers en die deelneemt aan de beslissing tot tuchtrechtelijke vervolging door die raad.
Deze uitspraak is ook relevant voor artsen die lid zijn van het bureau van een provinciale raad van de Orde der artsen.
Het cassatieberoep was gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige raad van beroep van de Orde van apothekers van 20 februari 2025. Die raad had geoordeeld dat van wettelijke verdenking in hoofde van een lid van het bureau geen sprake was.
Wettige verdenking
Wettige verdenking in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek veronderstelt dat de rechter die over de zaak moet oordelen niet in staat is of blijkt op een onafhankelijke of onpartijdige wijze uitspraak te doen over die zaak, dan wel bij de openbare opinie gewettigde twijfel wekt aangaande zijn geschiktheid om op die wijze uitspraak te doen.
De rechter mag immers ten opzichte van de partijen of derden niet de indruk wekken dat hij ongeschikt is om met de nodige onafhankelijkheid of onpartijdigheid te oordelen.
Het gegeven dat een lid van het bureau van een provinciale raad van de Orde der apothekers met beslissende of raadgevende stem deelneemt aan de beslissing om, na onderzoek en verslag van een ander lid van dat bureau, een apotheker tuchtrechtelijk te vervolgen en een tuchtzaak aanhangig te maken, levert volgens het Hof van Cassatie ten aanzien van het deelnemende lid een schijn van afhankelijkheid of partijdigheid op voor de verdere beoordeling van de tuchtzaak binnen de provinciale raad.
Dus is er sprake van wettelijke verdenking en werd de beslissing van de raad van beroep vernietigd.
Daarmee komt het Hof van Cassatie terug op een beslissing van 4 februari 1993. Daarin besliste het Hof dat een miskenning van het beginsel van onafhankelijkheid en onpartijdigheid niet kon worden afgeleid uit de omstandigheid dat leden van een provinciale raad die mede de beslissing hebben gewezen waarbij tegen een arts een tuchtsanctie is uitgesproken, hebben deelgenomen aan de beslissing om die arts voor die raad te doen verschijnen.
Het arrest verscheen in Rechtskundig Weekblad van 21 februari 2026.