"Kinderoncologen moeten zelf het voortouw nemen in centralisatie"
Het is lovenswaardig dat KickCancer via een enquête de inzet van kinderoncologen in kaart heeft willen brengen. Toch blijft een cruciale factor onbesproken: de organisatie van de kinderoncologische zorg zelf.
Dr. Kevin Meesters, pediater-infectioloog
De inzet van kinderoncologen die na hun klinische uren onderzoek verrichten, verdient respect, net zoals die van vele andere klinisch academici in België. Ik schrijf dit als in België opgeleide medisch specialist, vandaag werkzaam in een groot internationaal academisch centrum waar klinische zorg, onderzoek en onderwijs structureel worden erkend en gefinancierd.
Lees ook: Vier op de vijf kinderoncologen doen onderzoek in hun vrije tijd
Toch blijft een cruciale factor onbesproken: de organisatie van de kinderoncologische zorg zelf. In 2024 werd een hervorming van zeven naar drie centra aangekondigd, maar concreet blijft het stil; en zelfs drie centra zijn voor een land als België niet te verantwoorden.
Voor elf miljoen inwoners, met een centrale hoofdstad en een dicht netwerk van regionale ziekenhuizen, is één nationaal hooggespecialiseerd centrum - bijvoorbeeld in Brussel - ondersteund door een sterk shared-care netwerk, veel rationeler.
Zoals in het artikel toegelicht, werken vandaag kleine stafgroepen met meer dan vijftig behandelprotocollen. Centralisatie zou kinderoncologen toelaten zich toe te leggen op een beperkter aantal ziektebeelden en protocollen, met diepere subspecialisatie en grotere opgebouwde expertise.
Complexe zorg zou dan niet langer in belangrijke mate steunen op jonge arts-assistenten met beperkte ervaring in kinderoncologie, maar gedragen worden door een geconcentreerd en ervaren team. Dat verhoogt zowel kwaliteit als continuïteit van zorg.
Als patiëntveiligheid en onderzoek werkelijk prioriteit zijn, dan is dit het moment voor Belgische kinderoncologen om zelf het voortouw te nemen in centralisatie.
Concentratie betekent bijvoorbeeld ook dat minder chirurgen zeldzame kindertumoren opereren, en precies dát verhoogt de kwaliteit. Hetzelfde geldt voor radiotherapie bij jonge kankerpatiënten.
Dat doet pijn voor wie bepaalde ingrepen niet langer uitvoert, maar volume en expertise hangen onlosmakelijk samen. Ook gespecialiseerde apothekers, kinderinfectiologen, veilige elektronische patiëntendossiers en efficiënter onderzoek -denk bijvoorbeeld aan één ethische commissie in plaats van zeven - zijn mogelijk bij grotere schaal. Nederland heeft met het Prinses Máxima Centrum aangetoond dat centralisatie zorgkwaliteit en onderzoeksoutput versterkt.
Als patiëntveiligheid en onderzoek werkelijk prioriteit zijn, dan is dit het moment voor Belgische kinderoncologen om zelf het voortouw te nemen in centralisatie. Niet iedereen zal dezelfde rol kunnen behouden, maar expertise kan ook in regionale ziekenhuizen worden ingezet voor benigne hematologie en shared-care oncologie.
“Eendracht maakt macht”, laat dat ook voor de kinderoncologie gelden. Als kwaliteit en patiëntveiligheid werkelijk leidend zijn, dan mogen prestige en lokale belangen geen doorslaggevend argument meer zijn.