Gezondheidsrecht

Valt dringende medische hulpverlening onder BFM?

Of dringende medische hulpverlening aan een patiënt onder het Budget Financiële Middelen valt, is een feitenkwestie. Dat zegt het Hof van Cassatie in een recent arrest.

11 mei 2026

Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven

Het Hof van Cassatie velde op 20 april 2026 een arrest over een geschil met betrekking tot de betaling van dringende medische tussenkomst verleend door de VZW ‘Centre médical heliporte’ aan de betrokken patiënt.

Aanvankelijk had de patiënt de rekening voor deze dienst betaald aan de VZW maar na advies van zijn ziekenfonds vorderde hij de terugbetaling ervan voor de Ondernemingsrechtbank van Luik, afdeling Verviers.

De patiënt vorderde de terugbetaling omdat de vergoeding van de dringende medische hulpverlening onder het budget financiële middelen (BFM) van het ziekenhuis waar hij was naartoe gebracht zou vallen. De Ondernemingsrechtbank wees zijn vordering op 19 augustus 2024 af. Hiertegen tekende de patiënt cassatieberoep aan.

Relevante bepalingen uit de ziekenhuiswet

Het arrest van het Hof van Cassatie brengt vooreerst alle relevante bepalingen uit de ziekenhuiswet ter sprake.

Definitie van ziekenhuizen

Artikel 2 § 2 van de ziekenhuiswet definieert ziekenhuizen  als de instellingen voor gezondheidszorg waarin op ieder ogenblik geëigende medisch-specialistische onderzoeken en/of behandelingen in het domein van de geneeskunde, de heelkunde en eventueel de verloskunde in pluridisciplinair verband kunnen verstrekt worden, binnen het nodige en aangepaste medisch, medisch-technisch, verpleegkundig, paramedisch en logistiek kader, aan patiënten die er worden opgenomen en kunnen verblijven, omdat hun gezondheidstoestand dit geheel van zorgen vereist om op een zo kort mogelijke tijd de ziekte te bestrijden of te verlichten, de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren of de letsels te stabiliseren

Budget financiële middelen

Krachtens artikel 95 van de Ziekenhuiswet wordt het budget van financiële middelen voor ieder ziekenhuis afzonderlijk bepaald door de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, binnen een globaal budget voor het Rijk dat bij een koninklijk besluit wordt vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Het budget van financiële middelen houdt enkel rekening met de ziekenhuisverpleging die aanleiding geeft tot een tegemoetkoming bij toepassing van artikel 100. Op grond van artikel 104 kan voor de tussenkomsten, diensten en verstrekkingen van zorgen waarvan de kosten op forfaitaire wijze door het budget van financiële middelen worden gedekt, geen financiële vergoeding ten aanzien van de patiënt worden gevorderd.

Artikel 123 bepaalt dat alle kosten met betrekking tot de tussenkomsten van de mobiele urgentiegroep (MUG) worden gedekt door het budget van financiële middelen met uitzondering van de honoraria bedoeld in artikel 102.

Hof van Cassatie niet bevoegd

Volgens het Hof van Cassatie volgt uit al deze bepalingen dat de kosten verbonden aan de tussenkomsten van een mobiele urgentie dienst voor welke geen enkele betaling aan de patiënt mag worden gevraagd, met uitzondering van de honoraria bedoeld in artikel 102 van de ziekenhuiswet, op een forfaitaire wijze worden gedekt door het budget financiële middelen vastgesteld voor een ziekenhuis.

Het vonnis van de Ondernemingsrechtbank stelde vast dat de VZW aan de patiënt dringende medische hulp per helicopter had verleend als gevolg van een 112-oproep en dat ze deze tussenkomst heeft gefactureerd aan de patiënt, ervan uitgaande dat deze dringende tussenkomst viel onder de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening en niet onder het KB van 21 november 2018 betreffende de facturatie naar aanleiding van een tussenkomst dringende geneeskundige hulpverlening door een ambulancedienst.

Noch uit deze vaststellingen noch uit de stukken waarover het Hof beschikt, blijkt dat de tussenkomst van de VZW door het Budget Financiële Middelen zou zijn gedekt.

Het door de patiënt aangevoerde middel dat de artikelen 100, 104 en 123 Ziekenhuiswet zouden van toepassing zijn op de VZW verplicht het Hof van Cassatie om feiten te verifiëren, en daarvoor is Cassatie niet bevoegd.

Bijgevolg was het aangevoerde middel niet ontvankelijk en kon het Hof van Cassatie geen uitspraak doen.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
17 april 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine