OpinieOncologie

Kankerplan vergeet huisartsen en extramurale specialisten

De Federatie Medisch Specialisten steunt de ambitie van het Belgisch Kankerplan 2026-2036. Maar het plan heeft enkele blinde vlekken.

12 oktober 2026

Prof. Dr. Stan Politis, voorzitter Federatie Medisch Specialisten (FMS)

De Federatie Medisch Specialisten (FMS) steunt de ambitie van het Belgisch Kankerplan 2026-2036. Het vorige kankerplan uit 2008 van minister Laurette Onkelinx heeft belangrijke structuren en instrumenten voor kwaliteitsvolle kankerzorg verankerd, maar vereiste een update om aan de behoeften van morgen te kunnen voldoen. Het huidige kankerplan formuleert 34 concrete acties die, ieder op zich, waardevol zijn.

Waarover is de Federatie Medisch Specialisten dan bezorgd? Hier zijn enkele punten.

1. Het aantal kankergevallen zal toenemen vanwege de bevolkingsgroei en vergrijzing. Er zullen dus meer oudere mensen zijn die kanker krijgen en blijven leven met kanker. Dit zal de kosten aanzienlijk verhogen. Binnen het bestaande gezondheidszorgbudget zal dit de mogelijkheden voor andere aandoeningen, zoals dementie waarvoor ook behandelingsopties verschijnen, beperken.

Daarom is een transparant maatschappelijk debat nodig over prioritering: welke zorg levert aantoonbare klinische meerwaarde en levenskwaliteit op voor welke patiënt, tegen welke kost, en welke andere zorgnoden blijven anders ondergefinancierd? Dat debat mag niet worden overgelaten aan marktmechanismen of loutere begrotingslogica. De farma-industrie zal niet liever zien dan een maximale inzet op àlle fronten, maar ook toekomstige generaties moeten nog uitzicht hebben op een beheersbare staatsschuld…

2. Kanker wordt steeds meer een chronische aandoening, maar of een medicament nu geneest of niet geneest, de prijs blijft hetzelfde. Blijvende medicatieafhankelijkheid brengt ook langdurige kosten mee. Prijs en terugbetaling moeten daarom worden getoetst aan andere parameters dan de dominante QALY-parameter.

3. Al enkele jaren stuwt het beleid richting centralisatie en concentratie van kankerzorg. Alsmaar minder ziekenhuizen mogen kankerzorg aanbieden. De ‘verliezers’ kunnen daardoor moeilijker talentvolle jonge artsen aantrekken. Volume is een belangrijke kwaliteitsindicator voor bepaalde complexe, zeldzame en hoogrisico-ingrepen, maar volume volstaat niet als enige criterium.

Een laag volume betekent niet automatisch slechte kwaliteit, evenmin als een hoog volume automatisch goede uitkomsten garandeert.

Beslissingen moeten steunen op gevalideerde kwaliteitsuitkomsten, teamcompetenties, multidisciplinaire omkadering, bereikbaarheid, continuïteit en transparante case-mixgecorrigeerde rapportering die uniform is over instellingen heen.

Een laag volume betekent niet automatisch slechte kwaliteit, evenmin als een hoog volume automatisch goede uitkomsten garandeert. Concentratie mag geen middel zijn om patiëntenstromen of financiering naar bepaalde instellingen te sturen. Goed functionerende regionale teams moeten binnen samenwerkingsmodellen een volwaardige rol behouden.

4. Onder de sterk toenemende soorten kanker komt huidkanker naar voren. Lang niet alle huidkankers vergen een ziekenhuissetting. Toch ademt het gehele kankerplan een intramurale prioriteit. Dat kan, maar wel aan een veelvoud van de prijs van extramurale alternatieven.

5. AYA is een type-voorbeeld waar financiering exclusief naar instellingen gaat, maar niet naar de persoonsgebonden zorg van de AYA-patiënten. De begunstigde ziekenhuizen mogen de mond wel vol hebben van ‘outreaching’, maar op het terrein blijven de jonge AYA’s locaal geconfronteerd met noden rond vruchtbaarheid, seksualiteit, studie, werk, identiteit en psychosociale begeleiding.

Huisartsen en extramurale specialisten verschijnen vooral als doelgroep van informatie en als schakel in screening.

6. De bedragen in de budgettabel gaan naar centra, registers, onderzoek en technologie. Huisartsen en extramurale specialisten verschijnen vooral als doelgroep van informatie en als schakel in screening. Nochtans gebeuren diagnose, opvolging, ondersteunende en palliatieve zorg grotendeels buiten het ziekenhuis.

7. Kankerzorg overstijgt de gezondheidszorg. Herhaalde bezoeken aan ziekenhuizen vergen omkadering, transport, thuisopvang van patiënten, soms van kinderen van de ouder met kanker. De aandacht voor de sociale omkadering verdampt ten gunste van het ziekenhuisgebeuren, waar vooral techniciteit, complexiteit en innovatie op de voorgrond staan.

Als artsen niet betrokken worden, zal het dataverhaal stollen.

8. Voor het nieuwe plan wordt een meer expliciet monitoring- en evaluatiekader aangekondigd, met proces-, resultaat- en impactindicatoren. Data, data, data zijn essentieel. Deze moeten natuurlijk aangeleverd worden door ‘datahouders’. Wie zijn dat? Artsen natuurlijk. Maar die zie je verder in het nieuwe registerbeleid niet meer opduiken. Als artsen niet betrokken worden, zal het dataverhaal stollen.

Artsen moeten ab ovo betrokken zijn en bepalen welke gegevens klinisch zinvol zijn, hoe ze automatisch uit bestaande systemen kunnen worden hergebruikt en welke feedback zij willen terugkrijgen. Geen nieuwe registratieverplichtingen zonder aantoonbare klinische meerwaarde. Het only-once-principe van het huidige regeerakkoord zou gerealiseerd moeten zijn voor … 2036.

9.  Pagina 19 van het kankerplan vermeldt: “De hospitalisatieverzekering zoals die momenteel wordt aangeboden door de privéverzekeraars en de ziekenfondsen is daarnaast niet voor iedereen betaalbaar.” Wel, maak ze dan betaalbaar en maak ze goedkoop voor socio-economisch zwakkeren, en neem de prijs van de polis op in de MAF. Met een belastingsvrije winst van – naar verluidt- ruim 35% op hospitalisatieverzekeringen kunnen de ziekenfondsen en privé-verzekeraars ook een tandje bijsteken, zowel in de prijs van de polis als in het te verzekeren pakket.

10. Preventie vindt niet plaats in ziekenhuizen en verdient alle aandacht. Maar nutteloze screening kan geldverslindend zijn. Aan het andere eind van het spectrum staat palliatieve zorg. Beide einden bevinden zich in de thuis- en leefomgeving van de patiënt. Palliatiebespreking start niet ná een kankerbehandeling maar maakt onderdeel uit van de bespreking van de aanpak van kanker.

De kankerpatiënt van morgen zal ouder zijn, blijven leven mét kanker en omringd willen zijn met de mensen die hem/haar dierbaar zijn. Dat is in de thuisomgeving, in de locale gemeenschap. Het ziekenhuis moet een zo kort mogelijk oponthoud zijn.

Die ketenzorg vergt artsen-specialisten en huisartsen, verpleegkundigen, maar ook tal van andere schakels: mantelzorgers, sociale diensten, locale zorg- en welzijnsactoren, vervoer, palliatieve thuiszorg, fysieke en psychische revalidatie, re-integratie op het werk na kanker. Deze ketenzorg doorbreekt àlle beleidsdomeinen en ministeries. Laat ons hopen dat de politiek hierop voorbereid is.

De Federatie Medisch Specialisten heeft terreinkennis en verenigt wetenschap en beroep, universitair en niet-universitair, intramuraal en extramuraal en staat open voor ieder maatschappelijk debat.

Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
17 april 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine