"De grootste verschuiving die wij vandaag zien, is de verbreding van het patiëntenprofiel"
STEM UIT HET VELD De geriatrie staat voor een aantal belangrijke uitdagingen. Door de vergrijzing neemt niet alleen het aantal oudere patiënten toe, ook hun zorgnoden worden complexer. Tegelijk verschuift de rol van de geriater steeds meer van gespecialiseerde ziekenhuiszorg naar samenwerking over de hele zorgketen.
AK Specialist Update sprak met prof. dr. Nele Van Den Noortgate, medisch diensthoofd Geriatrie aan het UZ Gent, over de veranderende zorg voor kwetsbare ouderen, de uitdagingen voor het vak en de nood aan meer preventie en geïntegreerde zorg.
Vergrijzing zet geriatrie meer dan ooit in de kijker. Wat is voor u momenteel de meest opvallende verschuiving binnen het specialisme?
Prof. Nele Van Den Noortgate: "De grootste verschuiving die wij vandaag zien, is de verbreding van het profiel van de patiënt: ze worden steeds ouder en hebben vaak een complexere problematiek, waardoor ook de zorgzwaarte toeneemt. Daarnaast zien we een tweede groep ouderen: mensen die lange tijd relatief gezond blijven, maar die door de toenemende kwetsbaarheid op hogere leeftijd geleidelijk problemen ontwikkelen, zoals valincidenten of cognitieve stoornissen, al dan niet gepaard met gedragsproblemen. Die twee groepen bepalen vandaag in sterke mate het werk op een geriatrische afdeling.”
“Tevens zien we dat de gemiddelde ziekenhuisopname korter is geworden, maar dat we patiënten wel vaker zien terugkomen. Wanneer ik dat vergelijk met dertig jaar geleden is dat een opvallende evolutie. Destijds verbleef een patiënt meestal één of hooguit twee keer op onze afdeling. Vandaag zien we patiënten die regelmatig opnieuw worden opgenomen.”
Is het huidige zorglandschap daar voldoende op ingesteld?
"Het zorgt in elk geval voor een sterke stijging van het aantal opnames. Door de vergrijzing hebben meer patiënten een geriatrisch profiel, wat we zien aan de gestegen instroom op onze afdeling. Bovendien liggen onze patiënten vanwege plaatsgebrek ook regelmatig op andere ziekenhuisafdelingen. Dat betekent dat geriatrische teams vaker collega's op andere afdelingen moeten ondersteunen. Het co-management van geriatrische patiënten buiten de eigen afdeling is daardoor een steeds belangrijker onderdeel van ons werk geworden."
“Daar komt bij dat de kortere verblijven, gecombineerd met frequente heropnames, betekenen dat er veel meer opname- en ontslagmomenten zijn. Dat brengt voor zorgverleners aanzienlijk meer (administratief) werk met zich mee. We merken dan ook dat de personeelsbezetting per bed eigenlijk zou moeten toenemen om kwaliteitsvolle zorg te kunnen blijven bieden.”
'De gemiddelde ziekenhuisopname is korter geworden, maar we zien patiënten wel vaker terugkomen.'
Merkt u dat beleidsmakers zich voldoende bewust zijn van die uitdagingen?
"Ik denk wel dat de overheid zich bewust is van de uitdagingen die de zorg voor kwetsbare ouderen met zich meebrengt. Een belangrijk thema is momenteel de vraag naar gepaste zorg. Welke behandelingen zijn nog zinvol voor een patiënt? Wanneer biedt een behandeling nog meerwaarde en wanneer wordt de zorg eigenlijk te belastend? Door de vele nieuwe therapeutische mogelijkheden worden wij dagelijks geconfronteerd met zulke vraagstukken. Dat zijn vragen die we voortdurend samen met patiënten en hun familie moeten beantwoorden.”
“Binnen dat vraagstuk heb ik de indruk dat beleidsmakers de geriater steeds meer zien als een expert die kan helpen beoordelen welke zorg nog gepast is. Bij bepaalde ingrepen, zoals bijvoorbeeld een TAVI-procedure of andere specifieke cardiologische behandelingen, zoals de behandeling van cardiale amyloïdose, worden geriaters vandaag al vaker betrokken om mee te evalueren of zo'n behandeling voor een patiënt nog de juiste keuze is in lijn met zijn of haar levenskwaliteit."
'De overheid is zich bewust van de uitdagingen die de zorg voor kwetsbare ouderen met zich meebrengt. Een belangrijk thema is momenteel de vraag naar gepaste zorg.'
Is de financiering mee geëvolueerd met die bredere rol van de geriater?
"Dat blijft voorlopig een belangrijk vraagteken. Er wordt volop gewerkt aan een hervorming van de ziekenhuisfinanciering, maar het is nog niet duidelijk welke plaats de geriater daarin zal krijgen. We nemen steeds meer co-managementtaken op en vinden ook dat daarvoor een passende financiering nodig is. Alleen weten we momenteel nog niet hoe de overheid dat precies zal invullen. Bovendien zijn geriaters geen grote lobbygroep. We zijn met relatief weinig, hebben een zeer drukke klinische activiteit en weinig tijd om voortdurend aanwezig te zijn in Brussel. Via de beroepsverenigingen de Belgische Vereniging voor Gerontologie en Geriatrie (BVGG) en de Federatie Medische Specialisten, proberen we onze bezorgdheden uiteraard wel onder de aandacht te brengen."
Zijn er binnen de BVGG bepaalde thema's die extra aandacht krijgen?
“Absoluut. Een eerste belangrijk aandachtspunt is het huidige zorgprogramma voor de gehospitaliseerde geriatrische patiënt. We vinden dat daar nieuwe accenten nodig zijn. In de eerste plaats pleiten we voor een herziening van de personeelsnormen. Die dateren nog altijd uit de jaren tachtig en sluiten niet meer aan bij de huidige zorgrealiteit. We willen dat die normen worden aangepast aan de zorgzwaarte waarmee we vandaag geconfronteerd worden.”
“Daarnaast bekijken we hoe we de zorg voor oudere patiënten kunnen verbeteren wanneer zij niet op een geriatrische afdeling verblijven. Een derde belangrijk thema is de opvang van patiënten op de spoedgevallendienst. We onderzoeken momenteel welke ondersteuning gewenst is om ook daar kwaliteitsvolle geriatrische zorg te kunnen bieden."
“En hoewel het ziekenhuis nog altijd ons belangrijkste werkterrein is, denken we ook steeds meer na over de periode vóór een ziekenhuisopname. In de dagelijkse praktijk merken we namelijk dat veel kwetsbare ouderen pas bij ons terechtkomen wanneer hun kwetsbaarheid en functionele achteruitgang nog moeilijk omkeerbaar zijn. Daarom willen we onderzoeken hoe we die mensen veel vroeger kunnen bereiken. Samen met verschillende stakeholders uit de eerste lijn bekijken we momenteel hoe we een zorgtraject voor kwetsbare ouderen kunnen uitwerken: van vroegtijdige detectie, preventieve interventies tot en met gespecialiseerde opvolging wanneer dat nodig is."
Hoe zou zo'n zorgtraject er concreet kunnen uitzien?
"We bekijken onder meer hoe kwetsbaarheid systematisch kan worden opgespoord. De Wereldgezondheidsorganisatie ontwikkelde daarvoor het ICOPE-programma, waarmee ouderen vroegtijdig kunnen worden gescreend op kwetsbaarheid. Maar detectie alleen is uiteraard niet voldoende. Het is minstens even belangrijk dat er daarna ook gerichte interventies volgen. Denk aan valpreventie, voedingsadvies, vaccinaties of begeleiding rond mobiliteit en spierkracht. De expertise bestaat vandaag al, maar de uitdaging is om die beter te organiseren en toegankelijk te maken voor de oudere die er nood aan heeft."
“Daarbij willen we als geriater onze expertise delen met de eerste lijn. Samen met huisartsen en andere zorgverleners willen we bekijken wanneer een patiënt baat heeft bij een geriatrisch zorgtraject en hoe we die samenwerking het best kunnen organiseren. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat multidisciplinaire interventies het meeste effect hebben wanneer ze vroeg worden ingezet. Zodra ouderen de eerste tekenen van functionele achteruitgang vertonen, kunnen we die achteruitgang vaak nog afremmen of zelfs gedeeltelijk omkeren.”
"We zien geregeld patiënten bij wie we denken dat een ziekenhuisopname misschien vermeden had kunnen worden als er vroeger ondersteuning was geweest. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen met beginnende cognitieve achteruitgang. Vaak merken we tijdens een opname dat er thuis al langere tijd problemen waren, maar dat die pas aan het licht kwamen na een val of een andere acute gebeurtenis.”
Wat maakt geriatrie vandaag zo veeleisend, en welke impact hebben de toenemende zorgzwaarte, werkdruk en personeelsbezetting op de aantrekkelijkheid van de specialisatie voor jonge artsen?
“De geriatrie is vandaag een discipline met zeer acute en complexe zorg. We behandelen kwetsbare patiënten met meerdere aandoeningen tegelijk en daarvoor is een multidisciplinair team nodig met voldoende artsen, verpleegkundigen en paramedici. Ook moet je bij geriatrische patiënten voortdurend afwegen welke zorg nog gepast is en welke niet. Er bestaan zelden eenvoudige richtlijnen of standaardtrajecten die je zomaar kunt volgen. Daar komt nog bij dat je veel overleg hebt met families. De zorg draait niet alleen om de medische problematiek, maar ook om de sociale context, de wensen van de patiënt en de verwachtingen van de omgeving. Dat maakt het vak bijzonder boeiend, maar ook veeleisend."
“Daarnaast blijft de werkdruk een belangrijk aandachtspunt. Jonge artsen zien dat onze afdelingen vrijwel altijd volliggen. Daardoor zijn ook de wachtdiensten behoorlijk intensief. Ook staat de financiering niet altijd in verhouding tot de daadwerkelijke werkbelasting. Ook dat nemen jonge artsen mee wanneer ze een specialisatie kiezen. Net daarom blijven we pleiten voor een actualisering van de personeelsnormen. Niet alleen het aantal verpleegkundigen, maar ook het aantal artsen en andere zorgverleners per afdeling moet mee evolueren met de huidige zorgzwaarte. We hopen dat daar bij de hervorming van de ziekenhuisfinanciering rekening mee zal worden gehouden."
Als u tien jaar vooruitkijkt: wat wordt volgens u de belangrijkste gamechanger voor de geriatrie?
"Ik denk dat, zoals ik eerder al aangaf, de grootste uitdaging zal liggen in preventie. We moeten bekijken hoe we preventieve zorg voor ouderen in België verder kunnen uitbouwen, zodat mensen langer gezond thuis kunnen blijven wonen en daar ook de nodige ondersteuning kunnen krijgen. Daarbij willen we evolueren naar een geïntegreerd zorgtraject voor kwetsbare ouderen, waarbij de eerste lijn een veel belangrijkere rol krijgt.”
"Een andere uitdaging waar we de komende jaren steeds vaker mee geconfronteerd zullen worden, is de toenemende culturele diversiteit binnen de ouderenzorg. Verschillende culturen kijken soms anders naar ziekte, behandeling en het levenseinde. Daardoor ontstaan andere verwachtingen over wat mogelijk of wenselijk is binnen de gezondheidszorg. We beschikken vandaag over steeds meer therapeutische mogelijkheden, maar dat betekent niet automatisch dat elke behandeling ook zinvol is voor elke patiënt. Als zorgverleners zullen we dus steeds vaker het gesprek moeten aangaan over wat gepaste zorg precies inhoudt. En dat zal niet altijd eenvoudig zijn."