Vier op de tien Belgen zorgen voor een naaste
Vier op de tien Belgen nemen zorg op voor een naaste. Dat blijkt uit cijfers van Statbel. Die combinatie van werk en zorgtaken blijkt voor steeds meer werkenden moeilijk haalbaar: in 2025 gaf 44,8% van de werkenden met zorgtaken aan daarbij op hindernissen te botsen, tegenover 33% in 2018.
De meest genoemde obstakels zijn lange werktijden (13,7%), een veeleisende baan (11,1%) en onregelmatige werktijden (10,4%). Die drie factoren worden in 2025 vaker genoemd dan in 2018. Lange reistijden tussen de woonplaats en de werkplek en andere obstakels bleven relatief stabiel.
Meer dan een op de drie werkenden met zorgtaken (35,1%) zegt dat aanpassingen op het werk nodig zijn om de zorg met een baan te kunnen combineren.
Vrouwen, die vaker zorgtaken voor naasten opnemen, passen hun werkregeling ook vaker aan dan mannen. Zo werkt 45,3% minder of met aangepaste werktijden, tegenover 25,4% van de mannen. Bij vrouwen is een verkorting van de werktijd de meest voorkomende aanpassing (19,4%). Mannen kiezen vaker voor aangepaste werktijden zonder hun arbeidsduur te verminderen (8,7%). Ook veranderen vrouwen vaker van werkgever of functie (5,2%) dan mannen (3,1%).
De meerderheid van de Belgen die voor een naaste zorgen, doet dat voor een kind jonger dan 15 jaar. Het gaat om ongeveer 2,3 miljoen mensen. Daarnaast zorgen bijna 600.000 grootouders minstens één uur per week voor een kleinkind jonger dan 15 jaar.
Zo’n 800.000 mensen zijn mantelzorger voor een partner of ander familielid van 15 jaar of ouder dat ziek is, zich in een kwetsbare situatie bevindt of een handicap heeft.