Vier op tien bedrijven falen in re-integratiebeleid voor langdurig zieken
Vier op de tien Belgische ondernemingen slagen er niet in om de wetgeving rond de re-integratie van langdurig zieken om te zetten in de praktijk. Ze geven aan dat aangepast werk voorzien in hun organisatie zo goed als onmogelijk is. Dat blijkt donderdag uit het verzuimonderzoek van welzijns- en preventiedienst Mensura. Slechts twaalf procent van de bedrijven kan een volwaardig 'collectief re-integratiebeleid' voorleggen.

Volgens de recentste cijfers zijn er momenteel zo'n 585.000 langdurig zieken in België. Een van de stokpaardjes van de federale regering is om dat aantal te beperken én om wie ertoe in staat is, opnieuw te begeleiden naar de werkvloer. Mensen die sinds 1 januari 2026 acht weken lang arbeidsongeschikt zijn, krijgen bijvoorbeeld een analyse van hun arbeidspotentieel. Als dat positief wordt ingeschat, moet de werkgever binnen de zes maanden een re-integratietraject opstarten, eventueel met aangepast werk.
Net daar knelt het schoentje voor ruim vier op de tien ondernemingen. Vooral kleinere organisaties slagen er niet in om aangepast werk aan te bieden. Mensura wijst erop dat er in België juist veel kmo's (kleine en middelgrote ondernemingen) zijn. "Kmo's hebben minder mogelijkheden om jobs aan te passen (...) ook aangepaste uurroosters zijn in veel gevallen minder evident", legt Bart Teuwen, verzuimexpert bij de preventiedienst, uit. Volgens Mensura moeten de kleine ondernemingen daarom vooral inzetten op preventie.
Collectief re-integratiebeleid
Sinds 2022 is het voor elke onderneming verplicht om een formeel collectief re-integratiebeleid te hebben. Denk daarbij aan een concreet plan dat uitstippelt hoe een bedrijf omgaat met werknemers die langdurig ziek zijn. Tegelijkertijd moet het bedrijf ook actief uitval voorkomen door te zorgen voor een gezonde werkplek en bijvoorbeeld steun bij stress of andere problemen.
Maar uit de bevraging bij 503 bedrijven blijkt dat slechts 12 procent van de ondernemingen zo'n uitgewerkt beleid heeft. En de vooruitgang gaat traag: het is slechts een lichte stijging in vergelijking met 2024, toen 7 procent van de ondernemingen een plan had klaarliggen. De meeste organisaties geven aan dat de intentie er wel is, maar dat ze vastlopen in een kluwen van complexe regels en verplichtingen. Een probleem waar ze volgens Teuwen beter in begeleid kunnen worden. Hij benadrukt dat het "meer dan terecht" is dat de overheid re-integratie minder vrijblijvend maakt. Toch moet het eenvoudiger kunnen: "Voor de maatregelen die nog in de pijplijn zitten, doe ik een oproep om de administratieve last tot een minimum te beperken. De focus moet liggen op preventie, op het contact en op het effect van maatregelen. Niet op conformiteit", klinkt het.
In een reactie stelt het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) dat een succesvolle re-integratie niet bekomen wordt met meer plannen. De werkgeversorganisatie pleit voor een informele aanpak en begeleiding op "concrete drempels", waarbij het VBO verwijst naar zaken als een vrees voor reacties van collega's, achterstand op nieuwe procedures, een taak die intussen door iemand anders wordt ingevuld of een nieuw levenspatroon. "Kortom: succesvolle re-integratie draait niet om plannen, maar om wat wel het verschil maakt - gerichte begeleiding op de echte drempels, een mentaliteit waarin ziekte geen automatisme is voor niet-werken, en sterke ondersteuning op maat van elke situatie", stelt VBO-CEO Pieter Timmermans.