Orde: provinciale raad B&WB wil hervormingsvoorstel torpederen
De provinciale raad Brussel - Waals-Brabant (B&WB) verzet zich tegen het hervormingsvoorstel dat de nationale raad van de Orde der artsen heeft voorgelegd, en dat volgens haar de provinciale raden uitkleedt.

Zoals Artsenkrant in maart al berichtte, heeft de Nationale Raad van de Orde der artsen een voorstel uitgewerkt om de werking van de Orde te hervormen "in overleg met al haar organen". Deze formulering zit sommige artsen dwars. Zij beweren dat het voorstel gebaseerd is op een oud voorstel van de nationale raad, en dat het de bevoegdheden van de provinciale raden uitholt. De provinciale raad Brussel - Waals-Brabant (PRB&WB) zegt dat haar schriftelijk verzet niet was gehoord, en heeft in april een alternatief voorstel voorgelegd.
'Confiscatie' van tuchtbevoegdheid
Het belangrijkste verschil tussen de twee voorstellen betreft de tuchtbevoegdheden. Volgens het plan van de Nationale Raad zou de Orde twee tuchtraden van eerste aanleg krijgen, de ene Franstalig en de andere Nederlandstalig. De provinciale raden zouden klachten onderzoeken en beslissen om zaken te seponeren of te vervolgen, maar zouden niet langer zelf oordelen over tuchtzaken.
Deze centralisatie is bedoeld om onafhankelijkheid en onpartijdigheid te waarborgen, en verschillen in rechtspraak te voorkomen, stelt het nationale project. "Provinciale raden moeten artsen vooral ondersteunen en begeleiden, niet straffen."
'Het is niet normaal dat een arts anders behandeld wordt naargelang hij zich in Brussel of Namen bevindt'
– Benoît Dejemeppe
Het provinciale tegenvoorstel wil een structuur van 'districtsraden' behouden, aanleunend bij de huidige provinciale raden. Magistraten zouden in deze districtsraden alleen een adviserende functie hebben. Behalve in de Raad van Beroep zou de voorzitter steeds een arts zijn – geen magistraat.
De PRB&WB is ook niet te vinden voor het idee dat artsen al vijf jaar na hun inschrijving bij de Orde verkiesbaar zouden zijn. Het alternatief voorstel wil tien jaar anciënniteit.
Gesloten deuren?
Volgens het hervormingsvoorstel van de nationale raad moeten tuchtzittingen in de regel openbaar zijn, met de mogelijkheid om zittingen achter gesloten deuren te houden. Het tegenvoorstel van de PRB&WB keert dat om: besloten zittingen moeten de regel zijn, met de mogelijkheid om hiervan af te wijken indien de partijen dit overeenkomen.
De PRB&WB vindt ook dat de lidgelden door de provinciale raden vastgelegd en geïnd moeten worden, en niet centraal.
Benoît Dejemeppe: 'We gaan niet achteruit'
Geconfronteerd met de kritiek van de Provinciale Raad van Brussel - Waals-Brabant verdedigt Benoît Dejemeppe het hervormingsvoorstel. Het beeld van de nationale raad als ivoren toren klopt niet, zegt hij. "De Nationale Raad, waarvan ik de eer heb voorzitter te zijn, bestaat uit vertegenwoordigers van de provinciale raden. Het is geen koepel los van de praktijk. De leden zijn gekozen door de provinciale raden."
Dejemeppe verwerpt ook het verhaal dat de hervorming van bovenaf wordt opgelegd: "Er zijn een jaar lang werkvergaderingen geweest over dit project. Elke provinciale raad had er een vertegenwoordiger. De provinciale raad van Brussel - Waals-Brabant zweeg tijdens de eerste vergaderingen, en koos vervolgens voor de politiek van de lege stoel. Ze hoopten dat de andere provinciale raden hen zouden steunen, maar het moet gezegd worden dat geen van hen is gevolgd."
Inhoudelijk erkent Benoît Dejemeppe de breuk met bestaande gewoontes. "Ik kijk naar de toekomst, niet naar het verleden. In het verleden waren er tien provinciale raden, die elk baas in eigen huis waren en hun eigen ding deden, zonder enige controle." Voor hem vraagt het huidige tijdperk om meer uniformiteit: "Het is niet normaal dat een arts anders behandeld wordt naargelang hij zich in Brussel of Namen bevindt."
Tot slot ontkent hij dat provinciale raden geen verantwoordelijkheden meer zouden hebben. "Ik kleed ze niet uit. Integendeel, ik geef de provinciale raden echte bevoegdheden." Doordat ze zich niet meer moeten uitspreken over concrete tuchtonderzoeken, zullen de provinciale raden volgens Dejemeppe beter in staat zijn om hun missies van onderzoek, advies, ondersteuning en preventie te vervullen. En hij besluit, zonder dubbelzinnigheid: "Het is een vergissing om te geloven dat de toekomst een herhaling van het verleden zal zijn. We gaan niet achteruit."