Irina De Knop vraagt onderzoekscommissie arbeidsongeschiktheid
Kamerleden Irina De Knop en Alexia Bertrand (Anders) willen dat een parlementaire onderzoekscommissie de opvolging en de controle van arbeidsongeschiktheid onderzoekt.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Kamerleden Irina De Knop en Alexia Bertrand (Anders.) dienden op 20 mei bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een voorstel in tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar de organisatie, de effectiviteit en de onafhankelijkheid van de opvolging en de controle van de arbeidsongeschiktheid in België.
Volgens de indieners is het noodzakelijk dat de Kamer, in het belang van de houdbaarheid van de sociale zekerheid én van een effectieve begeleiding van de betrokken personen, een grondig parlementair onderzoek uitvoert, conform de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek.
Taken van de commissie
Krachtens artikel 2 van het voorstel heeft de commissie tot taak:
- te onderzoeken hoe de verzekeringsinstellingen (ziekenfondsen) de begeleiding, de opvolging en de controle van de arbeidsongeschiktheid organiseren en uitvoeren, en welke methoden, processen en kwaliteitswaarborgen daarbij worden gehanteerd;
- te onderzoeken op welke wijze het RIZIV haar controlerende en toezichthoudende rol uitoefent, en in welke mate de governance, de besluitvorming en de samenstelling van de organen van het RIZIV een doeltreffende invulling van die rol beïnvloeden;
- te onderzoeken hoe relevante informatie (waaronder signalen over knelpunten of disfuncties) wordt verzameld, gedeeld en gerapporteerd, en of de doorstroming ervan naar politieke en beleidsverantwoordelijken voldoende is en tijdig gebeurt;
- de eventuele verantwoordelijkheden te bepalen;
- aanbevelingen te formuleren voor een betere organisatie van de opvolging en de controle van de arbeidsongeschiktheid, met inbegrip van verschillende hervormingsscenario’s, telkens met een afweging van de voor- en nadelen, waarbij buitenlandse voorbeelden ter inspiratie kunnen dienen.
Bevoegdheden van de commissie
De commissie kan alle nuttige documenten opvragen en elke persoon die zij meent te moeten horen laten verschijnen en horen, desgevallend onder ede. Zij is ertoe gemachtigd de nationale en internationale contacten te leggen die nodig zijn om haar opdracht te volbrengen (artikel 3).
De commissie beschikt over alle bevoegdheden die de wet van 3 mei 1880 aan de onderzoekscommissies toekent (artikel 4). Artikel 4, § 1 van die wet bepaalt dat de Kamer of de commissie, alsook hun voorzitters voor zover die daartoe gemachtigd worden, alle in het Wetboek van Strafvordering omschreven onderzoeksmaatregelen kunnen nemen.
De commissie kan, binnen de perken van het budget dat het Bureau van de Kamer haar toewijst, alle maatregelen nemen die zij nodig acht om haar onderzoek met de vereiste deskundigheid te verrichten. Daartoe kan zij een beroep doen op experten, zo nodig in het kader van een arbeids- of dienstenovereenkomst. De duur van die overeenkomsten mag die van de werkzaamheden van de commissie niet overschrijden (artikel 6).
Eindverslag
Volgens het voorstel moet de commissie op 1 oktober 2026 verslag uitbrengen aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers, behoudens een uitdrukkelijke beslissing van de Kamer om een bijkomende termijn toe te staan voor de indiening van haar verslag (artikel 8).
De Kamercommissie Sociale Zaken hield op 12 mei al een hoorzitting over de aanpak van langdurige ziekte.