Gennez overweegt geen bevolkingsonderzoek hart- en vaatziekten
Er is onvoldoende gevalideerde evidentie om een bevolkingsonderzoek specifiek gericht op hart- en vaatziekten te overwegen, zegt Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez in antwoord op een vraag van Vlaams Parlementslid Koen Dillen (N-VA).
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Vlaams Parlementslid Koen Dillen (N-VA) stelde een schriftelijke vraag aan minister Gennez over het preventiebeleid rond hart- en vaatziekten.
Dillen heeft als huisarts in de jaren ‘90 in zijn huisartsenpraktijk geregeld patiënten met een hartinfarct zien verschijnen. Soms met een fatale afloop. Door de betere medicatie en medische technieken (bv. bypassen, stents, etc.) is het aantal sterfgevallen gelukkig sterk gereduceerd.
Hart- en vaatziekten zijn echter nog altijd de op een na grootste oorzaak van mortaliteit in België. Ongeveer 23% van de sterfgevallen wordt veroorzaakt door hart- en vaatziekten. 80% van deze overlijdens zijn te vermijden door een goede preventie of door het snel en doeltreffend behandelen van risicofactoren. Daarom is een Vlaams preventiebeleid noodzakelijk, zegt Dillen
Preventief consult bij de huisarts?
Hij vroeg de minister hoe zij staat tegenover een preventief consult op de leeftijd van 40 jaar waarbij de overheid de bevolking oproept om bij de huisarts een grondige check-up te krijgen met betrekking tot hart- en vaatziekten. Zo’n preventief consult heeft namelijk een zeer breed doel en draagt bij tot een langer en gezonder leven.
Minister Gennez antwoordde dat een preventief consult bij de huisarts vanaf een bepaalde leeftijd inderdaad nuttig kan zijn, op voorwaarde dat de uitgevoerde screeningsonderzoeken gebaseerd zijn op wetenschappelijke evidentie.
Momenteel kunnen burgers en huisartsen gebruik maken van het gezondheidskompas van de Vlaamse overheid, waarbij er aan de hand van een online vragenlijst onder andere cardiovasculaire risico’s worden bevraagd. De adviezen die het gezondheidskompas genereert zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde praktijkrichtlijnen, en hoofdzakelijk gericht op burgers van 45 jaar en ouder.
Burgers met een verhoogd risico krijgen het advies om de huisarts te raadplegen voor verder onderzoek en opvolging.
Bevolkingsonderzoek wordt niet overwogen
Ook vroeg Dillen of de minister overweegt een bevolkingsonderzoek specifiek gericht op hart- en vaatziekten in te voeren en zo niet, waarom?
Daarop antwoordde de minister dat nieuwe bevolkingsonderzoeken in Vlaanderen pas kunnen worden geïmplementeerd nadat ze getoetst werden aan de criteria die opgenomen zijn in het Besluit van 12 december 2008 betreffende bevolkingsonderzoek in het kader van ziektepreventie.
Momenteel is er onvoldoende gevalideerde evidentie om een bevolkingsonderzoek specifiek gericht op hart- en vaatziekten te overwegen.