Graag nuance in debat over rugoperaties
Kathleen Depoorter, federaal kamerlid voor N-VA
De Pano-reportage over rugoperaties raakt een gevoelig thema. Uiteraard moeten overconsumptie en onnodige operaties vermeden worden. Geen enkele ernstige arts zal dat ontkennen. Maar het probleem met dergelijke reportages is dat ze vaak een beeld creëren alsof artsen systematisch te snel opereren, gedreven door financiële motieven. Dat is een gevaarlijke en vooral simplistische voorstelling van de werkelijkheid.
Vooruitgang
De waarheid is dat rugchirurgie, net zoals heup- en kniechirurgie, één van de meest complexe domeinen binnen de geneeskunde is. Het gaat niet om een zwart-witbeslissing. Pijnbeleving, levenskwaliteit, mobiliteit, leeftijd, radiologische afwijkingen, neurologische symptomen en het functioneren van de patiënt spelen allemaal mee. De wetenschappelijke literatuur omschrijft dit niet voor niets als “preference-sensitive care”.
Bovendien wordt vaak vergeten hoeveel vooruitgang de geneeskunde de afgelopen twintig jaar heeft geboekt. Minimaal invasieve technieken, betere beeldvorming, verfijnde implantaten en kortere herstelperiodes hebben ervoor gezorgd dat patiënten sneller mobiel zijn en minder lang arbeidsongeschikt blijven. Innovatie in de gezondheidszorg is geen probleem, maar net een oplossing.
Te gemakkelijk verdacht gemaakt
Ook private praktijkvoering wordt vandaag te gemakkelijk verdacht gemaakt. Terwijl net specialisatie, concurrentie en innovatie ervoor gezorgd hebben dat België internationaal tot de best toegankelijke gezondheidszorgsystemen behoort. In ons land kunnen patiënten relatief snel terecht bij een specialist en worden ernstige problemen vaak sneller aangepakt dan in systemen waar alles centraal gecontroleerd wordt.
Wie beweert dat minder opereren automatisch betere zorg betekent, moet eens kijken naar het Britse NHS-model. Daar zien we vandaag wat er gebeurt wanneer gezondheidszorg verstikt raakt in bureaucratie, wachtlijsten en ondercapaciteit. Patiënten wachten maanden tot zelfs jaren op behandelingen. Die lange inactiviteit leidt tot meer chronische pijn, meer arbeidsongeschiktheid, spierverlies en uiteindelijk vaak zwaardere medische problemen. Dat is geen vooruitgang, dat is stilstand en zelfs achteruitgang. “Spinale chirurgie is geen laatste redmiddel,” zei een chirurg mij net nog, “het is de juiste ingreep op het juiste moment.”
Karikaturale debat
De keuze mag dus niet zijn tussen “alles opereren” of “bijna niets meer opereren”. Dat karikaturale debat helpt niemand vooruit. De echte uitdaging ligt in een intelligente gezondheidszorg waarin preventie, eerstelijnszorg en gespecialiseerde geneeskunde samenwerken.
Daarom moeten we veel sterker inzetten op preventieve geneeskunde. Wie minder rug-, knie- en heupoperaties wil, moet investeren in beweging, spieropbouw, gezonde voeding en osteoporosepreventie. Ik verwijs daarbij naar het voorstel van resolutie rond osteoporose en de nood aan een volwaardig zorgpad osteoporose dat ik neerlegde in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Veel degeneratieve problemen ontstaan of verergeren door sedentair gedrag, spierverlies en veroudering.
Richtlijnen
De eerstelijnszorg heeft hierin een cruciale rol, samen met specialisten. Conservatieve therapie moet maximaal benut worden waar mogelijk. Maar we moeten ook durven erkennen dat sommige patiënten net geholpen zijn met een tijdige operatie. Een patiënt jarenlang laten wachten terwijl hij verder aftakelt, is geen humane zorg en heeft een negatieve impact op de activiteitsgraad.
De medische wereld verdient daarom nuance in plaats van verdachtmakingen. Natuurlijk bestaan er excessen. Natuurlijk moeten richtlijnen bewaakt worden. Maar het beeld alsof innovatie, private praktijkvoering, prestatie geneeskunde en gespecialiseerde chirurgie inherent verdacht zouden zijn, klopt niet. Zonder die innovatie en expertise zouden duizenden patiënten vandaag nog steeds leven met ondraaglijke pijn en blijvende beperkingen.