Zijn landschapskantoren pesteilanden?
Een recente Zweedse studie belicht een verhoogd risico op pestgedrag in landschapskantoren. Dit komt bovenop de al bekende nadelen van landschapskantoren, zoals hoger ziekteverzuim, lagere jobtevredenheid en verminderde productiviteit.
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Recent verscheen er een Zweedse studie van Rosander & Birkeland Nielsen over het verhoogd risico op pestgedrag in landschapskantoren (open offices) (Occup Health Sci, 2026).
In Zweden was er bij 3.307 werknemers significant meer pestgedrag in de landschapskantoren (12,5%) dan in kleinere of private kantoren (10,5%). Er werd gecorrigeerd voor persoonlijkheidskenmerken en jobkarakteristieken, zodat de oorzaken bij de fysieke of sociale omgeving gelegd konden worden. Het verschil was niet zo groot, maar toch relevant op populatieniveau.
Goed moment om de gezondheid en het welzijn op kantoor te bekijken. Gaat het eraan toe zoals in “De Collega’s”, “Het Eiland” of “The Office”?
Landschapskantoren worden ook wel eens een bull pens (stierenstal) genoemd. Ze kwamen in zwang in de jaren 70. Argumenten om over te gaan op dit soort kantoren waren dat het interacties en samenwerkingen tussen collega’s zou bevorderen én goedkoper is.
Meer interacties tussen collega’s – met mogelijk afleiding en onderbrekingen van het werk – wegen niet op tegen het verlies van privacy, meer blootstelling aan lawaai en nadelige gezondheidseffecten.
Er zijn heel wat studies terug te vinden die de effecten van werken in landschapskantoren bekeken hebben. Stress, jobtevredenheid en gezondheidseffecten werden al uitvoerig bestudeerd. Maar pestgedrag is een tot nu toe ontbrekend stukje van de psychische puzzel.
Negatieve sociale interacties, subtiel tot systematisch gedrag, verdienen zeker de aandacht, want ze (kunnen) resulteren in pestgedrag.
Pesten wordt mogelijk gemaakt doordat collega’s elkaar kunnen observeren en tekortkomingen vaststellen. Face-to-face interacties zijn er veel minder (Bernstein & Turban, 2018). Dit is de eerste fase. De gepeste werknemer heeft weinig speelruimte in het kantoor. Pesten is een escalerend proces (Rosander & Blomberg, Eur J Work Organ Psychol, 2019).
Zich hulpeloos voelen is de tweede fase bij pesten door de sociale druk, de continue aanwezigheid van anderen en de beperkte mogelijkheden om negatieve gesprekken te ontwijken (Rosander & Birkeland Nielsen, Philosophical Transactions B, 2026).
Het concept van privacy in een open office staat centraal. Er zijn vier dimensies in privacy op de werkvloer: distractions, interruptions, task privacy en conversation privacy. (Altman, Environ Behav, 1976). Daarnaast zijn lawaai en overcrowding met interruptions, distractions en intrusions van belang (Askhkanasy et al., J Organ Behav, 2014).
Bij beslissingen over de inrichtingen van de kantoorruimtes moeten de financiële voordelen van landschapskantoren op korte termijn (10 tot 20 % goedkoper) afgewogen worden tegen de significante nadelen (hoger ziekteverzuim, lagere jobtevredenheid en verminderde productiviteit), alsook mogelijke effecten op de aanwerving en de retentie van werknemers (James et al., SAGA Open, 2021; Gerlitz & Hülsbeck, Manag Rev Q, 2023; Mauss et al., Ind Health, 2023; Borge et al., Scand J Work Environ Health, 2024).
Mensen die pleiten voor landschapskantoren, werken zelf niet in een landschapskantoor.
Meer interacties tussen de collega’s – mogelijk met afleiding en onderbrekingen van het werk – wegen niet op tegen het verlies van privacy, meer blootstelling aan lawaai en nadelige gezondheidseffecten (Kim & Dear, J Environ Psychol, 2013; Al Horr et al., Building and Environment, 2016). Landschapskantoren zijn sowieso nadelig voor de concentratie (Morrison & Macky, Appl Ergon, 2017).
Een holistisch en humaan kantoorconcept is noodzakelijk (Gerlitz & Hülzbeck, 2023). Werknemers hebben recht op een fysiek én psychologisch gezonde werkplek (Bodin Danielsson & Theorell, Int J Environ Res Public Health, 2024).
"Mensen die pleiten voor landschapskantoren, werken zelf niet in een landschapskantoor. Ik noem dat een dubbele standaard.…" (Baldry & Barnes, Work, Environment and Society, 2012)