Huisartsgeneeskunde

Planningscommissie: quota van 2.199 artsen in 2032-2033

De Planningscommissie Medisch aanbod heeft haar advies klaar voor het maximum aantal kandidaten dat toegang krijgt tot de opleiding die leidt naar één van de beroepstitels. Het federale quotum voor 2032 en 2033 bedraagt 2.199 artsen – 1.169 in Vlaanderen en 1.030 in de Franse Gemeenschap.

Erik Derycke - 1 april 2026

Bij haar advies hield de Planningscommissie rekening met alternatieve scenario’s voor de evolutie van de workforce van artsen en de meest actuele gegevens voor zorgaanbod en zorgvraag.

Het aantal kandidaten dat jaarlijks met de opleiding geneeskunde begint, werd vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal van de drie laatste beschikbare jaren (2023, 2024 en 2025) per gemeenschap: 1.631 voor de Vlaamse Gemeenschap en 1.336 voor de Franse Gemeenschap.

Lees ook: Vlaanderen verhoogt startquota voor artsen en tandartsen

Alternatief scenario voor huisartsgeneeskunde

De werkgroep heeft de vorige alternatieve hypotheses overgenomen voor zowel het aanbod van huisartsen als de zorgvraag. Twee parameters werden echter aangepast. De activiteitsgraad toont een snelle daling van het aantal VTE met -20% tegen 2033, behalve voor de huidige generaties van 60 jaar en ouder. De zorgconsumptiegraad toont een specifieke lineaire stijging voor elke leeftijdsgroep tegen 2043.

Bij de berekening van de activiteitsgraad werd rekening gehouden met verschillende factoren: een betere werk-privébalans, meer groepspraktijken, technologie en kunstmatige intelligentie, delegatie van taken aan andere gezondheidszorgprofessionals, delegatie van taken aan professionals buiten de gezondheidszorg, coördinatie van de zorg, subsidiariteit tussen specialismen, verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd en meer teleconsultaties.

De toename van de behoefte aan zorg geleverd door de huisartsen wordt dan weer beïnvloed door de inkorting van de verblijfsduur in het ziekenhuis, preventie en zelfzorg/autonomie van de patiënt, sociale ongelijkheid en toegang tot zorg, geestelijke gezondheidszorg, toename thuiszorg van de patiënt (telemonitoring) en coördinatie door de huisarts, hogere levensverwachting in goede gezondheid en getrapte zorg.

Alternatieve scenario's voor overige specialismen

Aan de aanbodzijde werd de vermindering van de VTE als gevolg van de vraag naar een betere werk-privébalans toegepast voor een grotere groep artsen.

Aan de vraagzijde zijn aanpassingen gemaakt voor de stijgende zorgconsumptie van tien medische specialismen: Pathologische anatomie, Klinische biologie, Radiodiagnose, Radiotherapie-oncologie, Reumatologie, Inwendige geneeskunde, Geriatrie, Fysische geneeskunde en revalidatie, Medische oncologie en Psychiatrie (Volwassenen).

Subquota

De optimale instroomniveaus voor het maximum aantal kandidaten dat toegang krijgt tot de opleiding die leidt naar één van de beroepstitels werden bepaald per gemeenschap en per specialisme. De som ervan levert de federale quota op.

De federale staat is alleen bevoegd voor de globale quota; de subquota zijn de bevoegdheid van de gemeenschappen. Toch vermeldt de Planningscommissie in haar advies deze afzonderlijke instroomniveaus per specialisme en per gemeenschap “met het oog op de transparantie en doorstroming van informatie”.

Subquota Planningscommissie
Quota per specialisme voor 2032 en 2033.

De commissie “beveelt de federale en deelstaatministers aan ervoor te zorgen dat de opleidingscapaciteit en de financiering van de opleidingsplaatsen tegen 2032 overeenstemmen met de federale quota en de door de gemeenschappen vastgestelde sub-quota.”

De Planningscommissie was ook gevraagd om de impact van volledig in het buitenland opgeleide artsen te onderzoeken aan de hand van een scenario van ‘autonomie’. De leden van de Planningscommissie wijzen erop dat het scenario van autonomie (geen instroom van buitenlandse artsen) in strijd is met het vrije verkeer van Europese beroepsbeoefenaars en dus niet realistisch is.

“Bijgevolg zal de impact van het alternatief scenario van autonomie worden berekend en door de administratie aan de minister van Volksgezondheid worden meegedeeld maar maakt het geen deel uit van een officieel advies van de Planningscommissie”, luidt het.

Bezorgdheden

In haar advies formuleert de Planningscommissie ook enkele bezorgdheden en aanbevelingen

  • De verhoging van het aantal huisartsen dient gepaard te gaan met een optimalisering van de werkwijze in de eerstelijnszorg, maatregelen ter ondersteuning en begeleiding van de huisartsgeneeskunde, uitbreiding van functies binnen de huisartspraktijk (verpleegkundige in de huisartspraktijk, praktijkassistent,...), een evenwichtige territoriale spreiding en bijzondere aandacht voor de situatie in Brussel
  • In de scenario's wordt rekening gehouden met historische trends voor specialismen die buiten de ziekteverzekering worden uitgeoefend (zoals arbeidsgeneeskunde, verzekeringsgeneeskunde, medische expertise, gerechtelijke geneeskunde en geneeskunde in het beheer van gezondheidsgegevens), alsook met administratieve functies waarvoor klinische ervaring vereist is (zoals functies voor medische inspecteurs). Deze functies worden hoofdzakelijk ingevuld door artsen met een klinische praktijk in de huisartsgeneeskunde. Gezien de evolutie van deze specialismen buiten de ziekteverzekering pleit de Commissie voor een meer geïntegreerde planning én opvolging.
  • Specialismen die moeite hebben om artsen te werven of waarvoor de organisatie van opleidingsplaatsen complexer is, zouden meer financiering voor hun opleiding kunnen krijgen. De versterking van de kwaliteit en de organisatie van de opleiding zal de aantrekkelijkheid van deze disciplines ten goede komen.
  • Het specialisme klinische farmacologie en farmaceutische geneeskunde beschikt niet over een aparte RIZIV-nomenclatuur. De Planningscommissie beveelt aan om dit specialisme op te nemen in het artikel 5 van het koninklijk besluit betreffende de planning van het medisch aanbod (12 juni 2008) als specialisme buiten quota.
  • De Commissie stelt vast dat men geen goed zicht heeft op de retentie en de uitstroom in verschillende disciplines. Zij vraagt daarom ook om de noodzakelijke middelen te krijgen om deze longitudinale opvolging, essentieel voor een toekomstgerichte planning, te kunnen realiseren.

 

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 
Print Magazine

Recente Editie
24 juni 2025

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine