Belg start minder snel met antidepressiva, maar raakt er moeilijker weer van af
Het aantal Belgen dat voor het eerst met antidepressiva start, is op tien jaar tijd met 51 procent gedaald. Desondanks blijft het totale gebruik in ons land stijgen, doordat een op de drie patiënten de medicatie vijftien maanden of langer blijft innemen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de studiedienst van Christelijke Mutualiteit (CM) en de UGent.

De studie is gebaseerd op een analyse van facturatiegegevens van meer dan 700.000 leden van CM tussen 18 en 85 jaar, over de periode 2013–2023. Het positieve nieuws is dat het aantal leden dat voor het eerst start met een terugbetaalde behandeling met antidepressiva in die periode met 51% is gedaald. Tegelijk ziet de mutualiteit een minder gunstige evolutie: het aantal verstrekte doses per patiënt per jaar neemt toe. Dat wijst erop dat langdurige behandelingen een belangrijke bijdrage leveren aan het totale gebruik.
Onder langdurig gebruik wordt verstaan dat de behandeling langer duurt dan aanbevolen in de klinische richtlijnen. In deze studie komt dat neer op een behandelingsduur van 15 maanden of meer. In totaal wordt 32,7% van de patiënten die tussen 2013 en 2023 met antidepressiva startten, beschouwd als langdurige gebruiker.
Langdurig gebruik van antidepressiva komt vaker voor bij vrouwen en bij patiënten met een verhoogde tegemoetkoming (BIM). Ook met de leeftijd neemt het langdurig gebruik toe. Deze groepen hebben vaker te maken met psychische problemen en ondervinden meer drempels om toegang te krijgen tot psychologische zorg, onder meer door financiële en organisatorische moeilijkheden.
De rol van de huisarts
Huisartsen spelen een centrale rol: in 80% van de onderzochte behandelingen werden antidepressiva door hen voorgeschreven, tegenover 20% door een specialist, zoals een psychiater. Opvallend is bovendien dat patiënten van wie de huisarts de belangrijkste voorschrijver is, vaker langdurig antidepressiva gebruiken dan patiënten die vooral door een specialist worden opgevolgd.
Volgens Elise Deroitte, vicevoorzitter van CM, moet er in de opleiding en bijscholing van artsen meer aandacht gaan naar het voorkomen van langdurig gebruik van antidepressiva. Een mogelijke piste is volgens haar om patiënten sneller toe te leiden naar eerstelijns psychologische zorg, eventueel in combinatie met medicatie.
Voor CM is medicatie niet de enige oplossing bij angst en depressie. Ook psychotherapeutische begeleiding kan een belangrijke rol spelen. Regelmatige evaluatie van het gebruik van antidepressiva blijft volgens hen essentieel om onnodig langdurig gebruik te vermijden.
Het aanbod van psychologische zorg uitbreiden
Om dit waar te maken, is er wel voldoende aanbod nodig van eerstelijns psychologische zorg. En net daar wringt het schoentje. Hoewel deze zorg volgens enquêtes van CM (2002, 2003 en 2025) steeds vaker wordt gebruikt, groeit het aanbod niet in hetzelfde tempo mee met de vraag.
“Uit eerder onderzoek van CM blijkt dat kwetsbare groepen vaker voor medicatie kiezen dan voor psychotherapie, onder meer om financiële redenen, omdat therapie duurder is. Die trend willen we keren,” besluit Elise Deroitte.