Samenwerking in strijd tegen dementie
DRA’s blazen eerste kaarsje uit
Op 1 maart vierden de Dementie Referentie Artsen (DRA’s) hun eerste verjaardag. DRA’s zijn er om collega-artsen te ondersteunen bij complexe dementiesituaties.
Filip Ceulemans
Cijfers uit 2018 geven aan dat naar schatting bijna 132.000 mensen in het Vlaams gewest de diagnose van dementie kregen. Met de verdergaande vergrijzing van de bevolking is het geen boude veronderstelling dat hun aantal sindsdien eerder is toegenomen dan afgenomen.
Wereldwijd noteert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een prevalentie van 47,5 miljoen mensen met dementie en een incidentie van 7,7 miljoen mensen per jaar. In Vlaanderen schat men dat 1,6% van de personen tussen 65 en 69 jaar getroffen worden door een vorm van dementie. De kostprijs loopt wereldwijd op tot 515 biljoen euro per jaar, dat is ongeveer het jaarlijks bruto binnenlands product van België. Het moge duidelijk zijn dat de nood aan gespecialiseerde ondersteuning groeit, zeker met het vooruitzicht van een verdubbeling van het aantal patiënten tegen 2070.
Heterogene groep
Het idee om, naar analogie met de CRA’s, ook een opleiding te voorzien om artsen op te leiden tot deskundigen in de opvolging van patiënten met dementie, leeft al meer dan twintig jaar. In 2005 lanceerden Jurn Verschraegen, directeur van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, en prof. dr. Jan De Lepeleire het idee voor het eerst.
In oktober 2023 kon een eerste lichting artsen van start gaan met de opleiding. De opleiding trok meteen een zeer heterogene groep artsen aan: huisartsen, geriaters, CRA’s, een psychiater en een neuroloog. Zelfs een ethicus schreef zich in om de cursus te volgen.
Sinds de officiële start op 1 maart 2025 vormen 31 aangestelde Dementie Referentie Artsen samen met een dertigtal dementiedeskundigen van de negen Expertisecentra Dementie, een makkelijk bereikbaar aanspreekpunt voor collega-artsen. Deze pool wordt versterkt met vijftien vrijwillige DRA’s. Ongeveer twee derde van de DRA’s zijn huisartsen, waarvan het merendeel ook actief is als coördinerend en raadgevend arts (CRA) in een woonzorgcentrum. Het andere derde is hoofdzakelijk (psycho)geriater. Alle DRA’s verwierven hun dementie-expertise via de online-opleiding die het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen aanbiedt in samenwerking met Domus Medica.
Tachtig adviesvragen
De nood aan gespecialiseerde ondersteuning binnen dementiezorg is reëel. Dat bevestigen de ervaringen van de adviesvragende huisartsen en CRA's. In het eerste werkingsjaar behandelden de DRA’s tachtig adviesvragen. Ongeveer 65% van de vragen had betrekking op personen met dementie in woonzorgcentra. Daar gingen de meeste adviesvragen over moeilijk te begrijpen of veranderend gedrag. De overige vragen kwamen uit de thuiscontext. Daar ligt de nadruk vaker op zorgdiagnostiek, het inschatten van de zorgzwaarte en het afstemmen van het formele en informele netwerk rond de persoon met dementie.
De DRA’s starten waar anderen vastlopen: wanneer individuele zorgverleners, teams of netwerken geen uitweg meer zien. Artsen die geconfronteerd worden met onmacht in het omgaan met medische, gedragsmatige of sociale problemen bij een persoon met dementie of hun naasten, kunnen via www.huisartsendementie.be contact opnemen met een DRA-team uit de buurt. Indien nodig wordt de casus interdisciplinair besproken, met aandacht voor medische en psychosociale aspecten, evenals het uitgebreide zorgnetwerk rond de persoon met dementie. Op deze manier maken ze samen het verschil.
'Uw dementiezorg is onze zorg'
– Dr. Joke Pauwelyn
“Door samen te werken, expertise te bundelen en interdisciplinair te denken, willen de Dementie Referentie Artsen met de Expertisecentra Dementie blijven groeien als een aanspreekpunt voor zorgverleners wanneer dementiezorg bijzonder complex wordt”, zegt dr. Joke Pauwelyn, projectleider Dementie Referentie Arts. “Onze leidraad is eenvoudig: ‘Uw dementiezorg is onze zorg.’ We willen zorgverleners ontzorgen en bijdragen aan een waardig en kwalitatief leven voor mensen met dementie – thuis én in residentiële zorg.”
In de aanloop naar de eerste verjaardag werd duidelijk dat de noden op het terrein breder zijn dan louter medische adviesverlening. Artsen grijpen soms onbewust en uit onmacht naar medicamenteuze interventies. De expertise van de dementiedeskundigen van de Expertisecentra Dementie maakt het verschil via niet-medicamenteuze suggesties. De blik op complexe situaties rondom mensen met dementie wordt op die manier verruimd.
Interdisciplinaire expertise
Professionals met verschillende achtergronden moeten, met instemming van de behandelende huisarts, vlot toegang hebben tot de interdisciplinaire expertise van het DRA-netwerk. Daarom wordt vanaf april 2026 een afgeschermd digitaal platform gelanceerd via www.huisartsendementie.be waar zorgverleners casussen kunnen posten. Bij al te complexe casussen nodigt het regionale DRA-team de juiste experten uit om de casus online verder uit te diepen. Op die manier gaan adviesvragen meer “leven” binnen het netwerk en wordt kennis systematisch gedeeld.
Daarnaast richt de werking zich op een aantal belangrijke stappen voor de verdere uitbouw. Zo wordt gewerkt aan een goede regionale spreiding van DRA’s, een vertaling van goede praktijken naar aanbevelingen voor de regio en een update van de opleiding. Ook wordt een serie navormingspakketten rond interdisciplinaire zorg ontwikkeld, waarbij zorgverleners wegwijs worden gemaakt in de aanpak van enkele veel voorkomende klinische en ethische vraagstukken, evenals in het rijke, maar versnipperde zorgaanbod.
Richtlijn dementiediagnostiek
Joke Pauwelyn zet nog eens de drieledige taak van de DRA’s uiteen: “In de eerste plaats moet hij advies en ondersteuning bieden aan collega-artsen. De tweede taak ligt in het uitbouwen van een regionaal netwerk. Vanuit dat netwerk kan hij als een soort loketfunctie vragen dispatchen naar de meest geschikte zorgverstrekker of instantie bij een bepaald probleem. Ten derde, maar dat is op iets langere termijn, moet hij instaan voor bijscholing van collega’s. Waarom niet elk jaar in de huisartsenkring een nascholing voorzien? Het zijn drie uiteenlopende, maar even belangrijke taken.”
De website huisartsendementie.be breidde het afgelopen jaar uit en brengt onder meer een aantal praktische casussen waarin op diverse aspecten van de zorg voor dementerende patiënten wordt gefocust. Hoe ga je om met een patiënt wanneer je als (huis)arts vermoedt dat er sprake is van (beginnende) dementie? Wat is het nut van primaire preventie bij dementie? Hoe volg je een patiënt met dementie op? En wat is de beste manier om een patiënt met dementie (en zijn familie) bij te staan in het eindstadium van het ziektebeeld? U vindt er ook de uit 2020 daterende Richtlijn: Diagnostiek van dementie in de huisartsenpraktijk opgesteld door het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de KU Leuven en het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.