Hulplijn 1712 constateert opnieuw recordjaar: 10.670 oproepen, stijging van 11 procent
De hulplijn 1712, voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling, heeft vorig jaar voor het eerst de kaap van tienduizend oproepen overschreden. Dat blijkt donderdag uit het jaarverslag van de hulplijn. Dat record was eveneens goed voor een stijging van 11 procent in het aantal oproepen en 12 procent in het aantal gemelde personen, tegenover 2024. Sinds het ontstaan van de hulplijn in 2012 stijgt het aantal oproepen en gemelde personen jaar na jaar.
In totaal werden er vorig jaar 10.670 oproepen geregistreerd, goed voor 14.865 gemelde personen, dat zijn zowel mogelijke slachtoffers als betrokkenen. Een groot deel van die hulpvragen ging over minderjarigen: 62 procent. Binnen de groep minderjarigen gaat het voornamelijk om kinderen tot 12 jaar, onder wie ook ongeboren kinderen.
Toch was slechts 9 procent van de contactnemers minderjarig, wat erop wijst dat de contactnemer vaak iemand is uit de omgeving van de (mogelijke) slachtoffers. Een zeer kleine groep van de contactnemers is iemand uit de omgeving van een pleger of een (potentiële) pleger zelf.
De meeste contacten hadden betrekking op kindermishandeling (58 procent), gevolgd door partnergeweld (15 procent) en geweld tussen volwassen buiten de familiecontext (4 procent). Als er wordt ingezoomd op de context van het geweld, gaat het in de overgrote meerderheid van de gevallen om intrafamiliaal geweld. Daarbij wordt emotioneel geweld het vaakst gemeld, gevolgd door lichamelijk en seksueel geweld. Ook emotionele en fysieke verwaarlozing nemen een aanzienlijk aandeel in van de meldingen.
Voor veel mensen blijkt anonimiteit belangrijk: zo goed als de helft van de contacten verliep vorig jaar anoniem. De meeste contacten verlopen telefonisch (57 procent), gevolgd door via chat (28 procent) of e-mail (15 procent). Vorig jaar was driekwart van de contactnemers een vrouw.