73% minder baby’s opgenomen bij ZAS
Antistoffen dringen RSV terug
Het afgelopen RSV-seizoen werden bij Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS) beduidend minder baby’s met RSV opgenomen dan twee jaar geleden. Bij baby’s onder de zes maanden gaat het om een daling met 73%. De daling is een gevolg van het toedienen van antistoffen.
Filip Ceulemans
Sinds eind 2024 worden antistoffen tegen het virus dat RSV veroorzaakt zo goed als volledig terugbetaald. Het resultaat is quasi instant zichtbaar. ZAS stelde tijdens het afgelopen RSV-seizoen vast dat er 73% minder baby’s jonger dan zes maanden in het ziekenhuis werden opgenomen met een infectie dan twee jaar geleden (voor de terugbetaling). Het totaal aantal RSV-gerelateerde opnames lag 42% lager.
RSV is bij jongere kinderen de belangrijke oorzaak van infecties van de lagere luchtwegen. Bij kinderen jonger dan twee jaar komt bovenop de RSV-besmetting vaak ook een longinfectie, waardoor ziekenhuisopname onafwendbaar wordt. “Het voorbije RSV-seizoen was de tweede keer dat baby’s de beschermende antistoffen konden krijgen”, zegt kinderinfectioloog prof. dr. Daan Van Brusselen. “De eerste keer was het seizoen 2024-2025. Na de toediening is de baby minstens zes maanden beschermd. Recente data uit Spanje doen vermoeden dat de antistoffen langer werken en dat kinderen ook in hun tweede seizoen nog beschermd zijn tegen RSV. ”
Antistoffen werken
“Het is fijn dat de antistoffen – net als vorig jaar – goed hebben gewerkt. De voorbije maanden lag het aantal opnames van baby’s jonger dan zes maanden met RSV maar liefst 73 procent lager dan in de periode vóór de antistoffen beschikbaar waren. Het gaat om 93 baby’s tegenover 345 baby’s twee jaar geleden. Deze daling is zeer vergelijkbaar met de 101 baby’s die vorig jaar opgenomen werden: de trend zet dus door.”
De daling van het aantal baby’s dat wordt opgenomen met een RSV-infectie, is belangrijk omdat het de druk op de bedden in de kinderafdeling doet afnemen. “Vroeger werd op het hoogtepunt van het RSV-seizoen meer dan de helft van de bedden op onze kinderafdelingen ingenomen door kinderen met RSV”, zegt dr. Van Brusselen. “Dat was de voorbije maanden niet het geval. Het geeft onze kinderafdelingen letterlijk wat ademruimte in de drukste periode van het jaar. Daarnaast wordt voor heel wat ouders een stresserende ziekenhuisopname vermeden.”
Inhaalprik blijft achter
Het aantal ouders dat ermee instemt om hun baby meteen na de bevalling de antistoffen toe te dienen, blijft hoog. In 2024-2025 stemde 87% van de ouders ermee in, in 2025-2026 85%. Van de kinderen geboren buiten het RSV-seizoen krijgt iets minder dan de helft (44%) de inhaalprik. “De antistoffen zijn erg goed aanvaard bij jonge ouders op de kraamafdeling”, stelt Van Brusselen vast. “Voor de inhaalprikken blijkt het iets moeilijker om de mensen te motiveren. Mogelijk komt dit doordat mensen niet goed op de hoogte zijn of de prik gewoonweg vergeten. Onze cijfers komen van de kinderartsen van ZAS. We vermoeden dat behoorlijk wat ouders naar de huisarts zijn gegaan voor de inhaalprik, waardoor er dus in totaal meer kinderen beschermd zijn.”