UZ Brussel start met TIL-therapie bij agressieve huidkanker
Het UZ Brussel is als eerste centrum in België gestart met tumorinfiltrerende lymfocytentherapie (TIL-therapie) voor patiënten met agressieve, uitgezaaide huidkanker, meldt het ziekenhuis.
TIL-therapie is een cellulaire immuuntherapie die het eigen afweersysteem versterkt met immuuncellen die worden geïsoleerd uit de tumor zelf. “Die cellen zijn daar aanwezig, maar onvoldoende actief. Door ze uit de tumor te isoleren en te laten vermenigvuldigen, creëer je miljarden afweercellen,” aldus dr. Iris Dirven, medisch oncoloog in opleiding en doctoraatstudente. “Die cellen dienen we daarna opnieuw toe via een infuus."
Het UZ Brussel is het eerste oncologische centrum in België dat deze innovatieve therapie inzet bij patiënten met een agressieve vorm van huidkanker.
Hoewel de behandeling hoop biedt op langdurige ziektecontrole en zelfs genezing, blijft het een intensieve therapie die op korte tijd veel energie vraagt van de patiënt. Daarom is de behandeling voorlopig enkel geschikt voor patiënten die relatief fit zijn en geen ernstige hart- of longaandoeningen hebben.
'Nieuwe kans op genezing'
“Onderzoek uit het buitenland toonde al aan dat TIL-therapie een nieuwe kans geeft op genezing wanneer alle andere behandelingen niet konden helpen. In onze gegevens zien we gemiddeld dat slechts 35 procent van de patiënten voldoende goed reageert op die klassieke methodes. Bij veel patiënten komt de ziekte na verloop van tijd terug", zegt Dirven.
In Nederland, Denemarken en de Verenigde Staten wordt TIL-therapie al langer toegepast. De resultaten zijn hoopgevend: bij 40 procent van de patiënten zien artsen een gunstige respons na het falen van de standaardbehandelingen. Twintig procent is na vijf jaar volledig genezen.
Dirven: “Ook het UZ Brussel neemt deel aan een internationale studie waarin de standaardbehandeling met immuuntherapie wordt vergeleken met een combinatie van celtherapie en immuuntherapie. In de Verenigde Staten lag de respons van die gecombineerde behandeling bijna dubbel zo hoog als bij behandeling met anti-PD1 alleen. De bijkomende vraag is nu of die betere respons ook leidt tot een langere periode zonder ziekteprogressie.”