Wet tot regeling overleg in kader van beroepsgeheim goedgekeurd
De Kamer heeft de wet betreffende de verwerking van persoonsgegevens bij deelname aan een overleg georganiseerd op grond van artikel 458ter van het Strafwetboek goedgekeurd.
Herman Nys, em.prof. medisch recht
De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurde op 8 januari het wetsontwerp betreffende de verwerking van persoonsgegevens bij deelname aan een overleg georganiseerd op grond van artikel 458ter van het Strafwetboek goed.
Het wordt ter bekrachtiging aan de Koning voorgelegd. Aan de basis van dit wetsontwerp ligt het wetsvoorstel van Sophie De Wit c.s (N-VA). Het werd in de Kamercommissie op een aantal punten geamendeerd
Artikel 458ter Stafwetboek
Artikel 458ter § 1 van het Strafwetboek laat toe dat er krachtens een wet, decreet of ordonnantie, of met de toestemming van de procureur des Konings, een overleg wordt georganiseerd waarbij de deelnemers met elkaar informatie kunnen uitwisselen die onder het beroepsgeheim valt.
Een dergelijk overleg is enkel mogelijk met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, of ter voorkoming van terroristische misdrijven of ter voorkoming van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie.
Te verwerken gegevens
De deelnemers aan een casusoverleg kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken:
- de identificatiegegevens, met name de naam, de voornamen, het adres, de geboortedatum, de geboorteplaats en het rijksregisternummer;
- de contactgegevens;
- de gegevens over beroep, beroepsbekwaamheid, opleiding en vorming;
- de leeftijd, het geslacht, de nationaliteit, de burgerlijke staat en het verblijfsstatuut;
- de gegevens over schulden en solvabiliteit;
- de gegevens over de levensstijl, de vrijetijdsbesteding en de sociale context;
- de gegevens over de gezinssamenstelling;
- de gegevens over de woonomstandigheden;
- de politionele en gerechtelijke gegevens;
- de gegevens over de gezondheid;
- de gegevens over risicosituaties en -gedragingen;
- de gegevens waaruit herkomst of afkomst blijkt;
- de gegevens waaruit politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken;
- de gegevens over seksueel gedrag of seksuele gerichtheid (artikel 2 , § 2, tweede lid).
Noodzakelijke verwerking
Deze persoonsgegevens kunnen enkel worden verwerkt indien dit noodzakelijk is om de doelstelling omschreven in artikel 458ter, § 1, tweede lid van het strafwetboek te realiseren, met name om:
- de fysieke en psychische integriteit van de betrokken persoon of van derden te beschermen;
- de misdrijven, bedoeld in boek II, titel Iter, van het Strafwetboek (terroristische misdrijven), of de misdrijven die zijn gepleegd in het raam van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van hetzelfde Wetboek, te voorkomen.
Overgangsbepaling
De wet is van toepassing op alle gegevens die, voorafgaand aan haar inwerkingtreding, in de in deze wet bedoelde gezamenlijke of eigen dossieromgeving werden verwerkt (artikel 8).