Gezondheidsrecht

Raad van State handhaaft schorsing van visum tandarts

De Raad van State velde op 11 februari 2026 een arrest naar aanleiding van een verzoek van een tandarts wiens visum was geschorst door de Nederlandstalige kamer van de Toezichtcommissie Zorgkwaliteitswet. De Raad van State schorste de schorsing van het visum niet.

Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven

Op 22 april 2024 had de VVT melding gemaakt van verscheidene krantenberichten omtrent de betrokken tandarts betreffende verdenking van oplichting van het RIZIV door fictieve prestaties.

Daaropvolgend drong de VVT aan op een tijdelijke schorsing. In dezelfde periode werden er rechtstreekse klachten ten aanzien van de tandarts neergelegd.

De beslissing van de Toezichtcommissie

Op 9 januari 2026 besliste de Nederlandstalige multidisciplinaire kamer van de Toezichtcommissie  het visum van de tandarts te schorsen.

Volgens de kamer was er prima facie sprake van een psychische en/of fysieke ongeschiktheid van de tandarts om zonder risico’s de uitoefening van het beroep voort te zetten (artikel 45, tweede lid, 1° Zorgkwaliteitswet); was er vermoedelijk van inbreuken op artikel 14 en 17 van deze  wet (‘De gezondheidszorgbeoefenaar verzekert zich ervan dat de nodige omkadering aanwezig is die hem toelaat om gezondheidszorg op een kwalitatief hoogstaand niveau te verrichten en ‘De gezondheidszorgbeoefenaar mag een aan de gang zijnde behandeling van een patiënt met onderbreken zonder vooraf alle voorzieningen te hebben getroffen om de continuïteit van de zorg te garanderen'), en was er sprake van omstandigheden die bij verdere praktijkvoering voor zware gevolgen voor patiënten en/of de volksgezondheid doet vrezen (artikel 45, tweede lid, 5°).

Op basis van het geheel van deze vaststellingen drong een schorsing van het visum van de tandarts zich dan ook op, oordeelde de Toezichtcommissie. Dit is de bestreden beslissing.

Raad van State: geen dringende noodzakelijkheid

De  tandarts vorderde de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de schorsing het visum.

Volgens de Raad van State is het vanaf het ogenblik waarop de uiterst dringende noodzakelijkheid ontstaat, dat een verzoekende partij met passende voortvarendheid moet optreden. Dat was niet gebeurd. De aangetekende zending waarin de schorsing van het visum werd meegedeeld, werd volgens de Raad van State laattijdig opgehaald.

Die houding van de verzoekende partij houdt de negatie in van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Daaruit volgt dat de verzoekende partij niet met de vereiste diligentie is opgetreden, noch heeft aangetoond dat de zaak te spoedeisend was voor een behandeling ervan in een gewone schorsingsprocedure.

Het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid van de schorsing was dus niet aangetoond.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 
Geschreven door Herman Nys16 maart 2026
Print Magazine

Recente Editie
24 juni 2025

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine