CD&V wil verblijfsduur in centra voor kortverblijf verlengen
Vlaams Parlementsleden Katrien Schryvers, Toon Vandeurzen, Loes Vandromme, An Christiaens, Lien Van Dooren en Peter Van Rompuy dienden bij het Vlaams Parlement een conceptnota in voor nieuwe regelgeving over het vaststellen van de verblijfsduur in centra voor kortverblijf type 1.
Centrum voor kortverblijf
Een centrum voor kortverblijf type 1 (CVK) biedt opvang en verzorging aan ouderen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen. Ze kunnen bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname nog niet meteen weer zelfstandig wonen, of hun mantelzorger kan tijdelijk niet de nodige ondersteuning bieden. Een CVK is ook een oplossing voor patiënten die een tijdlang meer verzorging nodig hebben dan normaal, bijvoorbeeld na een val of in crisissituaties.
Opvang in een CVK wegens een crisissituatie wordt omschreven als opvang na een acute situatie die onmiddellijke actie vereist en die niet langer duurt dan zeven dagen. Voor sommigen is het de stap tussen thuis wonen met hulp aan huis en verhuizen naar een meer passende verblijfplaats, zoals een woonzorgcentrum of assistentiewoning.
Een CVK type 1 is gericht op mensen ouder dan 65 jaar en biedt verblijf en verzorging, revalidatie en activering, ontspanningsactiviteiten en animatie, en contact met andere bewoners. Een verblijf kan er zowel ’s nachts en overdag als alleen ’s nachts plaatsvinden.
Een CVK type 2 is gericht op mensen vanaf 18 jaar die lijden aan jongdementie of een levensbedreigende aandoening, terwijl een CVK type 3 zorg en ondersteuning biedt aan ernstig zieke kinderen en jongeren tot en met 21 jaar.
In de conceptnota wordt met de omschrijving ‘centrum voor kortverblijf’ alleen een CVK type 1 bedoeld. Alle CVK’s type 1 in Vlaanderen zijn erkend door het Departement Zorg.
Beperkte verblijfsduur
Voor het verblijf in een CVK type 1 stelt de regelgever vast dat de gebruikers maximaal zestig opeenvolgende dagen en, beschouwd over de periode van één kalenderjaar, in totaal maximaal negentig dagen in hetzelfde centrum type 1 opgenomen mogen worden. Voor de berekening van het maximale aantal verblijfsdagen wordt geen rekening gehouden met de dagen van onvoorziene afwezigheid.
Concreet betekent dit dat iemand maximaal zestig opeenvolgende dagen in hetzelfde centrum kan verblijven. Als na die periode een terugkeer naar de thuisomgeving nog niet aangewezen is, wordt de betrokkene verplicht om een ander CVK te zoeken om de nodige zorg verder te kunnen ontvangen.
Een vergelijkbare situatie kan zich voordoen als een opname in een woonzorgcentrum aangewezen is, maar om praktische redenen – bijvoorbeeld wegens plaatsgebrek – nog niet onmiddellijk mogelijk blijkt.
Langere aaneengesloten verblijfsduur
De indieners van de conceptnota zijn van oordeel dat deze problematiek grotendeels kan worden ondervangen door een langere aaneengesloten verblijfsduur in een CVK type 1 mogelijk te maken. Als een cliënt langer dan zestig dagen aaneensluitend in hetzelfde centrum kan verblijven, kan worden vermeden dat een verhuizing naar een ander centrum noodzakelijk wordt. Een langere verblijfsduur biedt immers meer kansen op herstel binnen die periode.
Tegelijk biedt een langer verblijf extra tijd om enerzijds vast te stellen dat een terugkeer naar de thuisomgeving niet meer mogelijk is, en anderzijds de nodige voorbereidingen te treffen voor een opname in een woonzorgcentrum.
De indieners stellen voor de maximale verblijfsduur van negentig dagen per jaar in hetzelfde centrum te behouden, maar toe te staan dat die negentig dagen aaneensluitend worden opgenomen.
Om dat te verwezenlijken stellen de indieners voor om artikel 5 van bijlage 8 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 als volgt te wijzigen:
“Een gebruiker mag over de periode van één jaar, die aanvangt op de begindatum van het eerste verblijf, in totaal maximaal negentig opeenvolgende dagen in het zelfde centrum type 1 opgenomen worden. Voor de berekening van dat maximale aantal verblijfsdagen wordt geen rekening gehouden met de dagen van onvoorziene afwezigheid. Elke afwijking van de maximale verblijfsduur wordt gemotiveerd door het interdisciplinaire team dat de gebruiker verzorgt.”