Ziekteverzekering geeft fors meer uit aan trommelvliesbuisjes
De ziekteverzekering heeft tussen 2020 en 2024 bijna 80 procent meer uitgegeven aan het plaatsen of verwijderen van trommelvliesbuisjes. Dat blijkt uit cijfers die N-VA-Kamerlid Kathleen Depoorter heeft opgevraagd.
Oorbuisjes worden vooral geplaatst bij kleine kinderen die last hebben van een lijmoor. Daarbij blijft na een oorontsteking vocht achter het trommelvlies zitten.
In principe adviseren de richtlijnen in België om eerst drie tot zes maanden af te wachten, maar dat lijkt niet te rijmen met de stijgende uitgaven bij het RIZIV, stelt Depoorter. Tussen 2020 en 2024 zijn de uitgaven met 79,8 procent gestegen, van bijna 876.000 naar ruim 1,57 miljoen euro, blijkt uit cijfers die het N-VA-Kamerlid opvroeg bij minister Vandenbroucke.
Dat "doet de wenkbrauwen fronsen", zegt Depoorter. "Uiteraard moet elk kind dat deze ingreep nodig heeft, die ook krijgen. Maar we moeten tegelijk nagaan of de stijging voortkomt uit een grotere medische nood of verschillen in de manier waarop artsen de richtlijnen toepassen", zegt ze.
Regionale verschillen
Zo stelde het N-VA-parlementslid in de cijfers grote regionale verschillen vast.
In Vlaanderen worden de buisjes vaker in een artsenpraktijk geplaatst, in Wallonië vaker in een ziekenhuis. Daarnaast suggereren de cijfers dat trommelvliesbuisjes in het Waals Gewest vaker worden verwijderd, terwijl ze doorgaans vanzelf loskomen en een verwijdering meestal niet nodig is. Depoorter vraagt de minister om erop toe te zien dat de ingrepen volgens de wetenschappelijke richtlijnen gebeuren.