Naar federaal meldpunt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag?
Voorstel van resolutie van Irina De Knop (Anders)
Volksvertegenwoordiger Irina De Knop (Anders) diende bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een voorstel van resolutie in betreffende de oprichting van één federaal frontofficemeldpunt voor meldingen en klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners tegenover patiënten.
Herman Nys, em. voorzitter medisch recht KU Leuven
Irina De Knop (Anders) vraagt in haar voorstel van resolutie de oprichting van één federaal meldpunt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners tegenover patiënten. Het moet de bestaande, versnipperde meld- en klachtenprocedures toegankelijker maken.
Haar voorstel van resolutie focust op de zorgrelatie tussen patiënt en zorgverlener. Niet omdat andere vormen van grensoverschrijdend gedrag minder ernstig zouden zijn, maar omdat de zorgrelatie een specifieke vertrouwensrelatie is waarin de patiënt zich lichamelijk, psychisch en professioneel kwetsbaar opstelt tegenover een zorgverlener.
Bovendien bestaan in de gezondheidszorg vandaag al verschillende meldkanalen, ombudsdiensten, toezichtsinstanties en klachtenprocedures, waardoor net in deze sector de nood aan vereenvoudiging en coördinatie bijzonder zichtbaar is.
De Knop (Anders) vraagt in haar voorstel van resolutie de oprichting van één federaal meldpunt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners tegenover patiënten. Het moet de bestaande, versnipperde meld- en klachtenprocedures toegankelijker maken.
De belangrijkste punten uit het voorstel van resolutie:
- Eén herkenbare toegangspoort voor heel België, bereikbaar in het Nederlands, Frans en Duits via website, beveiligd formulier, telefoon en e-mail.
- Het meldpunt ontvangt en registreert meldingen, beoordeelt de dringendheid, geeft advies en verwijst door naar de bevoegde instanties. Het blijft het dossier opvolgen en informeert de melder over de voortgang.
- Een beveiligd digitaal opvolgsysteem en duidelijke termijnen moeten melders zicht geven op de behandeling van hun dossier, van ontvangst tot afsluiting.
- Het meldpunt neemt de taken van gerechtelijke, tuchtrechtelijke of toezichthoudende instanties niet over. De regering moet onderzoeken waar het organisatorisch het best wordt ondergebracht, eventueel bij de Federale Toezichtcommissie.
- Betere samenwerking en veilige gegevensdeling tussen onder meer politie, parket, ombudsdiensten, tuchtinstanties, inspectiediensten en deelstatelijke meldpunten. Dit moet voorkomen dat slachtoffers telkens opnieuw hun volledige verhaal moeten vertellen.
- Slachtoffergerichte ondersteuning, met bijzondere aandacht voor kwetsbare patiënten. Slachtoffers krijgen informatie over mogelijke procedures en hulpverlening, inclusief aangifte bij mogelijke strafbare feiten, zonder daartoe onder druk te worden gezet.
- Een brede campagne moet het meldpunt bekendmaken. Zorgverleners en instellingen worden aangemoedigd patiënten te informeren, zonder bijkomende administratieve verplichtingen. Medewerkers krijgen gespecialiseerde opleiding.
- Jaarlijkse publieke rapportering aan de Kamer over meldingen, doorlooptijden, opvolging en structurele knelpunten, met bescherming van de privacy van alle betrokkenen