Chemotherapie kan effect van therapeutisch kankervaccin versterken
Tijdstip waarop behandelingen worden toegediend is doorslaggevend
Een team wetenschappers van de UCLouvain en de Universiteit van Oxford heeft een mechanisme ontdekt waardoor chemotherapie het effect van een therapeutisch kankervaccin kan versterken. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Cancer Cell.
De juiste timing
Immunotherapie stimuleert het natuurlijke afweersysteem van het lichaam om kankercellen te helpen vernietigen. Bij 30 tot 40% van de kankerpatiënten die over tumorreactieve lymfocyten beschikken, werkt deze behandeling zeer goed. Bij patiënten bij wie deze lymfocyten ontbreken, kan therapeutische vaccinatie door toediening van tumorantigenen de aanmaak ervan stimuleren.
"Een van de belangrijkste uitdagingen bij deze aanpak doet zich voor wanneer patiënten ook chemotherapie krijgen. Die richt zich immers op snel delende cellen, zowel kankercellen als gezonde cellen", legt Benoît Van den Eynde, directeur van het Institut de Duve van UCLouvain, uit.
Normaal gesproken zou chemotherapie het effect van therapeutische vaccinatie dan ook tenietdoen, doordat ook de door het vaccin geactiveerde tumorreactieve lymfocyten worden vernietigd.
"Maar de studie van de UCLouvain toont net het tegenovergestelde aan: als de chemotherapie zorgvuldig wordt gekozen en op het juiste moment ten opzichte van de vaccinatie wordt toegediend, versterkt ze de immuunrespons op het vaccin", aldus de immunoloog.
Het tijdstip waarop de behandelingen worden toegediend, speelt dus een doorslaggevende rol. De onderzoekers stelden vast dat het gunstige effect aanwezig was wanneer de chemotherapie en het vaccin op dezelfde dag werden toegediend, maar verdween wanneer er meerdere dagen tussen beide behandelingen lagen.
Naar nieuwe behandelstrategieën
De resultaten van het onderzoek door de teams van Benoît Van den Eynde aan de Universiteit van Oxford en de UCLouvain zijn gepubliceerd in Cancer Cell.
"Onze resultaten tonen aan dat het mogelijk zou zijn om de werkzaamheid van bepaalde immunotherapieën te verbeteren door eenvoudigweg het tijdstip van toediening beter af te stemmen op de chemotherapie", benadrukt Benoît Van den Eynde. "Ze openen de weg naar nieuwe behandelstrategieën waarbij chemotherapie, therapeutische vaccinatie en anti-PD-1-immunotherapie worden gecombineerd."
Het preklinische onderzoek werd uitgevoerd in het laboratorium van professor Van den Eynde in Oxford. Daarbij werd gebruikgemaakt van vaccins op basis van virale vectoren, een technologie die onder meer wordt toegepast bij vaccins tegen COVID-19. De vaccins werden ontwikkeld met tumorantigenen die aan de UCLouvain waren geïdentificeerd.
Hoewel de resultaten nog in klinische studies moeten worden bevestigd, suggereren ze dat een betere afstemming van het tijdstip van toediening van bestaande behandelingen of behandelingen in ontwikkeling een belangrijke manier kan zijn om de zorg voor kankerpatiënten te verbeteren.
Het onderzoek werd ondersteund door het Ludwig Institute for Cancer Research waaraan Benoît Van den Eynde verbonden is.