België moet opschaling nucleaire geneeskunde voorbereiden
De wereldwijde vraag naar radiofarmaceutica kan in tien jaar tijd verdrie- tot vervijfvoudigen. Om van deze groei te profiteren, pleit het Waalse innovatiecentrum voor de gezondheidszorg BioWin voor meer personeel, productie en ziekenhuiscapaciteit.

De Belgische nucleaire geneeskunde trekt investeringen aan. Tijdens de beurs Nuclear Medicine in Belgium, die plaatsvond op 14 en 15 oktober, benadrukte BioWin het potentieel van een sector die een steeds belangrijkere rol speelt in doelgerichte therapieën, naast de traditionele toepassingen in diagnostiek en beeldvorming.
Verschillende deals illustreren deze versnelling: de overname van het in Luik gevestigde biotechbedrijf ABSCINT door Curium, de nieuwe faciliteit van Full-Life Technologies in Gembloux en de productiecapaciteit rond actinium-225 die is ontwikkeld door het Nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE) en PanTera. In Flémalle is Trasis (bekroond als Waalse 'Onderneming van het Jaar' 2025, zie foto) van plan om zo'n € 40 miljoen te investeren in de voormalige Mithra-locatie en tot 300 extra banen te creëren tegen 2030.
Een dicht industrieel en klinisch netwerk
Volgens een studie van BioWin, met analytische ondersteuning van PwC, vertegenwoordigde de sector in 2025 ongeveer 2.600 directe banen in België, waaronder zo'n 350 arts-specialisten, en bijna 5.000 indirecte banen. Een derde van de nucleaire geneeskundeafdelingen wereldwijd maakt gebruik van Belgische technologie. Op piekmomenten kan het land tot 65% van de wereldwijde isotopenproductie leveren, zo blijkt.
De ambitie van de "Radiopharma Valley" zal ook worden afgemeten aan de capaciteit om zorg te verlenen.
Wallonië telt meer dan 30 actoren, waaronder 18 industriële bedrijven. Onderzoek, isotopenproductie, radiofarmaceutica, apparatuur, logistiek en ziekenhuistoepassingen zijn er allemaal gevestigd, in samenwerking met Vlaamse en Brusselse actoren zoals het SCK in Mol. Deze nabijheid vergemakkelijkt het transport van kortlevende isotopen, waarvan het gebruik strakke deadlines vereist.
Alfa-therapie voorop
BioWin verwacht dat de wereldwijde vraag de komende tien jaar drie- tot vijfvoudig zal toenemen. Belangrijke drijfveren hiervoor zijn theranostiek, dat diagnostiek en behandeling combineert, en de ontwikkeling van alfa-emitters in de oncologie.
België richt zich met name op actinium-225 en astatium-211. Voor laatstgenoemde heeft IBA de Cyclone iKure-cyclotron in gebruik genomen, die is ontworpen om industriële productie mogelijk te maken. Het Accelerate.EU-consortium brengt op zijn beurt 17 Europese organisaties samen om de ontwikkeling en industrialisatie van therapieën op basis van astatium-211 te versnellen. IBA en het Jules Bordet Instituut spelen een leidende rol in dit consortium, samen met organisaties zoals het SCK, de ULB en Oncidium.
Ook ziekenhuizen moeten voorbereid zijn
Deze voorsprong garandeert echter niet dat patiënten snel zullen profiteren van innovaties. BioWin noemt vier prioriteiten: het opleiden en aantrekken van gespecialiseerde professionals, een betere coördinatie van regelgevingsprocedures, het versterken van de Europese samenwerking en het aanpassen van de capaciteit van de industrie en ziekenhuizen.
Het aantal radiochemici, radiofarmaceuten, medisch fysici en nucleair geneeskundigen blijft beperkt. Het cluster pleit ook voor een meer gestructureerde dialoog met de geneesmiddelen- en nucleaire autoriteiten om procedures voorspelbaarder te maken. Tot slot vereist groei investeringen in ziekenhuizen, logistiek, beheer van radioactief afval en leveringszekerheid. De ambitie van de "Radiopharma Valley" zal ook worden afgemeten aan de capaciteit om zorg te verlenen.