Regeling tegemoetkoming voor zorgcontinuïteit in Staatsblad
De regels voor de toekenning van een tegemoetkoming voor zorgcontinuïteit aan huisartsenpraktijken en medische huizen - waarover Artsenkrant al eerder berichtte - zijn nu ook in het Staatsblad verschenen.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het gaat over de tegemoetkoming voor huisartsenpraktijken die samenwerken met een verpleegkundige, en die de bestaande tegemoetkomingen (zorgcontinuïteit en praktijkbeheer) combineert. Eerder had het RIZIV al bekendgemaakt dat de premie vanaf 1 oktober aangevraagd kan worden, en dat tot uiterlijk op 31 oktober 2026.
De voorwaarden voor de tegemoetkoming waren al bekend, maar zijn nu ook officieel: het Staatsblad van 21 september maakt het KB van 30 augustus 2026 tot uitvoering van artikel 36octies GVU-wet betreffende de voorwaarden overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent in de kosten van een huisartsenpraktijk bekend.
Deze tegemoetkoming voor zorgcontinuïteit wordt jaarlijks voorzien om een vast samenwerkingsverband met een verpleegkundige of een praktijkassistent te stimuleren. Zij wordt verleent aan huisartsenpraktijken en medische huizen in de kosten verbonden aan de continuïteit van de praktijkvoering en aan de samenwerking tussen gezondheidszorgbeoefenaars.
Vast samenwerkingsverband
Een vast samenwerkingsverband is een vaste en geïntegreerde samenwerking tussen een huisartsenpraktijk of een medisch huis en een verpleegkundige of een praktijkassistent, waarbij afspraken over onder meer de taakinvulling, de werkuren binnen de praktijk en de vergoeding voor het uitvoeren van deze taken schriftelijk worden vastgelegd in een arbeids- of samenwerkingsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Een vast samenwerkingsverband kan opgezet worden via personen die werken in loondienst, via samenwerking met personen met een zelfstandig statuut of via samenwerking met organisaties die loontrekkenden in dienst hebben (artikel 1, 9°).
Activiteitsdrempels
Om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming moet de huisartsenpraktijk voldoen aan de volgende activiteitsdrempels:
- ten minste 500 globale medische dossiers beheren op 31 december van het jaar voorafgaand aan het premiejaar;
- een minimumbedrag van 25.000 euro boeken aan terugbetalingen van huisartsgeneeskundige verstrekkingen, opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, in het jaar voorafgaand aan het premiejaar.
Voor de berekening van de activiteitsdrempels wordt voor de groeperingen rekening gehouden met het aantal globale medische dossiers of met de minimumbedragen van alle via de webtoepassing ProGezondheid geregistreerde samenwerkende huisartsen op het ogenblik van de indiening van de aanvraag (artikel 7, § 1).
Een groepering is een registreerde groepering van algemeen geneeskundigen, zoals bedoeld in artikel 2, 6°, KB 23 december 2021 tot vaststelling van de voorwaarden en regels overeenkomstig dewelke de verplichte GVU aan de huisarts een honorarium betaalt voor het beheer van het globaal medisch dossier (artikel 1,3°).
Een medisch huis wordt geacht te voldoen aan de voorwaarden in § 1 als het op erewoord verklaart dat het gelijkaardige drempels heeft bereikt, in het jaar voorafgaand aan het premiejaar. Deze verklaring kan a posteriori gecontroleerd worden aan de hand van de profielen opgesteld door het RIZIV en/of aan de hand van de registratie van de gegevens, zoals bepaald in de regels over het sluiten van de akkoorden met het oog op de forfaitaire betaling van de verstrekkingen (artikel 7, § 3).
‘New Deal’ praktijken soms uitgesloten
De New Deal-praktijken die meer dan 1.000 patiënten met een vaste behandelrelatie tellen op het ogenblik van het indienen van de aanvraag, worden uitgesloten van het recht op de tegemoetkoming voor zorgcontinuïteit (artikel 8).
Een ‘New Deal’-praktijk is een huisartsenpraktijk die is toegetreden tot de overeenkomst van 15 januari 2024 in toepassing van artikel 56, § 1 GVU-wet ter financiering van een vergelijkende studie betreffende het organisatie- en financieringsmodel in de huisartsgeneeskunde.
Toekenningsmodaliteiten
De aanvraag voor de tegemoetkoming voor zorgcontinuïteit bevat ten minste de volgende elementen:
- de identificatie van de aanvrager;
- het rekeningnummer waarop de tegemoetkoming moet gestort worden;
- de arbeids- of samenwerkingsovereenkomst(en) waarop de aanvraag betrekking heeft;
- een verklaring op eer voor de voorwaarden;
- het aantal uren tewerkstelling waarvoor de aanvraag wordt ingediend (artikel 11, §1).
Op straffe van verval wordt de aanvraag vanaf 1 september en uiterlijk op 30 september van het premiejaar overgemaakt aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV.
Evenwel wordt de aanvraag voor het premiejaar 2026 vanaf 1 oktober en uiterlijk op 31 oktober 2026 overgemaakt aan de Dienst op straffe van verval (artikel 11, § 2).
De tegemoetkoming wordt uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op het premiejaar betaald (artikel 11, §3).
Evaluatie
Het RIZIV evalueert deze maatregel uiterlijk op 1 september 2028 (artikel 12).
Het KB van 30 augustus 2026 treed in werking op 1 oktober 2026. Het KB van 4 juli 2024 tot uitvoering van artikel 36octies GVU-wet betreffende de voorwaarden overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent in de kosten van een huisartsenpraktijk wordt opgeheven (artikel 13).