Hitteplan: zijn we er echt klaar voor?
OMGEVINGSGEZONDHEID Tijdens de hittegolf, die België heeft getroffen van 18 juni tot 1 juli 2026, zijn 1.747 overlijdens meer dan verwacht geregistreerd. Dat betekent daarom nog niet dat elk overlijden kan worden toegeschreven aan de hitte, maar het bevestigt toch de omvang van het probleem. We moeten daarom risicogroepen beter beschermen en met name fragiele patiënten, geïsoleerde patiënten en patiënten die meerdere ziektes vertonen en afhankelijk zijn van anderen.(1)

Volgens dr. Hanna Ballout, huisarts, lid van de ‘cellule de veille’ van het Collège de Médecine Générale (CMG) en secretaris-generaal van de Société Scientifique de Médecine Générale (SSMG), is het moeilijk het momenteel voorliggende plan te vertalen in concrete maatregelen. De huisartsen werden niet voldoende betrokken bij het risicomanagement hoewel zij een centrale rol spelen bij het opsporen van kwetsbare patiënten en de coördinatie van mantelzorgers, verpleegkundigen, apothekers, rusthuizen en specialisten.
Fragiliteit, meer nog dan de leeftijd zelf
De leeftijd is een nuttige risicomarker, die op zichzelf echter niet volstaat. Of je de hitte al dan niet verdraagt, hangt ook af van de fysiologische reserve, de nierfunctie, het hart- en vaatstelsel, de cognitieve functies, de beweeglijkheid, de voedingstoestand, de autonomie en de omgeving. Afhankelijke, geïsoleerde bejaarden en bejaarden met chronische ziekten lopen het hoogste risico.(1)
Er bestaat nog geen tool die kwetsbare patiënten automatisch opspoort in elektronische medische dossiers. Daarom stelt het CMG voor vooral te kijken naar 80-plussers, 75-plussers die een oraal antidiabeticum, een ACE-remmer, een sartan of een psychotroop middel innemen, en 70-plussers die een diureticum krijgen.(1) Die criteria vormen een eerste filter. Bij complexe patiënten kan je dan verder de fragiliteit, de cognitieve functies, de autonomie, de voedingstoestand en de sociale context evalueren.
In de toekomst zal een betere coördinatie essentieel zijn. Dr. Ballout stelt dat apothekers, psychiaters en geriaters moeten helpen bij het ramen van de risico’s, het aanpassen van de behandeling en het volgen van de vatbaarste patiënten.
Vooruitdenken
Een geneesmiddel, dat altijd goed werd verdragen, kan onder invloed van de hitte toch problemen geven. Je moet daarbij vooral aandacht besteden aan antidiabetica. In geval van uitdroging kunnen metformine, sulfonylureumderivaten, gliflozines en insuline het risico op melkzuuracidose en/of ontregeling van de glykemie verhogen.
Het BCFI vestigt ook de aandacht op diuretica, angiotensine II-receptorantagonisten, NSAID’s, bepaalde antihypertensiva, antipsychotica en serotoninerge middelen. Uitdroging kan ook invloed hebben op de plasmaconcentraties van geneesmiddelen zoals lithium, digoxine en anti-epileptica, waardoor het risico op intoxicatie stijgt.(2)
Geneesmiddelen stelselmatig opschorten is echter geen goed idee. Bij een bejaarde die meerdere geneesmiddelen moet innemen, moet je rekening houden met de indicatie, de volumetoestand, de bloeddruk, de nierfunctie, het ionogram en het risico van stopzetting van het geneesmiddel. De huisarts, de apotheker en zo nodig een geriater of een andere specialist zouden samen nog voor de zomer de behandeling moeten doornemen om te vermijden dat je die beslissingen moet nemen in een crisissituatie.
Tien dagen waakzaamheid na de piek
Bij fragiele bejaarden veroorzaakt de hitte niet alleen een hitteberoerte of een duidelijke uitdroging. Acute verwardheid, hypotensie, vallen, minder plassen, geen eetlust, nierinsufficiëntie of een functionele achteruitgang kunnen de eerste tekenen van een decompensatie zijn. Het risico verdwijnt trouwens niet meteen na daling van de temperaturen. Het CMG raadt dan ook waakzaamheid (consultatie of thuisbezoek) aan tot tien dagen na de episode omdat er later nog problemen kunnen optreden.(1,4)
Bij gedecompenseerde patiënten is een multidimensionale herevaluatie wenselijk van de beweeglijkheid, de cognitieve functies, de voedingstoestand en de autonomie om het zorgplan en de beschikbare hulp dienovereenkomstig aan te passen.(3)
Volgens dr. Ballout zou 90% van het werk moeten worden gedaan voor de hittegolf.
Veiligheid in woonzorgcentra
In woonzorgcentra blijven meerdere vragen onvoldoende beantwoord: “Vanaf welke kamertemperatuur moet je de bewoners naar een koelere ruimte brengen? Hoe volg je gedesoriënteerde patiënten, patiënten met dysfagie, afhankelijke patiënten en patiënten die niet kunnen zeggen dat ze dorst hebben?" Volgens dr. Ballout is verder wetenschappelijk onderzoek vereist om die vragen te beantwoorden.
Een Engelse studie, die in 2026 in Age and Ageing is gepubliceerd, illustreert die vatbaarheid. Tijdens de hittegolf van juli 2022 is de sterfte met 34,1% gestegen in nursing homes en met 13,0% in andere woonverblijven. Tussen 2022 en 2024 was de sterfte in structuren die verpleegkundige zorg leveren, meer dan tweemaal hoger bij een gemiddelde temperatuur van 25 °C dan bij 16 °C.(5)
Je zou nog voor de hittegolf begint, een actieplan moeten opstellen om de kwetsbare bewoners op te sporen en te volgen en om meteen de nodige aanpassingen door te voeren. Volgens dr. Ballout moeten we af van een politiek en medisch beleid dat naloopt op de feiten.(4)
Voorbereiden
Tijdens de hittegolf van juni heeft het nummer 1733 enorm veel oproepen gekregen en is de activiteit van de wachtdiensten gestegen. Volgens dr. Ballout hebben we meer mankracht en technische middelen nodig. En aangezien de gezondheidswerkers zelf ook lijden onder de warmte, moeten ook zij zich beschermen.
Volgens dr. Ballout zou 90% van het werk moeten worden gedaan voor de hittegolf. Elk alarmniveau zou vooraf gespecificeerde acties in gang moeten zetten: de kwetsbare patiënten opsporen, de omgeving controleren, gerichte controle van het behandelingsschema, telefonische follow-up of follow-up thuis en uitbreiding van de hulpteams en de criteria ad hoc. Dat veronderstelt een coördinatie tussen de eerstelijnsartsen, specialisten zoals geriaters en psychiaters, apothekers, spoedafdelingen, woonzorgcentra, thuiszorg, hulpdiensten en overheden.
Het hitteplan moet ook worden geëvalueerd na de hittegolf. Het CMG heeft een vragenlijst voor huisartsen opgesteld om informatie te verzamelen over hun ervaring en de problemen die ze hebben gezien tijdens de laatste hittegolf. Die informatie kan helpen om de nodige verbeteringen door te voeren.
Referenties:
1. Collège de Médecine Générale. Canicule: préparer au mieux la prochaine vague en médecine générale. 8 juli 2026.
2. Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische informatie. Tools – hitte en geneesmiddelen, juni 2026. https://www.bcfi.be/nl/hitte-en-geneesmiddelen/
3. World Health Organization. Integrated care for older people: guidance for person-centred assessment and pathways in primary care. 2nd ed. Genève: WGO; 2025.
4. British Geriatrics Society. Information for healthcare professionals caring for older people during hot weather. Bijgewerkt in juli 2026.
5. Hajat S, et al. Heat-related deaths in social care in England: can the Care Quality Commission ratings system be used to identify care homes that would benefit most from heat adaptation measures? Age Ageing. 2026;55(4).