"Als je de materniteit weghaalt, verdwijnen ook de pediaters"
In december vorig jaar stelde een expertengroep een rapport over de hervorming van het ziekenhuislandschap voor. De respons van veel lokale politici was meteen: de materniteit en de spoed mogen hier niet verdwijnen. Hoe kijken de artsensyndicaten naar de plannen?
Jos Vanhoof (BVAS): De hervorming vertrekt van vier types: de universitaire centra, het regionaal algemeen ziekenhuis (RAZ) met 150 acute bedden en een breed aanbod van zware pathologie, het dagziekenhuis – de vroegere lokale medische centra – en dan het ZIZ, het Ziekenhuis Intermediaire Zorg voor herstelling en revalidatie. De vraag is inderdaad: wat met materniteiten en spoeddiensten? Je verplicht mensen zich verder te verplaatsen omdat het niet meer aangeboden wordt.
'Dat is mijn vrees: in hoeverre wordt de eerste lijn opgezogen in de nieuwe hervorming van de ziekenhuisstructuren?'
– Jos Vanhoof, BVAS
Heel belangrijk voor ons is wat de bevoegdheden zullen zijn van een ziekenhuis voor dagzorg dat zich wil profileren op het extramurale terrein. Ik denk bijvoorbeeld aan zaken die wij ook in de praktijk doen, Aclasta-infusen, de mogelijkheid om extramuraal parenterale antibiotica en chemotherapie te voorzien in dagopvang, de mogelijkheid om slaaplabo's te organiseren. Dat is mijn vrees: in hoeverre wordt de eerste lijn opgezogen in de nieuwe hervorming van de ziekenhuisstructuren?
Lieselot Brepoels (ASGB/Kartel): Ik kijk daar wat anders naar. Voor een ziekenhuis is de spoeddienst een van de belangrijkste ingangspoorten, vooral voor de internistische pathologie. Denk aan een geriatrische patiënt met een longontsteking die via de spoedgevallen wordt opgenomen in het beddenhuis.
Als je geen spoedgevallen meer hebt, dan moet die patiënt eigenlijk eerst naar een groter ziekenhuis gaan waar hij acuut wordt opgevangen. Vervolgens komt de patiënt voor revalidatie terug naar een lokaal ZIZ. Maar het gaat hier om patiënten die vrij gemakkelijk complicaties krijgen en redelijk frail zijn. Hoe zal een ZIZ de permanentie organiseren? De acute arts zit immers in het grote algemeen ziekenhuis en is dus niet beschikbaar voor de patiënt die decompenseert in het intermediaire zorgbed. Daarnaast moet je daar een CT hebben, en een radioloog van wacht. Dus je bouwt eigenlijk een type ziekenhuis waar ik me zorgen maak over de niet-geplande opvang van patiënten die zogezegd alleen revalidatie nodig hebben.
'Je kunt niet eenzelfde systeem opleggen bij ons in Antwerpen als aan de kust, of als bij Jos in Limburg. We moeten daar voldoende flexibiliteit in hebben'
– Marieke Geijsels, ViaCaro
Een tweede aspect is de leefbaarheid van de specialist in het ziekenhuis. Daar is de materniteit een zeer mooi voorbeeld van. We weten zeer goed dat kinderen die geboren worden in een bepaald ziekenhuis vervolgens doorstromen naar de pediatrische praktijk. Als je pediaters wilt die 's nachts snel kinderen kunnen zien, die kinderen kunnen opvangen in een spoeddienst – wat niet evident is voor urgentieartsen of andere artsen op spoed – dan heb je voldoende pediaters nodig. En om voldoende pediaters intra muros te krijgen, heb je voldoende influx en activiteit nodig voor die pediaters. Als je de materniteit weghaalt uit een ziekenhuis, zullen ook de pediaters verdwijnen uit een ziekenhuis.
Marieke Geijsels (ViaCaro): Ik denk dat de hervorming van de ziekenhuizen bij uitstek iets is dat regionaal moet bekeken worden. Want de realiteit waar ik werk in Edegem, bij Antwerpen, versus in Wallonië, waar je misschien uren moet rijden om de juiste zorg te krijgen, is heel erg verschillend. Je kunt niet eenzelfde systeem opleggen bij ons als aan de kust, of als bij Jos in Limburg. We moeten daar voldoende flexibiliteit in hebben.
En dat gaat eigenlijk over het loskomen van het denken van oké, ik heb hier mijn ziekenhuis en we gaan kijken hoe wij dat hier organiseren, naar: welke spelers zijn er hier nu in de regio. Kunnen we de juiste profielen aantrekken in deze regio? Want als er niet voldoende huisartsen zijn, dan gaan al die mensen naar de spoed. En dat geeft ook weer overbelasting en frustratie.
Dat zal er inderdaad voor zorgen dat mogelijk bepaalde budgetten moeten verschuiven, ook naar de eerste lijn. Wanneer mensen een korter verblijf hebben in het ziekenhuis, moeten ze thuis verzorgd worden. Daar is ook geld voor nodig, en dat vereist eveneens een goede communicatie. Het klopt wat je daarnet zei, Lieselot: we sturen mensen naar huis die daar niet klaar voor zijn.
Jos Vanhoof: De bedoeling van de ziekenhuisnetwerken was dat het aantal ziekenhuiscampussen zou dalen. In de praktijk is dat niet gebeurd. Met de nieuwe ziekenhuishervorming is er ook geen dwang om ziekenhuiscampussen te sluiten.
Lieselot Brepoels: Dat zie je vaak ook met die concentratieoefeningen. Er wordt een of andere hippe oefening gedaan voor de een of andere hippe pathologie. We gaan kennis centraliseren, we bepalen criteria en aantallen. En uiteindelijk begint iedereen naar die criteria te streven. Waar vroeger af en toe gewoon het gezond verstand sprak: hier gaan we in deze kliniek niet aan beginnen, wordt er nu gestreefd naar: we willen dat ook, want daar hangt dit en dat aan vast. Eigenlijk wil iedereen een stuk van die concentratie.
Jos Vanhoof: Om aan die 150 acute bedden te komen.
Meer lezen
In het volledige debat blikken we ook nog terug op de Kaderwet, bekijken we samenwerking met andere zorgverstrekkers, en vragen we ons af wat de rol van de ziekenfondsen is. Lees het in het themamagazine op onze website. Alvast enkele uitspraken:
"Het kader waarin wij als arts autonoom kunnen beslissen en creatief zijn, wordt steeds strakker. En dat gaan we bekopen."
"De ziekenfondsen moeten zich heroriënteren van ziekenfonds naar gezondheidsfonds."
"Er moet vrijheid zijn om je te organiseren zoals dat het beste werkt voor de zorgverleners en de patiënten in jouw regio."