PS vraagt om extra centra voor neuromusculaire aandoeningen in Wallonië
Volksvertegenwoordigers Ludivine Dedonder c.s. (PS) dienden bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een voorstel van resolutie in over een betere toegankelijkheid van de gespecialiseerde centra voor neuromusculaire aandoeningen in Wallonië.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Slechts een erkend centrum in Wallonië
De huidige organisatie van de Belgische centra voor neuromusculaire aandoeningen baart aanzienlijke zorgen op het vlak van billijke territoriale spreiding, zeggen de indieners.
Terwijl Vlaanderen (UZ Antwerpen, UZ Gent en UZ Leuven) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (UZ Brussel, Clinique universitaire Saint-Luc, Erasmus) meerdere erkende referentiecentra tellen, beschikt Wallonië met het CHR La Citadelle te Luik over slechts één erkend centrum.
Dat leidt tot een onmiskenbare scheeftrekking in de toegang tot gespecialiseerde zorg. Voor patiënten uit afgelegen gebieden, vooral in de provincie Henegouwen, houdt die situatie aanzienlijke belemmeringen in.
Ze moeten soms een hele afstand afleggen tot aan het dichtstbijzijnde erkende centrum, wat het voor patiënten met vaak een beperkte mobiliteit (met name rolstoelpatiënten) enorm moeilijk maakt.
Daarnaast beschikken bepaalde centra met erkende praktijkkennis niet over een officiële erkenning binnen de geldende conventie. Een en ander leidt tot nodeloos complexe zorgtrajecten: patiënten moeten soms helemaal naar een erkend centrum, enkel en alleen om de voorafgaande administratieve goedkeuring te verkrijgen opdat ze in een centrum dichter bij huis kunnen worden behandeld.
Dergelijke procedurestappen bemoeilijken het zorgpad, verlengen de termijnen en verzwaren de lichamelijke en mentale last die op de patiënten en hun naasten weegt.
Verzoeken aan de federale regering
Het voorstel van resolutie verzoekt de federale regering:
1. zo spoedig mogelijk werk te maken van een grondige evaluatie van de behoeften inzake de behandeling van neuromusculaire aandoeningen in Wallonië, inzonderheid in de provincie Henegouwen;
2. de huidige geografische bereikbaarheid van de erkende centra tegen het licht te houden en daarbij rekening te houden met de specifieke mobiliteitsbeperkingen van de patiënten;
3. de conventie met betrekking tot de gespecialiseerde centra voor neuromusculaire aandoeningen versneld te herzien en de medische, organisatorische en demografische evoluties erin te verwerken;
4. de mogelijkheid te onderzoeken om een of meer extra centra in Wallonië te erkennen, vooral in gebieden – zoals Henegouwen – met een ontoereikend zorgaanbod;
5. een specifieke evaluatie uit te voeren van de situatie van de centra die reeds over bewezen expertise beschikken maar niet erkend zijn, opdat ze in het kader van de toekomstige conventie voor erkenning in aanmerking komen;
6. te onderzoeken of de aan de patiënten opgelegde administratieve procedures kunnen worden vereenvoudigd, vooral wanneer die met onnodige trajecten en extra wachttijden gepaard gaan;
7. in de toekomstige organisatie een evenwicht te waarborgen tussen de noodzakelijke concentratie aan expertise en de ontwikkeling van een toegankelijk en nabij zorgaanbod.