Provinciale raad Orde der Artsen weigert herinschrijving van arts
Arts-patiënt relatie en de kwaliteit van de geneeskunde in het gedrang
De provinciale raad West-Vlaanderen van de Orde der Artsen weigert de herinschrijving van een arts op de lijst van de Orde van Artsen wegens zwaarwichtige feiten die de schrapping van de lijst van de Orde tot gevolg zouden hebben.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
De betrokken arts was door de provinciale raad van de Orde der artsen A geschrapt van de lijst. Na verloop van meer dan 2 jaar verzocht de arts om de herinschrijving op de lijst van die provincie. Omdat de arts het voornemen had zijn toekomstige medische activiteiten in West-Vlaanderen uit te oefenen, werd de zaak doorverwezen naar de raad van die provincie.
Bevoegdheid van de provinciale raad
Het behoort de provinciale raad toe om ten behoeve van de inschrijving op de lijst van de Orde der artsen West-Vlaanderen te oordelen of dokter X voldoet aan de vereisten voor de uitoefening van het beroep.
Dit betreft niet alleen de formele vereisten maar ook de naleving van de medische plichtenleer, de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van de arts die de aanvraag doet.
De raad stelde vast dat dokter X voldeed aan de formele voorwaarden om de geneeskunde uit te oefenen qua diploma en voorgelegde stukken (o.m. een recent uittreksel uit het strafregister). Zijn aanvraag was ontvankelijk, zelfs als hij het voorwerp was van een schrapping door de provinciale raad van de Orde der artsen A.
Niet overtuigd van naleving van medische plichtenleer
Over de naleving van de medische plichtenleer en over de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van de arts die de aanvraag deed, was de raad niet overtuigd.
De arts zelf stelde dat hij zijn herinschrijving vroeg omdat hij nood had aan contacten met patiënten, die hij sedert zijn ziekte had gemist.
Er zou bij hem kanker zijn vastgesteld waardoor hij iedere medische activiteit stopzette, maar later zou hij kankervrij zijn verklaard. Er werden geen medische verslagen voorgelegd die aantonen dat hij over een periode van meer dan x jaren zijn medische activiteiten niet kon voortzetten of hernemen.
De raad tilde bovendien zwaar aan o.m. zijn uittreksel uit het strafregister, het dossier van de provinciale raad van de Orde der artsen A en zijn ondervraging ter zitting die een grote bron van informatie zijn.
Misbruik van bankkaart van een patIënt
Vooreerst blijkt uit zijn uittreksel van het strafregister dat hij veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van x jaar, weliswaar met uitstel voor de duur van x jaar, een effectieve geldboete en verbeurdverklaring bij vonnis van de correctionele rechtbank te A.
Het betrof feiten van informaticabedrog en van pogingen tot informaticabedrog. Hieruit blijkt dat op verschillende tijdstippen dokter X misbruik had gemaakt van de bankkaart van een van zijn patiënten.
Vroegere tuchtsancties
Het dossier van de Orde der artsen A bevat ook nog volgende tuchtsancties:
- waarschuwing wegens toxicomanie, voorschrijven van geneesmiddelen die aanleiding kunnen geven tot verslaving, op eenvoudig verzoek van zijn patiënte en commerciële uitoefening van de geneeskunde (dagelijks bezoek);
- x maand schorsing wegens misbruik van therapeutische vrijheid: ten onrechte attesteren aan de ziekteverzekering van 1) niet uitgevoerde verstrekkingen, 2) verstrekkingen met een hogere sleutelwaarde dan de werkelijk uitgevoerde en 3) verstrekkingen die niet aan de reglementaire voorwaarden voldoen;
- x maanden schorsing wegens misbruik van therapeutische vrijheid door het op onaanvaardbare wijze omgaan met patiënt in het kader van de arts-patiënt verhouding;
- waarschuwing wegens het niet voldoen aan de kwaliteit van de zorg door het niet adequaat reageren op een oproep voor medische hulp tijdens de wachtdienst;
- x maanden schorsing voor de bewezen deontologische tekortkomingen omwille van 1) overconsumptie door het voorschrijven van overmatige medicatie en 2) misbruik van therapeutische vrijheid door het verrichten van overbodige prestaties bij OCMW-patiënten.
De provinciale raad stelde vast dat op één na al deze tuchtdossiers dus betrekking hadden op de verhouding tussen de arts-patiënt. ‘De vermelding door dokter X van het gemis aan contact met zijn patiënten om zijn herinschrijving te bekomen, is hiermee tegenstrijdig’ aldus de provinciale raad.
Conclusie van de provinciale raad
De raad is van oordeel dat het moraliteitsonderzoek zeer negatief is en dat dokter X zich schuldig heeft gemaakt aan dermate zwaarwichtige feiten, in hun samenhang gezien, dat ze voor de Orde der artsen de schrapping van de lijst tot gevolg zouden hebben.
Dokter X heeft geen enkel schuldinzicht. Over zijn antecedenten op strafgebied en tuchtrechtelijk gebied wordt de waarheid vermomd, dan wel anders voorgesteld of gebanaliseerd, om de raad te doen geloven in zijn beweerde goede inzichten.
Hij voldoet minstens niet aan de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van de arts, die de raad behoort na te zien en te handhaven. Zowel de arts-patiënt relatie en de kwaliteit van de geneeskunde zijn in het gedrang.
Bijgevolg weigerde de provinciale raad van de Orde der artsen West-Vlaanderen de herinschrijving van dokter X.
De beslissing werd gepubliceerd zonder vermelding van datum in Oratio, 2026, nr.2 , 14-16.