HGR: Hernieuwde aanbevelingen voor terugdringen postoperatieve wondinfecties
De Hoge Gezondheidsraad heeft haar aanbevelingen voor de preventie van postoperatieve wondinfecties (POWI’s) herzien en verder uitgebreid. Het nieuwe advies geldt voortaan niet alleen voor de klassieke operatieafdeling, maar ook voor interventiekamers en zelfstandige behandelruimtes waar ambulante chirurgische ingrepen plaatsvinden.

Volgens de meest recente cijfers uit 2022 had 9,2% van de gehospitaliseerde patiënten in België minstens één nosocomiale infectie (inclusief COVID-19). Dat ligt hoger dan het Europese gemiddelde van 6,3%. Binnen deze groep blijven POWI's de derde meest voorkomende oorzaak van ziekenhuisinfecties, na long- en urineweginfecties.
Postoperatieve wondinfecties veroorzaken aanzienlijke morbiditeit en sterfte, verlengen de hospitalisatieduur en verlagen de levenskwaliteit en verhogen het antibioticagebruik en de zorgkosten, zo schrijft de HGR. Daarbij wordt opgemerkt dat een groot deel van de POWI's vermeden had kunnen worden, door het toepassen van goed onderbouwde richtlijnen binnen een gestructureerde en multidisciplinaire samenwerking.
Evolutie buiten de operatiekamer
De vorige aanbevelingen van de HGR dateren van 2014. Sindsdien zijn zowel de wetenschappelijke inzichten als de organisatie van de chirurgische zorg sterk geëvolueerd. Steeds meer ingrepen vinden plaats buiten het klassieke operatiekwartier, bijvoorbeeld in interventiekamers of zelfstandige behandelruimtes. De nieuwe richtlijn houdt rekening met die evolutie en breidt haar toepassingsgebied dan ook expliciet uit naar deze settings.
De HGR benadrukt bovendien dat infectiepreventie niet langer uitsluitend een verantwoordelijkheid is van de chirurg of het operatieteam. Ook anesthesisten, verpleegkundigen, ziekenhuishygiënisten, sterilisatieafdelingen, logistieke diensten en ziekenhuisdirecties spelen een essentiële rol bij het beperken van infectierisico's.
Beïnvloedbare risicofactoren
Een belangrijk accent in de nieuwe aanbevelingen ligt op het identificeren en beheersen van beïnvloedbare risicofactoren vóór, tijdens en na de ingreep. Daarbij gaat aandacht naar patiëntgebonden factoren zoals roken en obesitas, maar ook naar proceduregebonden elementen zoals de timing van antibioticaprofylaxe, de duur van de ingreep, de voorbereiding van het operatieveld en het aantal aanwezigen in de operatiezaal. Ook omgevingsfactoren, waaronder luchtkwaliteit en organisatie van het operatiekwartier, maken deel uit van die integrale risicoanalyse.
Daarnaast is er uitgebreide aandacht voor de bouwkundige inrichting van operatieafdelingen. De richtlijn bevat gedetailleerde aanbevelingen over zonering, patiënten- en materiaalstromen, en ventilatie bij nieuwbouw en renovatie.
Tegelijk nuanceert de HGR de rol van ultrazuivere ventilatiesystemen. Volgens de beschikbare evidentie vormen technische voorzieningen slechts één onderdeel van infectiepreventie. Het gedrag van het operatieteam, de naleving van hygiënevoorschriften en een goed georganiseerde werking blijven minstens even belangrijk. Elke instelling wordt daarom aangemoedigd een lokale risicoanalyse uit te voeren die rekening houdt met de eigen infrastructuur en organisatie.
Opleidingen
De vernieuwde aanbevelingen besteden ook aandacht aan de opleiding van personeel. Niet alleen chirurgen, anesthesisten en verpleegkundigen, maar ook logistiek personeel, techniekers en andere medewerkers die de operatieafdeling betreden, moeten een aangepaste opleiding verkrijgen rond infectiepreventie en hygiëne.
Een andere belangrijk element is de systematische opvolging van postoperatieve wondinfecties. De HGR pleit voor actieve surveillance, het monitoren van kwaliteitsindicatoren en een regelmatige terugkoppeling van resultaten aan de betrokken zorgverleners. Op die manier kunnen ziekenhuizen hun preventiebeleid voortdurend bijsturen en verbeteren.
Het volledige advies is via onderstaande link te raadplegen.
Aanbevelingen voor de preventie van postoperatieve infecties