De kriebels krijgen van scabiës
Scabiës is wereldwijd een prevalente infectieziekte. Bij ons wordt scabiës nog steeds ondergerapporteerd. Hoe zit het met beroepsgebonden scabiës in de gezondheidszorg?
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Scabiës is wereldwijd een prevalente infectieziekte veroorzaakt door de mijt Sarcoptes scabiei var. hominis. Voornamelijk door huid-op-huidcontact van 15 tot 20 minuten wordt schurft overgedragen. Met name de “crusted” scabiës (Noorse vorm) wordt gevreesd wegens een verhoogd risico op verspreiding. Deze Noorse scabies komt in circa 7% van de gevallen voor en leidt meteen tot een hoog-risicoscenario.
In het Vlaams Infectieziektebulletin nr. 2026/1verscheen een overzichtsartikel over de “Trends van scabiës in België, 2000-2025: een analyse van meerdere gegevensbronnen” van Laisnez et al.
Eerder verscheen er een publicatie van dezelfde auteurs in Archives of Public Health (2025) voor de periode 2000-2023. Beide publicaties zijn echter een potpourri van periodes; bijvoorbeeld voor arbeidsgeneeskunde werd enkel de periode 2011-2022 in kaart gebracht.
De gegevens waren daarenboven van slechts één Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, met name IDEWE, die in België ongeveer 17% van de werknemers vertegenwoordigt. IDEWE is zeer actief in de gezondheidszorg, het onderwijs en de overheid.
Er werd een significante jaarlijkse stijging gerapporteerd van 16% (95% CI 9,4-22,6). Enkel in 2020-2021 werd er een daling vastgesteld, mogelijk te wijten aan de COVID-19-pandemie. Deze arbeidsgeneeskundige steekproef is zoals gezegd niet representatief voor de Vlaamse, laat staan de Belgische beroepsbevolking.
Er zijn niet zoveel specifieke publicaties over scabiës bij gezondheidswerkers (Voss & Wallrauch, Infect Control Hosp Epidemiol, 1995). Het betreft meestal studies van uitbraken, zoals in de Verenigde Staten van Amerika (Obasanjo et al., Infect Control Hosp Epidemiol, 2001), Nederland (Jungbauer et al., Am J Ind Med, 2015), Duitsland (Leistner et al., J Infect Prev, 2017) en Italië (Martinoli et al., Prevention & Research, 2016; Sponselli, J Clin Med, 2023).
Een Turks artikel besprak een outbreak met een besmetting van een arts en vier verpleegkundigen (Özalp et al., Haydarpasa Numune Med J, 2024). Luidens een Spaans overzichtsartikel situeerden de outbreaks zich frequent in de gezondheidszorg (Redondo-Bravo et al., PLoS ONE, 2021).
Wat is de algemene incidentie in onze contreien? Moeilijk te zeggen want scabiës wordt nog steeds ondergerapporteerd, hoewel er een meldingsplicht bij de Gezondheidsinspectie bestaat sinds 1995. In een oude Belgische studie van Lapeere et al. werd gesproken over een incidentie van 28/100.000 inwoners in de stad Gent in 2004 (Epidemiol Infect, 2008).
Verpleegkundigen zijn duidelijk at risk in meerdere publicaties (Vorou et al., J Hosp Infect, 2007; Martinoli et al., 2016; Leistner et al, 2017). De Italiaanse studie (2005-2014) door Martinoli en collega’s vonden beroepsgebonden schurft bij 1,7% van de gezondheidswerkers. Vorou en collega’s vonden zelfs bij meer dan 30% een beroepsrisico terug. Jungbauer en collega’s vonden 23% beroepsgebonden scabiës terug in een case report.
Een Poolse studie bij 322 verpleegkundigen toonde duidelijk aan dat het aantal patiënten dat nauw verzorgd werd, een rol speelde bij de besmetting (Bartosik et al., Ann Agric Environ Med, 2023).
De risicofactoren voor scabiës in het ziekenhuismilieu werden in een Koreaanse systematische review van 12 studies bestudeerd (Kim et al., BMC Infect Dis, 2024). De risicofactoren waren zowel gelegen op de werkplek (gebruik van PBM’s, aandacht in WZC) als op persoonlijk vlak.
Een vroege en accurate diagnose, een efficiënte behandeling, compliance met de strikte infectiecontrole maatregelen, surveillance, hygiëne, persoonlijke beschermingsmiddelen (o.a. handschoenen, masker en ziekenhuisschort), en profylaxie bij hoog-risicocontact zijn cruciaal bij beroepsgebonden scabiës in de gezondheidszorg (Voss & Wallrauch, 1995; Özalp et al., 2024). Het multidisciplinair outbreak management moet dit alles coördineren (Martinoli et al., 2016).