Gevolg van arrest Grondwettelijk Hof over 'Taxidecreet'
Gennez: zittend patiëntenvervoer wordt nog voor zomer geregeld
Er komen nog voor de zomer nieuwe regels voor het vervoer van zittende patiënten, met dezelfde vereisten als voor het niet-dringende vervoer van liggende patiënten. Dat heeft minister Caroline Gennez in het Vlaams Parlement gezegd.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Tijdens de vergadering van de Commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 5 mei stelde Vlaams Parlementslid Tomas Roggeman (N-VA) een vraag om uitleg aan Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez over ‘de regulering van het niet-dringend zittend patiëntenvervoer en het arrest van het Grondwettelijk Hof’.
Bedoeld is het arrest van 11 december 2025 waarin het Grondwettelijk Hof besliste dat een aantal bepalingen van het decreet van het Vlaamse Gewest van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer (het 'Taxidecreet') ongrondwettelijk zijn.
Huidige regeling schendt het gelijkheidsbeginsel
Het Taxidecreet regelt enkel het niet-dringend zittend patiëntenvervoer en niet het niet-dringend liggend patiëntenvervoer. Dat onderscheid is volgens het Hof geen probleem omdat voor het liggend patiëntenvervoer steeds een medische indicatie vereist is terwijl dit in de regel niet het geval is voor het zittend patiëntenvervoer.
Maar er zijn omstandigheden waar ook voor het zittend patiëntenvervoer een medische indicatie vereist is. In dat geval kan een ambulancedienst niet zomaar gelijk worden gesteld met een taxidienst. Volgens het Hof is de gelijke behandeling van ambulancediensten met taxidiensten dan ook niet redelijk verantwoord en is dus sprake van een schending van artikel 10 en 11 van de Grondwet (het gelijkheidsbeginsel).
Niet-dringend zittend patiëntenvervoer op dezelfde manier regelen
Op de vraag van Roggeman hoe de minister kijkt naar het arrest van het Grondwettelijk Hof antwoordde de minister dat als er een zorgnood is tijdens het vervoer, die uiteraard op een correcte manier moet worden ingevuld. "Daarom willen we de bestaande vereisten voor het niet-dringend liggend ziekenvervoer, ook van toepassing verklaren op alle niet-dringend patiëntenvervoer."
Toezicht op de patiënt tijdens het vervoer moet gebeuren door een gekwalificeerde persoon die aanwezig is bij de patiënt, ongeacht of het om een liggende of zittende patiënt gaat. Omdat er ruimte moet zijn om handelingen te kunnen uitvoeren als de toestand van de patiënt dat vereist, moet patiëntenvervoer altijd plaatsvinden in een daartoe vergunde ziekenwagen, ook omdat er noodzakelijk materiaal aanwezig moet zijn.
Definitie van patiënt in aangepaste regelgeving
Voorts zei Gennez dat via aangepaste regelgeving ‘patiënt’ zal worden gedefinieerd als ‘een natuurlijke persoon aan wie tijdens het vervoer gezondheidszorg, als vermeld in artikel 2, 2°, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, wordt verstrekt, al dan niet op eigen verzoek’.
Deze definitie komt overeen met wat bepaald wordt in de wet op de rechten van de patiënt en verduidelijkt dat iemand in het kader van niet-dringend patiëntenvervoer enkel patiënt is als hij tijdens het vervoer gezondheidszorg, minstens in de vorm van toezicht op zijn gezondheidstoestand, nodig heeft.
Door het toepassingsgebied van het niet-dringend liggend ziekenvervoer te verruimen naar al het niet-dringend patiëntenvervoer, met een duidelijk onderscheid tussen personen- en patiëntenvervoer, wordt de actuele praktijk bestendigd, aldus Gennez. De wettelijke aanpassingen zullen ertoe leiden dat voor alle actoren, zowel de sector als de politionele diensten, duidelijk is welk type vervoer aan welke voorwaarden moet voldoen.
Als personen vanwege hun medische toestand nood hebben aan zorg of toezicht tijdens het vervoer, dan is dit dus patiëntenvervoer. Na de aanpassing van de regelgeving zal al het patiëntenvervoer gebeuren via vergunde ziekenwagens, waar op een veilige en correcte manier toezicht op de patiënt kan worden gehouden.
Aanpassing nog voor de zomer
De minister zei ook dat de teksten voor de aanpassing van de regelgeving in voorbereiding zijn. In afstemming met minister De Ridder, en na het inwinnen van de verplichte adviezen, komt het op de agenda van de Vlaamse Regering. Gennez hoopt dit nog voor de zomer te kunnen doen.