Az groeninge zet met SEPSIS Connect in op vroege detectie sepsis
In België krijgen naar schatting jaarlijks 41.000 mensen sepsis. Ongeveer 18 procent overlijdt aan de gevolgen ervan. Toch wordt sepsis in ons land niet voldoende systematisch geregistreerd, waardoor de werkelijke impact vermoedelijk nog groter is. Om de signalen van sepsis vroeger op te sporen, sloegen in februari 2025 verschillende Vlaamse ziekenhuizen onder leiding van az groeninge, de handen ineen voor het pilootproject Sepsis Connect. Een jaar later maken we de balans op.
Hoewel sepsis goed behandelbaar is, blijft vroege herkenning moeilijk omdat de symptomen vaak lijken op die van minder ernstige infecties. Om een ontstekingsreactie vroegtijdig te detecteren hebben de onderzoekers in samenwerking met het Leuvense IMEC en de UGent, een speciale biosensor ontwikkeld die op de borstkas van de patiënt wordt gekleefd. Die sensor meet voortdurend veertien vitale parameters, waaronder hartslag, lichaamstemperatuur, ademhalingsfrequentie en bloeddruk. Doorgaans worden die parameters slechts één tot drie keer per verpleegshift gemeten. In het project gebeurde dat om de vijftien minuten.
“Door de frequentere metingen werd continu data verzameld in plaats van louter momentopnames. Subtiele veranderingen doorheen de tijd werden daardoor beter zichtbaar”, zegt Brian Desplinter, projectleider innovatie van az groeninge. “De parameters van de patiënt waren voor het zorgpersoneel raadpleegbaar op een speciaal dashboard, en werden om de twee uur gecontroleerd. In een klassieke setting gebeurt dit normaal gesproken driemaal per dag aan het bed van de patiënt, nu gebeurde dat allemaal volautomatisch. Een verpleegkundige hoefde dus niet continu het dashboard te monitoren. Wanneer een patiënt verslechterde, ging in het dashboard een alarm af, waarna werd ingegrepen door het “Rapid Response Team”.
Desplinter vult aan dat bij het onderzoek ook patiënten werden betrokken die zich op de spoedgevallendienst presenteerden met griepsymptomen. “Deze ‘niet-kritieke patiënten’ waren niet dermate ziek dat ze moesten worden opgenomen, maar toch verdienden ze onze verdere aandacht. Deze groep werd met een speciaal horloge naar huis gestuurd en vervolgens twee tot vijf dagen vanop afstand gemonitord.” Om deze patiënten thuis te kunnen blijven monitoren, werd gebruikgemaakt van een speciale internetrouter ontwikkeld door Proximus en Nokia.
'Ons interventieprotocol en de hoge sensitiviteit van de sensor leidden tot een vroegere detectie. In meerdere gevallen konden we opnames op de intensieve zorg vermijden'
Resultaten
“Bij 43% van de geïncludeerde patiënten gaf de biosensor na verloop van tijd een ‘suspicion of sepsis’-melding, waarna bloed werd afgenomen”, licht Desplinter toe. “Buiten het onderzoek werd bij slechts 5% van diezelfde populatie een vermoeden van sepsis vastgesteld. Ons interventieprotocol en de hoge sensitiviteit van de sensor leidden dus tot een vroegere detectie. In meerdere gevallen konden we opnames op de intensieve zorg vermijden.”
“Ook in de thuiscontext konden we bij sommige patiënten in een vroeg stadium de ontwikkeling van sepsis herkennen. Bij deze groep werden de verzamelde gegevens drie keer per dag beoordeeld; ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds. Uit de studie bleek dat ongeveer één op de tien thuisgemonitorde patiënten toch moest worden teruggeroepen naar het ziekenhuis. In deze gevallen bleek na een bloedafname dat er inderdaad sprake was van sepsis.”
AI-model voorspelt sepsis
De onderzoekers maakten voor hun onderzoek gebruik van een speciaal AI-model, dat was ontwikkeld door IMEC en UGent, op basis van historisch data van de dienst intensieve zorgen.
“Het model is in staat om 36 uur vooraf te voorspellen of een patiënt een verhoogd risico loopt op sepsis, waarbij elke patiënt een risicoscore krijgt van 1 tot 100. De performantie van het model, gemeten via de 'Area Under a Curve', bleek in ons onderzoek hoger te liggen dan die van de huidige 'Early Warning Score'. Dat betekent dat het model nauwkeuriger kan voorspellen welke patiënten risico lopen.”
Naast de veelbelovende resultaten, spreken ook patiënten en zorgpersoneel zich positief uit over het project. Volgens Desplinter was de acceptatie bij beide groepen groot. Zo gaf 90% van de patiënten aan zich veiliger te voelen met de sensor, en 85% zou het gebruik ervan aan anderen aanbevelen. Ook zorgverleners zien duidelijke voordelen: 85% verwacht tijdswinst aan het bed en 92% ziet het nut van biosensoren.
Wel stelt het zorgpersoneel een belangrijke voorwaarde: ze willen de sensor zelf bij patiënten kunnen plaatsen en klinisch blijven redeneren. Met andere woorden: ze willen de regie over hun patiënt behouden en niet afhankelijk worden van een externe ‘cockpit’.
Het ziekenhuis rolt het gebruik van biosensoren de komende tijd verder uit bij geselecteerde risicopatiënten. Een standaardtoepassing bij alle patiënten is voorlopig nog niet haalbaar, onder meer door de kostprijs en de beperkte levensduur van de sensoren, die ongeveer vijf dagen bedraagt.