Doofpot of prullenmand? RIZIV-rapport over invaliditeit zorgt voor ophef
Een oud intern rapport van het RIZIV over de controle op langdurig zieken heeft heel wat stof doen opwaaien. Meer dan de helft van de gecontroleerde langdurig zieken, bleek wel te kunnen werken. Maar de methodologie laat geen veralgemening van dat resultaat toe, zeggen de ziekenfondsen.

Drie arts-inspecteurs van het RIZIV bogen zich eind 2019 over 290 dossiers van Belgen die na een jaar arbeidsongeschiktheid op invaliditeit waren geplaatst. Uit deze ‘terreinanalyse’ bleek dat 59 procent van de onderzochte mensen in werkelijkheid niet arbeidsongeschikt was. In driekwart van de dossiers ontbrak zoveel informatie dat een gefundeerde beslissing onmogelijk was. In 172 gevallen werd de uitkering meteen stopgezet.
Het rapport werd niet publiek gemaakt, maar kwam onlangs via twee ‘klokkenluiders’ terecht bij HLN-journalist Jeroen Bossaert. Diens informanten beweren dat het rapport destijds in een lade werd gestoken “omdat het veel stof zou doen opwaaien. Want hoe leg je uit dat er geld wordt verspild aan onterechte uitkeringen? Er zou naar verantwoordelijken gezocht worden. Zowel bij de mutualiteiten als bij de overheid.”
De N-VA-fractie in het federale parlement noemt de conclusies van het rapport 'onthutsend'. "Dat bijna 60% van nieuwe invaliden helemaal niet arbeidsongeschikt is, dat tart toch alle verbeelding”, zegt fractieleider Axel Ronse.
“Dit rapport dateert nota bene al van 2020. Eind 2019 waren er 447.867 invaliden. Goed voor meer dan 6 miljard euro. Als de steekproef doorgetrokken wordt en 59% is niet arbeidsongeschikt, dan gaat dat over 3,5 miljard. Vandaag wellicht meer?" vroeg N-VA Kamerlid Gijbels zich af. N-VA vraagt ook om de adviserend artsen uit de ziekenfondsen weg te halen.
‘Cijfers kunnen liegen’
CM-topman Luc Van Gorp, tevens voorzitter van het Nationaal Intermutualistisch College (NIC), betwist dat het om een doofpotoperatie ging. Het NIC had in 2020 ernstige methodologische bedenkingen bij het rapport, en daarom werd het niet gepubliceerd.
Zo steunde het rapport op een niet-representatieve steekproef. “Het sloot sommige zware aandoeningen, zoals kanker, uit en omvatte patiënten voor wie al een vervolgcontrole gepland was. Diverse dossiers gingen over psychische problemen of musculoskeletale aandoeningen, die moeilijker te beoordelen zijn. Verder werd het ontbreken van medicatie gebruikt als criterium om de aandoening te beoordelen, terwijl dat voor veel psychische problemen geen relevant gegeven is.” De conclusies van deze steekproef mogen dan ook niet veralgemeend worden naar alle (nieuwe) invaliden.
Grondig geëvolueerd
Het RIZIV bevestigt aan Artsenkrant dat het rapport wel degelijk besproken werd binnen de overlegorganen, als onderdeel “van de gebruikelijke analyse en controle van het systeem van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.” Het RIZIV wijst er ook op dat de aanpak van arbeidsongeschiktheid sinds het rapport geëvolueerd is, zowel wat betreft de kwaliteit van de beoordelingen als de ondersteuning die wordt geboden aan mensen die niet kunnen werken.
Dat is ook te horen bij het NIC: “Met het Terug naar Werk-programma, een snellere inschatting van de resterende arbeidscapaciteit en een betere afstemming tussen artsen via het TRIO-platform is de werking grondig geëvolueerd. Daarom kan je de situatie van zeven jaar geleden onmogelijk vergelijken met de praktijk van vandaag”, zegt Luc Van Gorp.
Het RIZIV wijst er op dat de aanpak van arbeidsongeschiktheid sinds het rapport geëvolueerd is
Preventie beter dan controle
Preventieadviseur en arbeidsarts Wim Van Hooste klaagt aan dat de focus in het debat over langdurige arbeidsongeschiktheid te veel ligt op meer controles. Over primaire, secundaire en tertiaire preventie wordt nauwelijks gesproken.
“Nochtans is het essentieel om onder andere de vijf A’s (arbeidsorganisatie, arbeidsinhoud, arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen) grondig te analyseren en te verbeteren om psychische risico’s te beperken”, schrijft hij in een opiniestuk voor Artsenkrant. “Een duurzame oplossing vereist een gezamenlijke inspanning van zowel werknemers als werkgevers, ondersteund door artsen van allerlei pluimage (huisartsen, adviserend artsen, arbeidsartsen, etc.).
Bij monde van voorzitter Patrick Emonts pleit BVAS voor een duurzame terugkeer naar het werk die niet gebaseerd is op een sanctielogica, maar steunt op een coherent, medisch onderbouwd en multidisciplinair proces, in het belang van de patiënt.
Voor VAS-voorzitter Jos Van Hoof legt het rapport vooral bloot dat het huidige controlesysteem voor langdurige ziekte fundamenteel gebrekkig is. “Ziekenfondsen combineren vandaag begeleiding, uitbetaling en controle, wat een structureel risico op belangenconflicten creëert.” VAS vindt het “moeilijk te aanvaarden dat artsen geconfronteerd worden met bijkomende besparingen en strengere sancties, terwijl de basiscontrole tekortschiet.”
De Kamercommissie Gezondheid zal hoorzittingen organiseren over langdurige arbeidsongeschiktheid. Wordt dus vervolgd.