Cannabinoïden en de mentale gezondheid
Cannabisproducten worden steeds meer beschikbaar voor medisch gebruik en krijgen aandacht als alternatieve behandeling voor velerlei mentale stoornissen. Is daar bewijs voor?
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
“Pass the Dutchie” (Musical Youth, 1982)
Cannabinoïden zijn stoffen die inwerken op het endocannabinoïde systeem in de hersenen, dat betrokken is bij stemming, stress, geheugen en emotionele verwerking. De bekendste zijn de fytocannabinoïden delta-9-tetrahydrocannabinol (THC) en cannabidiol (CBD). THC is psychoactief (geeft de “high”), CBD daarentegen is niet-psychoactief.
De Australische systematische review met meta-analyse van 54 gerandomiseerde studies (RCTs) van Jack Wilson et al. van de doeltreffendheid en veiligheid van cannabinoïden voor de behandeling van mentale stoornissen en substance use disorders (SUDs) verscheen op 16 maart 2026 (Lancet Psychiatry, 2026).
De conclusies waren dat er enige evidentie is dat cannabinoïden de symptomen verminderen van cannabis use disorder, insomnia, Gilles de la Tourette syndroom (tics) en autismespectrumstoornissen (ASS). Maar de kwaliteit van de publicaties was over het algemeen laag. Er was geen associatie met ernstige nevenwerkingen.
Er was weinig evidentie omtrent de doeltreffendheid van cannabinoïden: er gaapt een groot gat tussen het klinisch gebruik en het wetenschappelijk bewijs. Het routinematig gebruik voor de primaire behandeling van mentale stoornissen en SUDs is anno 2026 zelden aangewezen volgens Wilson et al.
Al in 2019 kwamen Black en collega’s tot hetzelfde besluit (Lancet Psychiatry).
De prevalentie van cannabisgebruik is in Europa 7,8% (Hoch et al., Eur Arch Psychiatry Clin Neurosci, 2025). De meerderheid gebruikt op eigen initiatief, sommige mensen op voorschrift.
Allerlei cannabisproducten worden steeds meer beschikbaar voor medisch gebruik en krijgen aandacht als alternatieve behandeling voor velerlei mentale stoornissen en SUDs.
Recente verhoogde doses aan THC in het middel doen de acute en chronische neveneffecten toenemen. De causaliteit van de associatie tussen cannabisgebruik en gezondheidseffecten staat nog steeds ter discussie. Robuust onderzoek naar korte- en langetermijneffecten is dus noodzakelijk (Hoch et al., 2025).
De meeste studies hebben zwakke evidentie (observationele studies), lage tot zeer lage zekerheid (randomised controlled trials, RCTs), of zijn niet significant (observationele studies, RCTs) (Solmi et al., Br Med J, 2023).
CBD is substantieel effectief bij epilepsie, uitgesproken bij kinderen, terwijl andere cannabinoïden effectief kunnen zijn bij de spasticiteit bij multiple sclerose, chronische pijn, inflammatoir darmlijden (Morbus Crohn), chemotherapie-geïnduceerde nausea en vomitus, en palliatieve zorg, maar niet zonder potentiële nevenwerkingen (Jugl et al., Med Cannabis Cannabinoids, 2021; Solmi et al., 2023).
De meeste klinische studies gebruiken de orale, perorale of sublinguale toediening. Studies in real-world settings zijn dus noodzakelijk.
De risk/benefit ratio’s moeten verder geëvalueerd worden. Er lopennog RCTs die meer duidelijkheid moeten brengen (Jugl et al., 2021).
Het gebruik van cannabinoïden moet onder medische begeleiding gebeuren. Het moet niet gezien worden als vervanging van bewezen behandelingen zoals psychotherapie of antidepressiva. Artsen dienen te allen tijde rekening te houden met de neveneffecten wanneer cannabinoïden voorgeschreven worden (Hoch et al., 2025).
“Als de rook om je hoofd is verdwenen” (Boudewijn de Groot, 1972)